'Gemeentelijke coffeeshops' sluizen verboden handel naar legaal gebruik; Witte wiet

Gemeenten die greep willen krijgen op de handel in wiet en hasj beginnen zelf een coffeeshop. Maar terwijl de joints de voordeur legaal verlaten, komen de softdrugs ook hier nog illegaal binnen. Over discretie van de fiscus, de CAO van de inkoper en een pragmatisch OM: 'Het is beter ervoor te kiezen niet te weten.' Schemerzones van 'gecontroleerde verkoop'.

In zijn huiskamer hangt een zoetige, weeë lucht. De subtropische atmosfeer en zoemende vliegen zijn te danken aan een apparaatje waaruit een onafgebroken pluim waterdamp opstijgt. De modder op de tegelvloer komt van zijn plantage. Wout (50) woont met drie cavia's ergens in een nieuwbouwwijk in het noorden van het land en verbouwt wiet. Het hele huis is ervan doortrokken.

Het tuindersbestaan lonkte “omdat een uitkering echt te weinig is om van te leven”. Boven heeft hij, onder een drietal lampen, zo'n vijftig planten staan. Vochtigheid en temperatuur zijn hier hoger, de vliegen nog talrijker en de lucht ruikt zwaar naar wiet. “De oogsttijd duurt ongeveer twee maanden en brengt twee ons op. Een deel rook ik natuurlijk zelf, maar het grootste deel verkoop ik aan de coffeeshop.”

Over de winst die hij maakt, betaalt Wout na aftrek van zijn onkosten omzetbelasting. Het bedrag dat hij overhoudt maakt hij over naar de sociale dienst. De sociale dienst staat toe dat Wout op deze manier de onkosten die hij maakt - zijn autokosten, telefoon- en elektriciteitsrekening - met zijn wiethandeltje bekostigt. “Die onkostenvergoeding is net wat het leven voor mij draaglijk houdt. Verder wil ik alles zo legaal mogelijk doen. Niemand heeft last van me, laat ze mij alsjeblieft ook met rust laten.” Een aantal jaren geleden deed de politie bij hem een inval en werden al zijn planten in beslag genomen. Financiële gevolgen heeft dat niet gehad, want de wet was toen nog niet zo streng als tegenwoordig - de boete per plant was minder hoog. Maar de schrik zit er nog altijd in. “De politie weet het, de buurt weet het. Dus ik probeer niemand voor de voeten te lopen.” In zijn auto op weg naar de coffeeshop in Delfzijl wijst hij op de uitpuilende asbak. “Ik laat er nooit jointfiltertjes in zitten. Voor het geval de politie je aanhoudt.” Hij weet wel dat de kans daarop buitengewoon klein is, “maar je voelt je toch pas gerust als je je spullen hebt afgeleverd en het geld op zak hebt.”

Wout zit als kweker en leverancier aan de verkeerde kant van de wet. Zijn handel behoort tot het illegale traject in de softdrugsketen dat 'de achterdeur' wordt genoemd. Toch levert hij aan Paradox, een 'gecontroleerd verkooppunt van cannabisprodukten' in Delfzijl dat door de gemeente zelf is opgericht. Wout is strafbaar tot de wiet daar door de zogeheten 'voordeur' gaat.

Bussumse model

Maar waar houdt het zakje dat Wout vervoert op illegaal te zijn? De beheerder van coffeeshop Paradox, Geert Kunst, heeft hem verwacht. In zijn kantoortje haalt Wout zijn oogst tevoorschijn. Kunst legt de wiet op een weegschaaltje, waarna hij de prijs berekent. Stel: op dit moment valt de politie binnen - is Wout dan nog strafbaar? Kunst knikt na enig denken. “We moeten eerst nog even de kwitantie tekenen. Pas daarna is Wout veilig.” Wout zet zijn handtekening en is vanaf dat moment niet meer strafbaar - ongeveer twee ons nederwiet zijn door een handtekening legaal geworden. Wouts handel is nu 'de voordeur door' en wat meer is: over een week ontvangt hij twaalfhonderd gulden op zijn bankrekening.

