Het systeem-Kohl loopt op zijn eind; Kanzlerdämmerung

Een half jaar geleden heette hij nog Der ewige Kanzler, nu is hij 'aan het einde van zijn Latijn'. Met een opmerkelijke eensgezindheid kondigen Duitse media deze weken alvast het afscheid van bondskanselier Helmut Kohl aan. Een partijgenoot: 'Vijftien jaar regeren is voor een democratie erg veel.'

Tijdens het recente debat over de arbeidsmarkt in de Bondsdag stak Helmut Kohl een stukje chocolade in zijn mond. De volgende dagen was het gebaar onderwerp van wild gespeculeer, zelfs in de serieuze bladen. Waren psychische problemen de kanselier te veel geworden? Of had hij misschien een maagaandoening? Deze week voelde Kohl zich genoodzaakt een gezondheidsverklaring af te leggen, in reactie op berichten dat hij prostaatkanker zou hebben. “Ik ben sinds 1989 niet meer geopereerd.”

Duitsland is in de greep van een onberekenbaar virus. Kanzlerdämmerung heet het. De schemering is gevallen over het tot voor kort zo succesvolle kanselierschap van Kohl. Doorgewinterde Kohl-watchers registreren inmiddels elke beweging van de kanselier om toch vooral geen enkel 'fataal' moment te missen.

Niet langer lukt het de christen-democratische leider zijn burgers gerust te stellen. Hun zorgen over werk, pensioen en belastingheffing nemen toe. Het vertrouwen in de man die hun toekomst moet garanderen, neemt af. In de opiniepeilingen is hij weggezakt. Voor het eerst in deze kabinetsperiode zien meer kiezers iets in de sociaal-democraat Gerhard Schröder, de huidige premier van Nedersaksen.

Is, zoals Der Spiegel schreef, de 'herfst van de patriarch' aangebroken? De combinatie van de almaar stijgende werkloosheid met de financieel omstreden acrobatiek om Duitsland klaar te stomen voor de monetaire unie, hebben de kanselier kwetsbaar gemaakt.

Het systeem-Kohl erodeert, zo lijkt het. Het beroemde adressenboekje waarin de kanselier tijdens Bondsdagzittingen graag bladert, raakt versleten. Bij de openlijke conflicten in zijn eigen CDU lukt het de kanselier niet meer de troepen per telefoon in het gareel te houden. Zelfs partijgenoten die hun loopbaan aan de autoritaire heerschappij van King Kohl te danken hebben, plegen nu verzet.

Openlijk speculeren politici en commentatoren over wat zij tot voor kort onmogelijk achtten: een tijdperk zònder Kohl. Namen van opvolgers passeren ongegeneerd de revue. Ze heten Wolfgang Schäuble (fractieleider van de CDU / CSU in de Bondsdag, de man in de rolstoel), Volker Rühe (de stevige CDU-minister van Defensie uit Hamburg), Theo Waigel (de man met de dikke wenkbrauwen en CSU-minister van Financiën), en Edmund Stoiber (de aalgladde CSU-premier van de deelstaat Beieren). Ook duiken de namen op van minister Jürgen Rüttgers van Onderwijs en Technologie, en Rudolf Seiters, de vice-voorzitter van de Bondsdagfractie, die geschikt zouden zijn om hem op termijn op te volgen. Zelf roepen alle kandidaten om het hardst dat Kohl toch vooral kanselier moet blijven.

In oktober kon Kohl nog het feit vieren dat hij de langstzittende naoorlogse bondskanselier was. Jubel en eerbetoon alom. Hetzelfde weekblad Der Spiegel liet zijn jarenlange oppositionele houding tegenover de bondskanselier even varen en zette hem groot op het omslag: Der ewige Kanzler. Kohl werd in één adem genoemd met Bismarck en Adenauer. De stemming is snel omgeslagen.

Almaar hoger lijkt het Duitse begrotingstekort te worden. Vorig jaar leidde de stijgende werkloosheid tot extra uitgaven van 12,5 miljard mark. Zoiets moet dit jaar niet weer gebeuren, anders haalt de Bondsrepubliek de criteria voor toetreding tot de EMU niet. Hoe kan Kohl zich uit deze crisis redden nu de economische tegenwind ook de Europese kroon van zijn hoofd dreigt te blazen?

En afgelopen week werden de dramatische cijfers gepresenteerd waaruit blijkt dat de Bondsrepubliek momenteel 4,7 miljoen werklozen heeft, een naoorlogs record. “Dit zijn de zwartste cijfers uit mijn hele ambtsperiode”, zei de kanselier bedrukt.

