Laboratorium in opspraak; Bewijsvoering FBI is soms onbetrouwbaar

WASHINGTON, 15 FEBR. De betrouwbaarheid van het ooit befaamde gerechtelijk laboratorium van de Amerikaanse politiedienst FBI is ernstig opspraak gekomen.

In zeker vijftig rechtszaken kan ondeugdelijk laboratoriumwerk tot onrechtmatige vervolgingen hebben geleid, zo heeft het ministerie van Justitie in Washington deze week erkend.

Na aanhoudende klachten over het laboratorium heeft Justitie vorig jaar een onderzoek ingesteld, waarvan het resultaat nog niet openbaar is gemaakt. Vorige maand lekte uit dat het voorlopige onderzoeksrapport ernstige kritiek bevat op de slordigheid, de talrijke fouten en het slechte management van het laboratorium van de FBI. Het personeel zou onvoldoende zijn opgeleid en de behuizing zou te klein zijn, waardoor vervuiling van bewijsmateriaal kan zijn veroorzaakt. Het laboratorium zou herhaaldelijk materiaal hebben achtergehouden om aanklagers in strafzaken te bevoordelen.

Juristen van het ministerie onderzoeken thans honderden strafrechtelijke vervolgingen die in het rapport worden genoemd, om na te gaan of aan de verdediging in de betreffende processen alsnog bepaald materiaal moet worden overgedragen. Dat kan tot gevolg hebben dat reeds afgesloten processen heropend moeten worden.

Verwacht wordt dat advocaten in veel strafprocessen zullen proberen om bewijsmateriaal dat van het FBI-laboratorium afkomstig is, bij voorbaat verdacht te maken. Ook zal de geloofwaardigheid van specialisten van het FBI-laboratorium die als getuige optreden, door advocaten gemakkelijker ondergraven kunnen worden.

De rechter in het proces tegen Timothy McVeigh, de man die ervan verdacht wordt in 1995 een overheidsgebouw in Oklahoma City opgeblazen te hebben, heeft Justitie opgedragen een kopie van het concept-rapport over te leggen aan de advocaat van McVeigh. De advocaat had daarom gevraagd om zijn cliënt beter te kunnen verdedigen. Het proces tegen McVeigh begint op 31 maart in Denver. In een apart proces wordt Terry Nichols berecht, de man die ervan verdacht wordt zijn handlanger te zijn geweest.

Naar aanleiding van het voorlopige rapport over het laboratorium zijn drie FBI-laboranten die verantwoordelijk waren voor het bewijsmateriaal in de Oklahoma City-zaak, overgeplaatst naar andere functies. Eén van hen zou in het proces als getuige optreden, maar daar is nu van afgezien.

In Seattle hebben de advocaten van leden van een paramilitaire groepering ook gevraagd om openbaarmaking van het concept-rapport. Hun cliënten staan terecht voor samenzwering en verboden bezit van wapens en explosieven. De openbare aanklagers hebben hen inzage gegeven in een deel van het rapport.

Het omstreden laboratorium bevindt zich in het grote J. Edgar Hoover-gebouw van de FBI in Washington, dat jaarlijks door een half miljoen toeristen wordt bezocht. Al in 1980 hebben externe adviseurs en de Amerikaanse Rekenkamer scherpe kritiek geuit op de gang van zaken in het laboratorium. Onder meer het gebruik om vooral personeelsleden aan te trekken die een politie-achtergrond hebben in plaats van mensen die een opleiding hebben gevolgd als laboratoriumwerker, werd gehekeld.