Het kabinet wilde de kleinschalige kweek van wiet tot honderd planten gedogen, om de handel uit de klauwen van criminele handelaren te houden. Maar in 1996, een jaar na het verschijnen van de drugsnota, kwam het openbaar ministerie met een verscherpte richtlijn, grotendeels onder druk van de kritiek die de Franse president uitte op het Nederlandse drugsbeleid. De toegestane hoeveelheid wietplanten werd gereduceerd van honderd tot vier. Ook was het voortaan verboden meer dan vijf gram wiet op zak te hebben, in plaats van de dertig gram die voorheen was geoorloofd. Bovendien werd voor het eerst vastgelegd hoeveel handelsvoorraad coffeeshops maximaal in huis mogen hebben: een pond. Wel liet minister Sorgdrager ruimte aan gemeenten om hun drugsbeleid nader vorm te geven in het driehoeksoverleg tussen officier van justitie, burgemeester en korpschef.

Gemeenten willen greep krijgen op de drugsmarkt, te beginnen bij de handel in wiet en hasj. Sommige kiezen voor de 'nuloptie': geen enkele coffeeshop toestaan. Andere gemeenten zoeken juist de grenzen van het gedogen op. Zaandam, Zoetermeer en Heerhugowaard staan coffeeshops toe waarvoor zij zelf het bestuur hebben samengesteld. De shops zijn ondergebracht in een stichting. De gemeente Purmerend overweegt twee coffeeshops te openen, en in Doesburg wordt gedacht over gecontroleerde verkoop van softdrugs bij de sigarenboer. In Delfzijl stelde het college van B en W voor de opening van Paradox een pand en een renteloze lening van 75.000 gulden ter beschikking.

Het wordt 'het Bussumse model' genoemd: in Bussum verkoopt de stichting Piramide sinds 1992 met instemming van de gemeente, politie en justitie softdrugs - in de tien jaar daarvoor deed een andere stichting dat. Ook in het Bussumse gemeentehuis spreken ze nu van een 'gecontroleerd verkooppunt' van softdrugs - er kan beter worden gecontroleerd of de criteria voor de verkoop van softdrugs worden nageleefd: geen verkoop aan jongeren onder de achttien, geen harddrugs, geen overlast.

Bonnetjes

Tientallen delegaties van geïnteresseerde gemeenten kreeg Piramide de afgelopen jaren over de vloer, maar het blijft tobben. Uit een recent onderzoek van de Universiteit Leiden onder 750 gemeenteraadsleden en wethouders blijkt de helft van de ondervraagden 'wel iets in het Bussumse model' te zien, maar veertig procent moet er niets van hebben. Want bestuurders die de verkoop van softdrugs willen controleren, zijn nog steeds genoodzaakt tot een rekkelijke houding ten opzichte van handel die bij de wet verboden is. De achterdeur blijft illegaal.

De fiscus trekt zich daar overigens weinig van aan. In Nederland betalen alle coffeeshops belasting. “Coffeeshops zijn gewone ondernemingen”, zegt een woordvoerster van de Groningse belastingdienst. “Dus komen daar van tijd tot tijd controleurs langs die de papieren willen zien. Is er geen administratie, dan maken we onze eigen winstberekening op basis van branchegegevens en specifieke informatie. De bewijslast ligt dan wel bij de ondernemer. Het is dus in het belang van de ondernemer om zijn papieren op orde te hebben.”

Hoeveel controle levert een gecontroleerd verkooppunt de politie en de gemeente op? Willem Panders (40), directeur van de Bussumse Stichting Piramide, draagt persoonlijk zorg voor de twee voorraadlijsten. “De politie komt hier gemiddeld een keer per week. Dan zijn ze zo'n half uurtje bezig.” Hij schuift twee lijsten over tafel. De ene is de 'ladenvoorraad', waarop per dag de verkoop van elf soorten hasj en wiet is bijgehouden. De andere, de 'brandkastvoorraad', vermeldt de verkoop per week en laat zien van welke soort moet worden bijgekocht. “Vroeger woog de recherche alles nog na. Nu kijken ze alleen of we een beetje bij de voorraadnorm van 500 gram blijven.”

Net als Geert Kunst van Paradox ontvangt Panders kwitanties van leveranciers, zodat de weekomzet kan worden vergeleken met de uitgeschreven bonnetjes. Panders: “Voor het jaarverslag wordt alles aan het einde van het boekjaar nagerekend door een accountant van het boekhoudkantoortje van onze penningmeester. Grote aankopen, zoals van enkele honderden grammen, worden net zo gecontroleerd. Dan bel ik onze penningmeester om te zeggen hoeveel geld ik nodig heb en schrijft hij een cheque uit waarmee ik bij de bank het bedrag kan ophalen.”

