Griekenland; Rotonde mag nooit meer een kerk worden

THESSALONIKI, 15 FEBR. In Thessaloniki, dit jaar Culturele Hoofdstad van Europa, is een conflict uitgebroken over de Rotonde, het oudste gebouw van de stad. Het fraaie bouwwerk is opgericht aan het einde van de derde eeuw na Christus, waarschijnlijk om te dienen als mausoleum voor keizer Galerius, die op 200 meter afstand ook een triomfpoort had laten neerzetten wegens zijn overwinning op de Perzen in 297 - ze staat daar nog steeds, zij het zwaar in de steigers.

Galerius was ook de man die in het kader van zijn christenvervolgingen Dimitrios liet doden, de latere beschermheilige van de stad.

Al een eeuw later moet de Rotonde kerk zijn geworden, gewijd aan de heilige George, en na de komst van de Turken in 1430 werd zij moskee (er staat nog steeds een halve minaret op). Toen de stad in 1912 onder Griekenland kwam, kreeg de Rotonde de functie van historisch monument.

Kerkelijke organisaties, vanouds nogal invloedrijk in deze stad, verkondigen al vele jaren dat het gebouw weer als kerk in gebruik moet worden genomen. Deze 'christelijke fundamentalisten' zijn te vergelijken met de Turken die ervoor ijveren dat de Aya Sofia in Instanbul weer moskee wordt - die is als kerk gebouwd maar werd onder Atatürk museum. Het verlichte deel van de burgers vindt dat de toestand moet blijven zoals zij sinds 1912 is: het moet een ruimte zijn, open voor alle instellingen, dus ook voor de kerk.

Een paar jaar geleden spitste het conflict zich toe. Fanatieke religieuzen, georganiseerd in parakerkelijke organisaties als Zoï (Leven) bestormden het interieur tijdens een concert en sloegen de piano in duigen - een optreden waartegen de bisschop niet protesteerde. Tijdens de vorige socialistische regering werd een soort tussenoplossing bedacht; geen compromis, want de Kerk betoonde zich niet akkoord. Er zouden jaarlijks drie 'wereldlijke' manifestaties mogen plaatshebben en drie kerkelijke, maar die dan wel onder de auspiciën van de plaatselijke universiteit.

De huidige minister van Cultuur, Venizelos, is hierop teruggekomen: de regeling druist in, zo stelt hij, tegen de 'grondwettelijk vastgelegde vrijheid van godsdienstuiting'. In het kader van het Culturele Jaar zullen in principe zowel wereldlijke organisaties als de Kerk er meer dan drie keer gebruik van mogen maken, maar de Archeologische Dienst moet wel na elke manifestatie nagaan of het gebouw er nog tegen kan - want het heeft, zoals veel in Thessaloniki, zware schade opgelopen bij de aardbeving van 1978. Voor huwelijks-, doop- en begrafenisplechtigheden blijft het taboe.

Sommigen zien in deze kleine concessie een wijken voor de druk van de Kerk. Deze heeft in dit Culturele Jaar een bijzondere machtspositie omdat het hoogtepunt van het hele festijn moet bestaan uit een tentoonstelling van 589 schatten van negentien kloosters (het twintigste weigert elke samenwerking) van de Heilige Berg Athos. Veel van die kunstschatten konden nog nooit door de buitenwereld worden bezichtigd, in ieder geval niet door vrouwen want die zijn op Athos ongewenst. De tentoonstelling gaat pas in juni open en de monniken, merendeels fanatiek religieus, hebben volgens velen tegeneisen gesteld voor de uitlening van hun schatten.

Er worden ook verbanden gelegd tussen de machtspositie van de Kerk en het feit dat de grote rol die de joden in Thessaloniki hebben gespeeld bij nader inzien weer wat wordt geretoucheerd - zoals dat steeds het geval is geweest sinds de liquidatie van 54.000 burgers tijdens de bezetting in 1943 en 1944. In het begin van deze eeuw vormden de joden - merendeels sefardische vluchtelingen uit Spanje, door de Turken in het laatst van de vijftiende eeuw toegelaten - zowat de helft van de bevolking. Ze hebben een groot stempel gedrukt op de culturele, commerciële en sociale geschiedenis van de stad. Op zaterdagen bleef daar de haven dicht.

Het hoofdstadschap zou aanvankelijk worden aangegrepen om met allerlei manifestaties de aandacht te vestigen op dit joodse aandeel. Het Jaar was opgesplitst in weken, elk gewijd aan een bepaald onderwerp. “Maar ook die ene week krijgen we niet”, klaagt Andreas Sefygás, voorzitter van de joodse gemeente ter plaatse, die nog slechts uit 1.500 zielen bestaat. Tegen deze achtergrond heeft de gemeente nu eigen initiatieven genomen. Er komen diverse tentoonstellingen, een concert van onder andere de prachtige sefardische liederen die hier zijn ontstaan en in oktober een groot congres van joodse gemeenschappen van heel Europa. Dat zal stellig niet worden gehouden in de Rotonde.

    • F.G. van Hasselt