'Het was net een middeleeuws hol'

Zakenman Verhoef verbleef negen maanden in Amerikaanse cel Het aantal Nederlanders in buitenlandse gevangenissen groeit gestaag. In Amerika verblijven 48 Nederlanders achter tralies. Eén van hen keerde onlangs terug.

APELDOORN, 15 FEBR. Precies een week geleden keerde exportmanager H.J. Verhoef (47) terug van een verblijf van bijna negen maanden in de Verenigde Staten. Dat verblijf was onvoorzien. In mei vorig jaar vertrok hij voor een solliciatiegesprek naar een zakenrelatie in Canada. Maar de reis strandde bij de eerste tussenlanding op het vliegveld van Miami, Florida.

Bij de paspoortcontrole bleek Verhoef te worden gezocht door de politie van de staat Tennessee, waar hij drie jaar eerder betrokken was bij levering van een produktielijn aan een lokale onderneming. Verhoef zegt zich op dat moment van geen kwaad bewust te zijn geweest. Hij werd gearresteerd en overgebracht naar een gevangenis in Miami, zonder te mogen telefoneren. Zijn vrouw en vier kinderen wisten de eerste zes dagen niet waar hij was.

Het aantal Nederlanders in buitenlandse gevangenissen groeit gestaag. Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken verblijven nu 1.500 Nederlanders in cellen in het buitenland, in 1990 waren dat er nog 651. In 80 procent van de gevallen worden de Nederlanders verdacht van drugsdelicten.

Bij Verhoef bleek dit niet het geval. Hij werd ervan beschuldigd produkten tegen te hoge prijzen te hebben geleverd. Ook zou via een valse factuur 217.000 dollar van een door de lokale onderneming verkregen overheidslening op zijn privé-rekening in Nederland zijn geboekt. Op elk van deze twee delicten staat in de VS een straf van acht tot twaalf jaar.

Uiteindelijk ging Verhoef, nadat zijn proces om voor hem ondoorgrondelijke redenen steeds werd uitgesteld, met tegenzin akkoord met een schikking. Justitie liet de eerdere beschuldigingen vallen, terwijl Verhoef een veroordeling voor een minder zwaar feit accepteerde. Daardoor kon hij na zijn proces (op 3 februari jl.) vrijwel direct terugkeren naar Nederland. Hij zegt te kunnen aantonen geheel onschuldig te zijn en wil een schadeclaim van enkele miljoenen guldens indienen bij de staat Tennessee.

Na Verhoefs terugkeer verblijven volgens Buitenlandse Zaken nog 48 Nederlanders in een Amerikaanse cel. “Als gevangene in de Verenigde Staten tel je niet meer mee. Dan ben je garbage”, zegt vice-consul G. Groenendijk van het Nederlandse consulaat in Chicago, die de belangenbehartiging van deze Nederlanders tot taak heeft. Dat geldt volgens hem vooral voor de zuidelijke staten, waaronder Florida en Tennessee. “De zuiderlingen hebben hun eigen wetten en trekken zich niets aan van de internationale verdragen.”

Verhoef ondervond dit aan den lijve. Eerst verbleef hij zes dagen in een doorgangscel in Miami, zonder schone kleren of douche. De cel was volgens Verhoef berekend op 24 gevangenen, maar bevolkt met ten minste 70 à 80 mensen. Elke vier uur, dag en nacht, moest iedereen naar buiten voor een 'telling', waarbij de blanken aan de ene kant en de gekleurden aan de andere kant moesten gaan staan. Twee toiletpotten stonden open en bloot in de ruimte. Er werd regelmatig gevochten.

