Kooi

Kuipers scheidt ermee uit, vreselijk. Zijn winkel, het Agrarisch Warenhuis, is de laatste echte Winkel van Sinkel, waar alles te koop is. Hondenvoer en takjes groen voor het aquarium en verf en grasharken en bijlen en touw en lijm en groentezaden en boortjes en goudvissen en slangklemmen en kippengaas en gedroogde koemest en spijkers en vogelkooitjes. Er hing een hele bos aan het plafond, transportkooien gemaakt in een Derde-Wereldland, bij Kuipers 2,50 gulden of zoiets.

Ik werd acht minuten over vier wakker en besloot de volgende dag bij Kuipers een kooitje te kopen om dat allegorisch op m'n kamer te zetten. (Dat Kuipers omdat hij dichtgaat alles in de uitverkoop heeft en dat daarom de kooitjes al verdwenen zijn en ik het nu moet doen met een stalen lokkooi waar je een puttertje als verleider in moet plaatsen, dat doet hier nu niet toe.)

De dag ervoor had ik bijgeschoold. Ik was bijna slaags geraakt met een collega. Radeloos riep hij me toe dat hij niet wist hoe hij die knullen, die bij de bel naar de deur vlogen, gemotiveerd kreeg en dat ik makkelijk praten had maar dat die kinderen op het VBO echt heel ander volk waren en dat de enige manier om ze aan het werk te krijgen was om gewoon ouderwets voor de klas te staan. Ik had op dat moment geen pasklaar antwoord en begon terug te schreeuwen natuurlijk, zodat andere cursisten even een plasje gingen doen. Hopeloos.

Wat is het leukst bij het circus: paardendressuur, clowns, trapeze, goochelen, de wilde beesten? De wilde beesten treden op met een dompteur. De beesten draaien om de dompteur. Alles draait om de dompteur. Onze angst voor zijn hachje is onze lol. De klas is een kooi wilde beesten, voor alle leraren soms, voor velen dikwijls en voor enkelen altijd. Jij bent de dompteur. Dat gevoel bracht de collega op de bijscholing over. Als het moet, als het niet anders lukt, zijn de meeste leraren goede dompteurs. Ze worden niet verscheurd, de leerlingen gehoorzamen maar zijn beestachtig onwillig.

Op de middelbare school zijn de beesten wilder dan op de basisschool of in het vervolgonderwijs. Daarom verwijzen de zo vaak besproken problemen van leerkrachten altijd naar het voortgezet onderwijs. Maar binnen het voortgezet onderwijs zijn er grote verschillen.

Aan de onderkant zijn de beesten het wildst en hebben de kooien de dikste tralies. Daar zitten de minder intelligente leerlingen, de leerlingen met problemen, de minst gemotiveerde leerlingen. Zij krijgen les van tweedegraders. Tweedegraders zijn net als wij eerstegraders, leraren maar daar houdt de overeenkomst mee op. Wij vinden nog wel wat van onszelf met onze academische opleiding. Wij zijn de hoogsten in het platteland van het onderwijs.

Sinds de fusiegolf komen we tweedegraders regelmatig tegen. Tweedegraders zijn eenvoudige mensen zonder kapsones, lichter opgeleid dan wij, mensen die gewoon hun werk doen. De eerstegrader gaat naar Madeira, de tweedegrader naar de Canarische eilanden, de eerstegrader leest de Volkskrant, de tweedegrader een regionaal blad. De eerstegrader drinkt een glas wijn, de tweedegrader een pilsje. Zij doen met minder gereedschap dan de eerstegraders het moeilijkere werk, maar krijgen er minder voor betaald. Daarom is het een goed idee van de commissie-In 't Veld om in achterstandsgebieden de best betaalde leraren te laten lesgeven. Geen overplaatsing voor ons, maar zij meer geld. Het zijn betere dompteurs.