De leverantie van hasj en wiet is strafbaar, toch heeft Piramide iemand in zijn personeelsbestand staan die de spullen inkoopt. Panders: “Onze inkoper heeft een gewone CAO, een welzijns-CAO. Hij ontvangt dus gewoon 'wit' loon, en hij heeft vakantiedagen. Toch is hij buitengewoon schuw, bang om opgepakt te worden. Want hij blijft strafbaar. De enigen die hem kennen zijn de penningmeester en ik. Hij is volkomen betrouwbaar, een hippie van zestig die al zijn hele leven in de wiet zit en die een uitgebreid netwerk heeft opgebouwd van thuistelers en van globetrotters die wel eens een kilootje meenemen uit een exotisch land. Wie dat zijn, weet alleen ik. Het bestuur stemt ermee in hier verder niets van te weten.”

De inkoper legt wekelijks een aanzienlijke hoeveelheid strafbare meters af, maar met de stichting heeft hij een regeling getroffen. “Stel, de politie neemt voor zevenduizend gulden wiet in beslag. Dan krijgt hij dat allemaal vergoed. 'Bedrijfsrisico' noemen we dat. Gelukkig is het nog nooit voorgekomen.”

Alle kwitanties van Piramide zijn getekend door een en dezelfde inkoper. Dat ligt anders bij Paradox. Hier koopt beheerder Kunst zelf in. Op zijn bonnetjes is zijn hele netwerk van leveranciers met naam en toenaam te vinden. “Dat is een voorwaarde die ik stel voordat ik met mensen zaken doe”, zegt Kunst. “Het moet zoveel mogelijk 'wittig' gebeuren.” Hij laat een kwitantie zien. Ontvangen van: Paradox/ de somma van: 1247,50/ voor: leveren hasj (150 gram). Onderaan de bon staat de handtekening van Willem Panders van Piramide. “Ik koop regelmatig bij Willem, want die heeft een goede inkoper.”

Het gedoogbeleid in Delfzijl komt tot stand in het driehoeksoverleg en dankzij het vertrouwen van de gemeente. In zijn verlangen naar 'wittigheid' gaat Geert Kunst zover hij kan. “Bij alles wat ik doe, doe ik alsof het legaal is. Mijn bonnetjes gaan gewoon naar de fiscus. Ik betaal inkomstenbelasting over mijn waar en de fiscus is een discrete instelling die mijn leveranciers met rust laat. De stichting staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en in het handelsregister.”

Screenen

Maar ook de politie van Delfzijl deinst terug voor al teveel controle. Kunst: “Ik wilde dat de mensen met wie ik zaken deed door de politie werden gescreend op wapenbezit en handel in harddrugs. De politie hier ging eerst akkoord, en ik vond nog verbazingwekkend veel leveranciers die met mijn voorwaarde konden leven. Helaas ging het OM niet mee. Nu loop ik het risico dat ik handel drijf met malafide leveranciers.”

De Groningse persofficier mr. J. de Valk vindt dat in een geval als dit “de grens nu eenmaal scherp moet worden getrokken”. “Het leveren gebeurt op eigen risico. Tot de achterdeur is het strafbaar, ook voor de beheerder. Die coffeeshop heet niet voor niets Paradox. Zouden wij meedoen met dat screenen, dan plaats je er nog een paradox bovenop. Dan zouden we allerlei namen weten van lieden die we vervolgens niet gaan oppakken. Dan is het beter ervoor te kiezen niet te weten. Nu kunnen we Paradox nog gewoon behandelen als iedere andere coffeeshop.”

Niet dat daarvan sprake is. De gemeente noemt de twee overige coffeeshops in Delfzijl malafide en heeft gerechtelijke procedures lopen om ze te sluiten. Bovendien heeft justitie net als burgemeester Haaksman vertrouwen in Paradox. “De meeste coffeeshops zijn in criminele handen. Bij Paradox is onze jeugd hier in ieder geval van gevrijwaard.”

