Enorme gasreserves onder brandend ijs op bodem van de oceaan

In de bovenste honderden meters van oceaanbodems bevindt zich op sommige plekken, onder hoge druk en bij lage temperatuur, een raadselachtig materiaal: ijs dat kan branden. Het is een gashydraat, een combinatie van water en methaan (aardgas). Het methaan is afkomstig van rottingsprocessen die al miljoenen jaren duren: bacteriën bezonken plankton en resten van dode zeedieren eten.

Pas in het begin van de jaren zeventig werd voor het eerst het verband gelegd tussen de sissende stukken vuil ijs, die bij boringen af en toe naar boven werden gehaald, en vreemde reflecties in sonarbeelden. Geluidsgolven planten zich namelijk met verschillende snelheden in het sediment en in de hydraatlagen voort. Een soortgelijke reflectie doet zich voor aan de bovenkant van het gasreservoir dat door de hydraatlaag wordt afgedekt. Toen op deze wijze de oceaanbodem in grote gebieden in kaart was gebracht, bleken er enorme hydraatvelden te bestaan. Volgens schattingen bedroeg de hoeveelheid in gashydraten opgesloten methaan meer dan twee keer de totale hoeveelheid van alle andere fossiele brandstoffen (olie, kolen en 'conventioneel' aardgas).

Dergelijke schattingen zijn natuurlijk afhankelijk van de precieze hoeveelheid methaan die zich in een hydraatkristal bevindt, en die is niet eenvoudig te bepalen. Hydraten vallen namelijk uit elkaar zodra ze naar boven worden gehaald. Onlangs werden er echter voor de kust van South Carolina in boorgaten sonarmetingen verricht (Science, 27 september 1996), die uitsluitsel moesten brengen over het verband tussen geluidssnelheid en samenstelling. Hieruit bleek dat in het ongeveer 100.000 vierkante kilometer grote veld zo'n 40 miljard ton koolstof in de vorm van methaan aanwezig was: voldoende om de Verenigde Staten de komende honderd jaar van gas te voorzien. Volgens nog recentere metingen van een aantal Amerikaanse geologen is zelfs dat getal nog aan de lage kant. Met behulp van een speciaal ontwikkeld apparaat werden door middel van boringen gas- en hydraatmonsters genomen, onder hoge druk 'opgeslagen' en naar boven gebracht. Zo kon het hydraat voor het eerst in zijn 'natuurlijke' staat worden geanalyseerd (Nature, 30 januari 1997). Tot verrassing van de onderzoekers bleken in het bijzonder de gasreserves onder de hydraatlaag veel groter dan verwacht. Toch is hiermee het wereld-energieprobleem niet direct opgelost. Het hydraatgas ligt vrij diep en is bijzonder moeilijk te exploiteren. Vooral Japan heeft echter al grote investeringen gedaan om binnen tien tot twintig jaar de nodige technologie te kunnen ontwikkelen.