'Het regime van Miloševic rot weg'

De protesten tegen president Miloševic gaan door, ook nu de verkiezingszege van de oppositie is erkend. Miloševic' biograaf heeft het laatste deel van zijn werk vast de werktitel 'De Val' meegegeven.

BELGRADO, 15 FEBR. “Het is voorbij voor Slobodan Miloševic. Ik zie geen uitweg, en dat maakt me bang. Een gewond dier is het gevaarlijkst, want dat vecht voor zijn leven.”

Slavoljub Djukic, voormalig redacteur bij de krant Politika, publiceerde vorige maand het derde deel van zijn biografie van president Slobodan Miloševic en Mirjana Markovic, het echtpaar dat de afgelopen tien jaar het lot van Joegoslavië heeft bepaald. Hij, zij en wij is een bestseller. De eerdere delen heten De weg naar de macht en Van glorie tot haat. Djukic is nu begonnen met de aantekeningen voor deel vier. De Val, zo luidt de werktitel alvast.

Djukic is bezorgd over de toekomst. “Alles wordt dit jaar opgelost. Een sociale en economische catastrofe is onvermijdelijk. De industrie is op sterven na dood, de helft van de beroepsbevolking is werkloos, de valutategoeden zijn bijna op. Het regime rot weg.”

1997 is een verkiezingsjaar. Er wordt een nieuw Servisch parlement gekozen, en Miloševic heeft er dit jaar zijn tweede termijn als president van Servië op zitten. Volgens de grondwet mag hij zich niet kandidaat stellen voor een derde termijn. Djukic: “Op dit moment kan hij geen tweederde meerderheid vinden om de grondwet aan te passen. Hij kan lamme excuses bedenken om zijn presidentiële termijn te verlengen, maar dat betekent nieuwe protesten.” Er wordt gespeculeerd dat Miloševic zich tot president van de Joegoslavische federatie wil laten kiezen en dit inhoudloze ambt met nieuwe bevoegdheden wil bekleden. Maar Joegoslavië bestaat uit Servië en Montenegro. Djukic: “Aan zo'n scenario moet Montenegro meewerken en vrijwillig een deel van zijn autonomie inleveren. Dat zit er niet in.”

Zonder Miloševic stort het socialistische bestel in, denkt Djukic. “Als hij zich op dit moment herkiesbaar kon stellen, wordt hij door gebrek aan goede tegenstanders herkozen. Zonder hem wordt de socialistische partij, de SPS, totaal van de kaart geveegd. Serviërs volgen leiders, geen ideeën.”

Slobodan Miloševic, de meest teruggetrokken staatsman van Europa, is geen eenvoudig onderwerp voor een biograaf. Djukic: “Door te zwijgen schept Miloševic zijn eigen mystiek. Tijdens de laatste campagne sprak hij alleen achter gesloten deuren met groepjes aanhangers en bezocht hij geen enkele stad.” Het zwijgen is eerder een kwestie van karakter dan een welbewuste strategie, meent Djukic. “Hij is een eenzame man, die zich alleen bij zijn vrouw op zijn gemak voelt. Dat is een van zijn paradoxen. Hij heeft zich door de massa's in het zadel laten tillen, maar toch ken ik geen staatsman die zich zo ongemakkelijk voelt in een menigte.” Dat bleek in de pro-regimebetogingen die zijn partij eind december in Belgrado op touw zette. Djukic: “Miloševic zou alleen van het presidium naar het Terazije-plein lopen en wat wuiven, zo luidde de afspraak. Uiteindelijk liet hij zich toch overhalen om iets te zeggen.” Het werd een treurig schouwspel. De betogers scandeerden hun ingestudeerde spreekkoor: “We houden van je, Slobodan.” Miloševic antwoordde wat schaapachtig: “Ik hou ook van jullie.” Dat antwoord werd een standaardgrap van de oppositie.

Het laatste hoofdstuk van Hij, zij en wij begint op de avond van de verkiezingsdag, 17 november vorig jaar. Het echtpaar Miloševic ging om negen uur 's avonds slapen, ongewoon vroeg. Er leek geen vuiltje aan de lucht. Twee uur later werden ze gewekt: veertien grote steden waren bij de lokale verkiezingen in handen van de oppositie gevallen. De volgende ochtend vergaderde Miloševic met zijn verkiezingsstaf.