Toch trekt ook de gemeente haar grenzen. Burgemeester Haaksman van Delfzijl, geestdriftig pleitbezorger van 'gecontroleerde verkoop', wil niet weten waar Paradox het spul vandaan haalt. “Het grote voordeel van deze coffeeshop heeft met andere zaken te maken: er wordt niet naar winst gestreefd, behalve hasj is er ook voorlichting verkrijgbaar en vooral: we vertrouwen de mensen die er werken. Met de huidige wetgeving kun je eigenlijk weinig anders doen. Hier weten we tenminste met wie de blowende jeugd zich inlaat. Laat ons in ieder geval onze jeugd beschermen.”

Even hoesten

De blowende Bussumse jeugd die Piramide bezoekt, heeft zich georganiseerd in een 'Rookersgenootschap' van 350 leden. Om de drie maanden krijgen ze een huisorgaan in de bus met wetenswaardigheden over softdrugs ('Waarom rode Libanon rood is'). Ook participeren de leden in 'de rooktest', het Bussumse model voor kwaliteitsbewaking. De Stichting Piramide stelt daarvoor gratis hasj en wiet ter beschikking.

Willem Panders wijst op een stapeltje formulieren. “Tijdens de test weten ze niet wat ze roken. Zodoende krijg je de eerlijkste antwoorden.” Het 'Testrapport' van Onno betreft de Marok-soort Polm de luxe. Bij 'uitwerking' schrijft hij: “Stoned voor werkdag en doordeweeks.” Jeroen gewaagt jubelend van “een hyperpsychotisch karaktertje”, maar moest “wel even hoesten bij eerste trekje”. Een ander komt met een maaltijdsuggestie: “Lekker bij vissoepje.” De beoordelingen: een 9 min, een 7 plus, een achteneenhalf.

“Blowers zijn liefhebbers”, stelt Panders. Hij wil dat Piramide uitgroeit tot een regionaal informatiecentrum voor softdrugsgebruikers. Panders geeft voorlichting op middelbare scholen, legt bezorgde ouders uit dat je hasj niet spuit en overlegt met artsen over de 'mediwiet', de joint op doktersrecept. “De laatste jaren is er veel slecht volk overgestapt naar de coffeebranche. Die zaten eerst in de porno, maar zagen dat marihuana meer oplevert. Wij willen dat het spul dat we roken lekker van smaak is, de keel spaart, je een helder gevoel geeft, kortom: kwaliteit heeft. Die commerciële jongens komen met van die turbowiet vol glasvezels, met een veel te hoog thc-gehalte zodat je na twee trekjes door je knieën zakt. Geen liefde. Vaak zijn die jongens zelf ook helemaal geen blowers.”

Ook Jeroen Bots, die met zijn bedrijf Canna marktleider is in mest voor hennepteelt, heeft de growwereld de afgelopen vijf jaar zien veranderen. “Toen ik begon, waren er vijf zaken in Nederland. Hippies die als ik langskwam een potje thee zetten, blowtje erbij. Die gezelligheid is weg. Het is harde business geworden. De shops worden groter, de eigenaars crimineler. Het zijn van die lui die de ene dag met een vrachtwagen vol gestolen video's leuren en een week later vier coffeeshops openen. In België en Duitsland is de growwereld nog eco: Hennep redt de wereld. Dat idealisme is hier bijna totaal verdreven door de koopmansgeest.”

Een kleine zelfstandige die zijn uitkering verhoogt met behulp van een 'binnentuintje' maakt zich onder de nieuwe richtlijn schuldig aan 'bedrijfsmatige teelt'. In de praktijk jaagt de politie dan ook op kwekers van ieder formaat. Bedrijfsmatig zijn ze allemaal, want de wietteelt in Nederland heeft een ongekende professionalisering bereikt. In de drugsnota van vorig jaar wordt het aantal thuiskwekers tussen de 35.000 en 50.000 geschat. Een huisteler die één lamp bezit produceert, als hij vijfmaal per jaar oogst, in totaal anderhalve kilo. Een voorzichtige raming van de nationale thuisoogst bedraagt 50.000 kilo. Voldoende, volgens de schrijvers van de drugsnota, voor de gehele binnenlandse vraag.

De nieuwe strenge richtlijn heeft echter de schaarstewet geactiveerd. In één jaar is de prijs van de wiet bijna verdubbeld. Bots: “Wat ik steeds vaker meemaak is dat kleine telers uit vrees voor de politie hun spullen bij mij komen terugbrengen, en dat er steeds meer grote jongens overblijven. Jongens die juist garen spinnen bij schaarste.” Ook volgens Geert Kunst van Paradox heeft er een gestage uitdunning onder de thuiskwekers plaats. “De laatste maand zijn er in Delfzijl en omstreken zeker zes mee opgehouden.” Veel coffeeshops worden nu in de armen gedreven van personen met veel geld, zegt Kunst. “Iets dat een coffeeshop als Paradox toch tegen iedere prijs moet vermijden. Wij doen pertinent geen zaken met zware jongens.”