Maar de doorgangscel in Miami bleek slechts een voorproefje. Op 14 mei werd Verhoef op het vliegtuig gezet naar Nashville, de hoofdstad van Tennessee. Hij kreeg handboeien om met een ketting eraan die tussen zijn benen door naar zijn rug leidde. “Ik kon in het vliegtuig nog net mijn kopje koffie naar mijn mond brengen, maar meer ook niet.” Zijn koffer bleef achter op het vliegveld van Miami. Na vele omzwervingen zou de koffer uiteindelijk in Nederland terecht komen - opengebroken. Een aantal documenten is volgens Verhoef spoorloos verdwenen.

In Tennessee kwam Verhoef terecht in de gevangenis van het plaatsje Lafayette, op de zwaarst beveiligde afdeling. “Het was net of ik in een middeleeuws hol belandde.” Achter de grote stalen celdeur drong geen daglicht door. De bedden waren aan de wand gelaste stalen platen met een plastic matrasje erop. “In Miami kreeg ik nog lakens en een handdoek, daar helemaal niets. Andere gedetineerden zeiden: het is bijna zomer, dekens krijg je niet.” Ook deze cel zou regelmatig overvol zijn.

Na enige tijd slaagde Verhoef erin contact te leggen met het Nederlands consulaat in Chicago. Vice-consul Groenendijk bracht tweemaal een bezoek aan de gevangenis en bestookt de gouverneur van Tennessee met brieven om druk uit te oefenen op de sheriff van Lafayette, een gekozen functionaris die zowel hoofd van de politie als gevangenisdirecteur is. Daarbij ging het alleen om de omstandigheden in de gevangenis, zoals het recht op daglicht, frisse lucht, recreatie en medische zorg. “Enige privacy of ontspanning was er niet”, beschrijft vice-consul Groenendijk de situatie in de gevangenis van Lafayette. “Kranten die wij stuurden, kwamen gewoon niet aan. Luchten mocht een kwartier per dag. Toen ik er was, was er net een uitbraak van schurft.”

Voor Verhoef bleef bellen met zijn vrouw onmogelijk. Pakjes bereikten hem niet, post kwam wel aan aan, maar vaak geopend en weer dichtgeplakt. In december werd Verhoefs zoon in het ziekenhuis opgenomen met een zware vorm van de ziekte van Pfeiffer. Verhoef hoorde daar pas van toen alles achter de rug was. Via Amnesty International en het Rode Kruis probeerde Verhoefs vrouw iets voor haar man te doen, maar daar zou ze geen gehoor hebben gekregen. Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken hielp haar volgens eigen zeggen niet verder. “Daar zei men alleen: de VS vormen een rechtsstaat. Als hij geen geld heeft voor een advocaat, kan hij een pro-deo-advocaat krijgen.”

“Mensen hebben vaak te hoge verwachtingen de mogelijkheden”, zegt een woordvoerder van het departement. “Wij kunnen nooit interveniëren in de rechtsgang. Het enige wat wij doen is de rechtszaak volgen en van tijd tot tijd informeren naar de gang van zaken, bijvoorbeeld bij het openbaar ministerie in het desbetreffende land.” Op de zaak-Verhoef wil hij verder niet ingaan.

Het Tweede-Kamerlid De Hoop Scheffer (CDA) verwondert zich erover dat Buitenlandse Zaken niet eerder heeft ingegrepen. “Het heeft buitengewoon lang geduurd”, aldus De Hoop Scheffer. Verhoefs familie zocht contact met het Tweede-Kamerlid, dat op zijn beurt weer contact zocht met vice-consul Groenendijk.

Groenendijk meent dat belangenbehartiging van Nederlanders in Amerikaanse cellen niet meevalt. “Zo'n sheriff is een beetje God. En Lafayette is net Spakenburg. Een paar notabelen bestieren het hele dorp.” Zijn inspanningen voor Verhoef hebben weinig uitgehaald, denkt hij. “Op mijn brieven antwoordden de autoriteiten dat de gevangenissen voldoen aan de minimumeisen van de staat in kwestie. Maar daar gaat het niet om. We hebben te maken met internationale verdragen. Maar daar gaan ze niet op in.”