Buitengewoon ongelukkig

De hoge werkloosheid van 12,2 procent is natuurlijk niet alleen Kohl aan te rekenen. Overheden scheppen nauwelijks banen, dat doen vooral bedrijven. Wel kan de staat voorwaarden scheppen waarbinnen ondernemingen concurrerend kunnen werken. Temeer omdat tachtig procent van de Duitse werkloosheid volgens het Internationale Monetaire Fonds is toe te schrijven aan structurele obstakels in de economie. Belastingen zijn te hoog, de arbeidsmarkt is te star, bedrijven kampen met een loden last aan regels. Werk is door alle Lohnnebenkosten te duur. Vergeleken met Nederland zijn de salarissen 25 procent hoger.

De vraag in Duitsland is of de bondskanselier nog de visie, laat staan de moed heeft om de sociale en economische hervormingen door te drukken die het land aan de vooravond van een nieuwe eeuw aan meer banen en een 'optimistisch gevoel' moeten helpen. De Sisyphus-arbeid van de eenwording vraagt om een nieuwe impuls. De euro dringt. De verhuizing naar Berlijn staat voor de deur. “Vijftien jaar regeren is voor een democratie erg veel”, constateert een prominente christen-democraat desgevraagd. “Misschien is het voorbij.”

Nu heeft Kohl vaker voor hete vuren gestaan. In 1989 drukte hij een opstand van zijn partijgenoten Heiner Geissler, Rita Süssmuth, Lothar Späth en Kurt Biedenkopf effectief de kop in. Maar er zijn belangrijke verschillen. De problemen van toen zijn kinderspel vergeleken bij die van nu. De werkloosheid stond op 1,9 miljoen, de politieke thermometer van Kohl functioneerde optimaal.

De conservatieve krant Die Welt signaleerde onlangs Kohls afnemende bereidheid om politieke dialogen te voeren. “De presidiale kanselier neigt naar monologen en daarmee naar een zelfgekozen isolement.” Het doet denken aan het gedrag van politieke leiders als Thatcher en Lubbers in hun nadagen.

Niet bekend

Het nieuwe jaar begon buitengewoon ongelukkig voor de bondskanselier. De twee grote waagstukken waarmee de regering zich wilde opmaken voor de Bondsdagverkiezingen van 1998, werden uitermate teleurstellend gepresenteerd. Half januari maakte minister Waigel van Financiën zijn 'grosse Steuerreform' bekend, een revolutionaire belastingverlaging die in 1999 moet ingaan. Alleen, de financiering ter waarde van dertig miljard mark was nog niet rond. Bovendien was Waigel er gemakshalve vast van uitgegaan dat hij extra inkomsten kon boeken door een aantal pensioenuitkeringen te belasten.

Minister Blüm van Arbeid en Sociale Zaken voelde hier weinig voor. Een week later zou Blüm met een eigen plan komen om de AOW en het pensioenstelsel ingrijpend te hervormen. Omdat hij uitging van een verlaging van de pensioenen, was elke extra belastingheffing te veel gevraagd.

Beide ministers wekten de indruk elkaar nauwelijks te hebben gesproken voordat de voorstellen werden gepresenteerd. De schade was niet te overzien. Als Waigel zijn zin kreeg, dreigde Blüm, zou hij opstappen: “Da mache ich nicht mit”, liet hij zijn collega's met een verhit hoofd weten. Binnen de top van zijn partij stemde hij vervolgens tegen de belastinghervorming. En avond aan avond verscheen Blüm op de televisie om de belangen van de ouderen te verdedigen.

De jonge garde uit de CDU vond dat Waigel beter kon opstappen. Spreekbuis van de zogeheten 'jonge wilden' was Christian Wulff, CDU-voorzitter in Nedersaksen. Hij noemde Waigels hervorming 'halfhartig' en niet de grosse Wurf die in het vooruitzicht was gesteld. Daarmee konden de christen-democraten de verkiezingen van volgend jaar niet ingaan. Wulff had een van de grote taboes van het 'systeem-Kohl' doorbroken. Hij had het aangedurfd zijn kritiek naar buiten te brengen.

Kohl slaagde er niet in de partijdiscipline te herstellen. Zijn kabinet speelde als een orkest waarvan de dirigent is weggelopen. Tot januari was het hem altijd gelukt met een mengeling van patronage en vrolijke vleierijen zijn manschappen bij elkaar te houden. In de partijtop die maand wijdde hij drie minuten aan de eruptie van de 'jonge wilden'. “Er habe das nicht toll gefunden”, schreef de Süddeutsche Zeitung - en vroeger was dat machtswoord genoeg geweest om elke oppositie tot bedaren te brengen. Nu lieten de jonge CDU-politici zich de mond niet snoeren.