Maar Bussum heeft geen goed woord over voor het 'Groningse epigonisme'. Bestuurslid van Piramide T. Lam: “Delfzijl heeft er een gigantische renteloze lening tegenaan gegooid en een kostbaar pand van tweeëneenhalve ton aan die shop geschonken. Dan kun je alles wel onderbrengen in een stichting net zoals wij hebben gedaan, maar Delfzijl zit tot zijn nek in de handel in softdrugs. Terwijl dat natuurlijk hardstikke illegaal blijft. Delfzijl is veel te ver gegaan.”

IJkwezen

Burgemeester Haaksman van Delfzijl gebruikt de woorden 'Paradox' en 'wij' nagenoeg als synoniemen, waarna hij onmiddellijk nuanceert. Een reprimande van minister Sorgdrager is hem 'niet in de koude kleren' gaan zitten. “Delfzijl heeft zijn nek uitgestoken en ja, dan loop je wel eens een krasje op.” Pleister op de wonde is de lijst van gemeenten die Delfzijl belden met een verzoek om het 'informatiepakket', bestaande uit de 'Notitie (soft)drugsbeleid Delfzijl' en de toespraak van Haaksman bij de opening van Paradox vorig jaar, getiteld 'Wie gereguleerd gedoogt staat sterker'.

Dat het Nederlandse softdrugsklimaat begint te veranderen staat voor Haaksman vast. Alleen politici houden zich nog bezig met allerlei legitimatierituelen. Instanties uit het 'voordeurdomein' hebben hun tentakels al uitgestrekt naar dat van de achterdeur. “Zoals de fiscus. Die is niet immoreel, maar amoreel: hoe het inkomen is verkregen, doet niet ter zake”, zegt Haaksman. Andere organisaties twijfelen. Haaksman: “Het is jammer dat de politie van het OM niet mag meewerken aan het screenen van leveranciers, zodat er een verklaring van goed gedrag kan worden afgegeven. Met zo'n verklaring kun je het beste voorkomen dat je de rekening van lieden als Charles Zwolsman en De Hakkelaar spekt.

“Wel kregen we een telefoontje van een controleur van het IJkwezen, dat alle meetapparatuur in Nederland keurt en certificeert. Hasj wordt gewogen, stelde die controleur, en iedere gram telt.” Ook is de burgemeester gebeld door de producent van banderollen, de zegels op rookartikelen waarover het rijk accijnzen int. Hij noemde zich een 'accountmanager waardelogistiek'. “Als Delfzijl besloot onder licentie te kweken, dan moesten we niet vergeten dat bij hem te komen melden.” De banderollenproducent weigert commentaar. Een woordvoerder van het IJkwezen zegt: “Het bezoek van onze controleur was verkennend van aard. Maar als 'de achterdeur' legaal zou zijn, dan zouden de weegschalen die nu in gebruik zijn in beslag worden genomen. Ze zijn te grof: alsof je een onsje ham afweegt op een weegbrug voor goederentreinen. Ieder instrument waarop wordt afgerekend moet aan de eisen van de ijkwet voldoen. In coffeeshops gaat het om kleine hoeveelheden die veel geld kosten, dus is een precieze afstelling van de meetapparatuur belangrijk.”

Delfzijl is nu zelf een model geworden. Haaksman: “We moeten naar het opzetten van een bonafide kweek - kweek onder licentiestelling. De overheid verstrekt vergunningen, controleert op hoeveelheid, kwaliteit, maximum produktie, toegepaste mest enzovoorts. De producent komt vervolgens langs een overheidsinstelling die er een banderol op plakt zodat je het hele zaakje fiscaal hebt afgedekt. Met die licentie is ook de gehele achterdeur onder controle en zijn we in staat de omvang van de produktie van wiet te vergelijken met de inkomsten uit de verkoop.”

Haaksman weet ook wel dat er nog wat politieke, om niet te zeggen geopolitieke problemen moeten worden opgelost voordat het zover is. “Maar dit is de ideale situatie. En die is praktisch uitvoerbaar.”