Djukic: “Miloševic zelf wilde aanvankelijk de uitslag niet ongedaan maken. De verkiezingscampagne was slap geweest, verweet hij zijn staf. Iedereen had te licht over de zaak gedacht. De nederlaag was een goede waarschuwing voor de komende verkiezingen.” In de loop van de dag begonnen de lokale partijbazen echter druk uit te oefenen op zijn omgeving om de uitslag te annuleren. 's Avonds besloot Miloševic dat alsnog te doen. De protesten verrasten hem totaal. Djukic: “Servië leek een dode zee, Miloševic moet hebben gedacht dat hij nog zeker tien jaar kon doorregeren. Maar de spons was vol.”

Volgens Djukic maken veel Westerse waarnemers de fout hem een strategie toe te schrijven. Miloševic heeft maar éénmaal met een draaiboek gewerkt: toen hij in 1987 zijn beschermheer Ivan Stambolic ten val bracht. “Sindsdien is het chaos en improvisatie. Miloševic is een man wiens stemming heen en weer schiet tussen arrogante overmoed en paniek. Als hij zich ongerust maakt, is hij een briljant tacticus, maar het ontbreekt hem aan elke visie voor de lange termijn.”

Een maand lang negeerde Miloševic het burgerprotest. Het zou wel verwaaien in de ijzige oostenwind. Daarna begon hij een spel van confrontaties en concessies, van schijnmanoeuvres en terugtrekkende bewegingen. Uiteindelijk gaf Miloševic toe, na eerst in Belgrado de oproerpolitie twee dagen op de betogers te hebben losgelaten. Djukic: “Dat geweld was niet meer dan een show. Als hij had gewild, waren de straten van Belgrado in een oogwenk schoongeveegd. Het kan zijn dat Miloševic duidelijk wilde maken dat hij nu toegaf, maar dat hij in principe ook de gewelddadige optie kon kiezen.”

Servië bevindt zich in de nadagen van Slobodan en Mira. De meest impopulaire politicus van Servië is niet Miloševic, maar zijn echtgenote Mirjana Markovic. Zij leidt de partij JUL, Joegoslavisch Verenigd Links. JUL heeft nauwelijks kiezers, maar beschikt via een lijstverbinding met Miloševic' SPS wel over zetels in de parlementen. Markovic en Miloševic leerden elkaar kennen op de middelbare school en zijn al veertig jaar onafscheidelijk. Markovic is een overtuigde communiste. Orthodox marxisme combineert ze in haar columns in het blad Duga met bizarre invallen. Zo eiste ze uit bewondering voor het Chinese communisme dat Belgrado een eigen Chinatown kreeg. Naar geschikte Chinezen wordt nog gezocht.

Djukic: “In haar hoofd woedt nog altijd oorlog tussen partizanen en cetniks om Servië, met de oppositie in de rol van de cetniks. Mira Markovic denkt de enige manier te hebben gevonden om de erfenis van Tito te beheren en fantaseert dat het communisme in de 21ste eeuw vanuit Servië opnieuw de wereld zal veroveren. Maar op de korte termijn is ze even pragmatisch als haar echtgenoot. Zij vond veel eerder dan hij dat het nodig was de zege van Zajedno te erkennen.”

Haar partij JUL is een curiositeit. Ideologisch is JUL doordesemd van nostalgie naar het oude Joegoslavië, maar de leden zijn vooral zakenlieden die met hun lidmaatschap invloed kopen. Markovic wuift kritiek weg met de mededeling dat ook Friedrich Engels een grootindustrieel was. Djukic: “De relatie tussen Miloševic en Markovic is complex. Het zijn twee sterke, ambitieuze karakters, ze wedijveren ook met elkaar. Toch is het een zeer hecht huwelijk, ik denk dat Slobodan nog evenveel van haar houdt als veertig jaar geleden. Zij heeft zijn loopbaan geprogrammeerd en selecteert zijn medewerkers. Ze zullen de geschiedenis ingaan als dictatoriale idylle. Juan en Evita, Nicolae en Elena, Ferdinand en Imelda, Slobodan en Mira.”

De afgelopen nieuwjaarsnacht bracht het echtpaar in eenzaamheid door, in het oude jachtverblijf van Tito. Daar viel in de loop van de avond de stroom uit. De week daarop werd de directeur van de elektriciteitscentrale ontslagen. “Ze isoleren zich meer dan vroeger”, zegt Djukic. “Rationeel gezien is er maar één optie waarmee Miloševic een rol kan blijven spelen in de Servische politiek: oppositieleider worden. Maar ik vrees dat hij daartoe niet in staat is. En alle andere wegen leiden tot bloed en chaos.”