Erger nog dan de rebellie van de 'jonge wilden' vond Kohl het optreden van zijn jarenlange vertrouweling Blüm die openlijk klaagde dat hij “te weinig steun van de kanselier” kreeg. Het kwam tot een intussen beroemd geworden scène, waarbij Blüm en Kohl (“zo laat ik me niet behandelen”, bulderde de reus uit Oggersheim) elkaar binnenskamers toeschreeuwden. Sinds lang had de kanselier zich in grotere kring niet meer zo laten gaan.

Nog is Blüm binnenboord gebleven omdat hij, in elk geval voorlopig, zijn zin lijkt te hebben gekregen. Maar de burger volgt het gekrakeel in Bonn met stijgend wantrouwen, aangewakkerd door krantenkoppen als Die Nerven werden dünner, Das Ende der Furcht vor dem Herrn en Der Mannschaftsgeist ist tot.

Crises in Duitsland roepen al gauw het spookbeeld van de Weimarrepubliek (1919-1933) op. Zeker nu de werkloosheid het oude record uit die crisisjaren heeft geslagen. Maar dergelijke duistere vergelijkingen mogen niet worden getrokken, is de overheersende mening.

“Het eigenlijke probleem is niet Weimar”, stelt Josef Joffe van de Süddeutsche Zeitung vast. In Weimar radicaliseerde de samenleving en viel het politieke midden uiteen. Nu is het tegenovergestelde het geval. Het politieke midden is groot en onbeweeglijk. Joffe heeft er een woord voor: 'het Kohlisme'. Jarenlang functioneerde de strategie van de status quo ('aussitzen', heet dat in de Duitse politiek) uitstekend. “Nu is zij aan het einde van haar Latijn.”

Slakkentempo

Kohl heeft zichzelf overleefd, zei de Hamburgse politicoloog Joachim Raschke deze week. Hij raakt zijn vertrouwen kwijt, verliest het vermogen om stemmingen in te schatten. “Dit is altijd het begin van het einde.” De kanselier is volgens de Hamburgse wetenschapper ongeschikt om de nodige economische en maatschappelijke hervormingen door te drukken. In kringen van het bedrijfsleven valt eveneens een stijgende scepsis te beluisteren.

Volgens ingewijden zou Kohl de afgelopen maanden ten minste drie keer hebben gedreigd het bijltje erbij neer te gooien. Toen de FDP de solidariteitstoeslag voor het Oosten wilde afschaffen, tijdens een debat over de vraag wat er moest gebeuren als Duitsland de EMU-criteria niet zou halen, en naar aanleiding van de recente spanningen over de belasting- en pensioenhervorming.

Toch blijft het onverstandig Kohl te onderschatten. Hij mag minder ambities hebben dan zeven jaar geleden, de bondskanselier voelt zich nog steeds verantwoordelijk voor de stabiliteit in en rondom zijn land. Nog altijd is zijn aanzien internationaal groot. Hij ziet zichzelf als een politiek baken, is nog niet klaar met zijn Europese project, de EMU. Biedt een grote coalitie, met de sociaal-democratische oppositie erbij, wèl de gewenste stabiliteit waarnaar veel Duitsers hunkeren?

Er liggen nu twee voorstellen op tafel die Duitsland verder kunnen helpen. Waigels plan voor belastingverlaging is veelbelovend, zodra het financieel sluitend kan worden gemaakt. Dat burgers en bedrijven minder belasting gaan betalen (de hoogste schijf dient volgens Waigel te worden gereduceerd van 53 naar 39 procent) is uniek. Het kan de gewenste investeringsimpuls opleveren, waaraan Duitsland zo'n grote behoefte heeft. Wat de pensioenhervorming betreft moet meer werk geleverd worden.

Beide plannen vragen erom dat het slakkentempo vaarwel wordt gezegd, waarmee tot nu toe aan de veranderingen is gewerkt. Van bondskanselier Kohl is het verlossende woord gewenst, ook over zijn kandidatuur bij de verkiezingen van 1998, in plaats van het besluit over zijn opvolging vooruit te schuiven tot komende zomer.

In de coalitie groeit de druk op Kohl om binnen enkele weken - in elk geval voor april - een beslissing te nemen. Langer speculeren over de troonopvolging doet Duitsland geen goed, de huidige inertie werkt verlammend.

Is het toeval dat uitgerekend Christian Wulff, de 'jonge wilde' uit Nedersaksen, begin deze week liet weten dat de politici deze zomer maar beter niet met vakantie kunnen gaan?