'Het oorpeuteren van mijn gasten boeit me niet'

Zeeman met boeken in VPRO's Laat op Ned 3: 12 maart, 9 april, 7 mei en 4 juni.

'Het lijkt wel of een programma over kunst per definitie over de kunstenáár moet gaan. Negentig procent op televisie is al human interest, laat die tien procent dan intellectual interest zijn. Het privé-leven van een gesprekspartner moet niet voor het besproken boek geschoven worden. Het interesseert me geen bal wat er door die mensen heen gaat, het nachtleven of oorpeuteren van mijn gasten kan me niet boeien.''

Zeeman met boeken, het maandelijks in VPRO's Laat uitgezonden boekenprogramma van Michaël Zeeman, waarvan de zesde aflevering afgelopen woensdag werd uitgezonden, is nadrukkelijk wat het zegt te zijn: Zeeman met boeken. In zijn programma speelt literatuur, met een hoofdletter L, de hoofdrol. “Op het uitwisselen van genoeglijke ditjes en datjes is hij niet uit”, contstateerde een criticus. Zeeman, 'Olivier B. Bommel in letterenland', zou terugdeinzen voor het persoonlijke, waardoor zijn gesprekken 'steriel en bloedeloos' bleven.

“Ik geloof niet dat dat met angst te maken heeft. Ik leid een tamelijk onthutsend leven, ik doe veelvuldig alles wat god verboden heeft”, reageert Zeeman, in zijn uit boeken opgetrokken woonkamer. “Niets is zo onveilig als het hoofd. Ik voer nog dagelijks gesprekken waarin zich ravijnen openen. We bestaan pakweg voor vijf procent uit bewustzijn, de rest is een borrelend gat. Ik raak regelmatig ontroerd.” Hij schiet in de lach. “Niet kunnen slapen door een boek, een brok in je keel krijgen van een stuk muziek dat je nota bene zelf speelt, verschrikkelijk toch? Maar op tv hebben ze met dat brok in de keel niets te maken. Zeggen wat je van een bepaald boek denkt vind ik trouwens tamelijk intiem.”

Wie de uitzending van afgelopen woensdag, die geheel aan biografiën gewijd was, bekeek, wachtte een aangename verrassing. Zeeman met boeken is volwassen geworden. Het korte kapsel, het ontspannen gezicht, de spontane lach: de presentor heeft aanzienlijk aan televisability gewonnen. Na twee seizoenen zijn ook kinderziektes verdwenen, zoals het rechtstreeks tegen de camera praten. Dat leverde ongemakkelijke momenten op die de kijker het zweet deden uitbreken. Ook begeven de discussies zich niet langer op een onbegrijpelijk, pretentieus en abstract niveau. Voor het eerst is het programma ook werkelijk nieuwsgierig makend. Wie getuige was hoe woensdagavond verschillende boeken enthousiast de hemel in geprezen werden, voelt zich warempel genoopt tot een gang naar de boekhandel.

“De afgelopen tijd zijn de reacties nogal vleiend. Daar heb ik alle begrip voor”, zegt Zeeman opgewekt. “Men vindt het leuk, het spoort aan tot lezen, vindt de discussie interessant. Inmiddels vind ik het leuk om op televisie te zijn. Vroeger had ik er een afkeer van, nu heb ik zelfs een televisie in mijn huiskamer. Uit hoffelijkheid jegens mijn omgeving heb ik er een aangeschaft, het leek me verstandig om te weten waar ze het over hebben als er over tv gepraat wordt. Ik maak dat programma om dezelfde reden dat ik lees en schrijf: om meer aan de weet te komen.”

“Een uitzending is voor mij geslaagd als ik meer over de boeken te weten ben gekomen dan ik al wist. Het maken van dit programma heeft me geleerd dat we blijkbaar lezen met een aantal mogelijke registers, die je al dan niet aanspreekt. Bij het ene boek leg je een ander systeem van criteria aan dan bij het andere. Waarom, dat is me nog een raadsel.”

Zeeman werkt met vaste panelgasten, Maarten van Rossem, Stephan Sanders en Ieme van der Poel, afgewisseld door Aleid Truijens, Dirk van Weelden, Kees Fens en Nelleke Noordervliet. “Het is een soort soap, met de vaste gasten als steeds terugkerende personages. Thuis zijn het waarschijnlijk onoverzichtelijke persoonlijkheden, maar een uur televisie reduceert hen tot trekjes. Dat is wat televisie doet: het zet een accent op iemand. Romaniste Ieme van der Poel ken ik in het dagelijks leven als een spitse, belezen vrouw, een geleerde, maar op televisie zie je vooral de deftige dame. De historicus Maarten van Rossem wordt een straatjongen met branie, Stephan Sanders, schrijver en columnist, nadrukkelijk een empatische persoonlijkheid. Zelf ben ik, geloof ik, een combinatie van slimheid en ijver. Iemand die met een ongelooflijke gedrevenheid in de discussie hangt. Terwijl ik in het dagelijks leven heus nog wel wat anders doe dan streepjes in boeken zetten.”

“De boeken kies ik zelf uit. Ik lees nogal veel, en de hele maand denk ik: dit, en dat, en zou ik dat misschien... Zo ontstaat een leuk stapeltje. Zonder hulp kan ik niet, er moet iemand zijn die voorkomt dat ik teveel het heelal in schiet met mijn onderwerpen. Mijn kennis is te gespecialiseerd. Een totaal onbekende auteur in een aflevering mag, je moet iemand kunnen introduceren als je het werk belangrijk genoeg acht. Teveel is niet goed. Verder moet er enig verband met de actualiteit zijn. Ten tijde van de Amerikaanse verkiezingen deden we Amerikaanse literatuur, in december de oogst van het afgelopen najaar, en de volgende uitzendig valt in de Boekenweek dus ligt het voor de hand dat we daar iets mee doen.”

Van kritiek ligt de presentator niet wakker. “De meeste kritiek is zo verschrikkelijk kinderachtig, daar kan ik me niet gekwetst door voelen. Nee zeg, stel je voor”, schatert hij, “het lijkt me verschrikkelijk als je je moet afvragen of het het allemaal wel waard is.”

“Ik zou graag een interview-programma maken zoals het Britse Face to face. Maar ik zou dat nu nog niet kunnen, ik heb nog veel te leren. Misschien in de toekomst, wie weet. Ik vind televisie een geweldig leuk medium. Ik ben beslist van plan ermee door te gaan.”