Een dag zoeken naar biets-koffie en buk-shag als attractie in stadsjungle

Deze week werd Amsterdam een nieuwe attractie rijker: een dagje als zwerver, onder leiding van een deskundige dakloze een rafelrandwandeling maken. Portemonnee, sigaretten en telefoon mogen niet mee.

AMSTERDAM, 15 FEBR. “Een sigaretje? Rot op, wijf!” snauwt een oudere zwerver tegen een andere dakloze. Naast hem ligt een man met zijn hoofd op tafel te slapen. Hier, bij het Leger des Heils in Amsterdam, brengen dak- en thuislozen hun tijd door. Dan slaat het middaguur. “Tijd om te gaan”, roept een medewerker. Het komende uur wordt het centrum schoongemaakt, daarna mag men weer naar binnen. Een dame op hooggehakte schoenen pakt haar schoothondje en vertrekt. Buiten regent het pijpenstelen.

Is de bovenmodale burger zijn magnetron, breedbeeld-televisie en ligbad zat? Vanaf deze week wacht hem een nieuwe uitdaging: een dag doorbrengen in Amsterdam als dakloze. 'Rafelrandwandelingen' noemen de zwervers de tocht, en 'ervaringsdeskundige daklozen' begeleiden de burgers op hun wandeling door de hoofdstad. Aan het begin van de dag leveren de deelnemers hun portemonnee, papieren, mobiele telefoons en sigaretten in. Vervolgens gaan ze op zoek naar 'biets-koffie' en 'buk-shag': peuken die van de straat of uit asbakken moeten worden geraapt.

Een nieuwe stichting, Voila - 'voor en door daklozen' - heeft de wandelingen bedacht. “We willen dat mensen aan den lijve ervaren welke behandeling de dakloze zich dagelijks moet laten welgevallen”, zegt begeleider André Kelders. Het bestuur van de stichting telt verder twee politiemensen, een boekverkoper (“omdat-ie handig is met geld”) en twee daklozen. Zelf werd Kelders ruim zes jaar geleden na een gebroken relatie dakloos. Tegenwoordig woont hij in een kraakpand aan de Marnixstraat, maar over twee weken komt de sloophamer en staat hij weer op straat.

Warme kleren en goede schoenen dragen bij aan een succesvolle 'rafelrandwandeling'. “Ha, ha, dat wordt lachen”, zegt Kelders en wijst op de cowboylaarzen van een deelnemer. Zelf zou Kelders zijn laatste geld uitgeven aan goed schoeisel. “Geld voor de tram hebben we niet, dus lopen we, lopen we en lopen we.”

De wandeling voert langs het Vincentiushuis aan de Kloveniersburgwal, beter bekend als 'de Kloof'. De koffie kost zestig cent, maar velen krijgen een gratis beker. De klant is immers altijd blut. In inloophuis Makon heerst een ander beleid. Het is een “wrede wandeling” naar Amsterdam-Oost, maar de koffie en de soep zijn er tenminste gratis, zegt Kelders.

Bij slecht weer zijn de meeste zwervers echter op de Oudezijds Voorburgwal, middenin de rosse buurt. Op vijfhonderd meter hebben zich hier vier instellingen verzameld - alle op religieuze grondslag. Een broederschap bestiert er medische opvang, de Jeugd met Opdracht verstrekt “soep aan zieltjes”, een groep evangelisten organiseert iedere vrijdag inloop. En bij het Leger des Heils mag de dakloze twee keer per week douchen en vijf nachten per maand slapen. Die laatste voorwaarde vervalt overigens bij een lagere temperatuur dan vier graden onder nul: dan komen er meer bedden beschikbaar in het kader van de crisisopvang.

Honger heeft Kelders nooit gehad. “Wie in Amsterdam honger heeft, is te lui om te eten.” Waarom eten zwervers dan uit vuilnisbakken? “Dat zijn de psychiatrisch gestoorden”, zegt Kelders, en zijn vrienden beamen dat. Aan onderdak is wel gebrek, menen ze. In de winter organiseren de gezamenlijke instellingen dan wel crisisopvang, maar bij stijgende temperaturen sluit de winteropvang.

De bedden zijn wel altijd bezet, zegt medewerker G. van Loenen van Hulp voor Onbehuisden (HvO). Amsterdamse instellingen hebben permanent circa zeshonderd slaapplaatsen voor de naar schatting zevenduizend daklozen, zo blijkt uit cijfers van HvO. Tijdens strenge kou komen daar driehonderd plaatsen bij. Zwervers met een uitkering kunnen extra nachten bij het Leger des Heils kopen tegen twintig gulden per nacht. Een flink aantal dak- en thuislozen heeft een uitkering, meent coördinatrice Margo Jansen van het Vincentiushuis. “Maar ja, soms is dat geld snel vergokt, opgezopen of verspild aan drugs.”

De wandelingen langs de rand van de Amsterdamse samenleving geven dan ook geen reëel beeld van het bestaan als dakloze, want ze duren maar van 10.00 tot 17.00 uur. Kantooruren, vinden daklozen én deelnemers. Voor de echte thrillseekers heeft de stichting inmiddels iets anders in petto: stadsjungle-survival-weekeinden. De deelnemers mogen alleen een slaapzak meenemen. Daarmee moeten ze maar een slaapplek veroveren.

Bedrijven zijn zeer welkom op de overlevingstochten. “Goed voor de teambuilding”, verklaart Kelders zonder blikken of blozen. Overigens worden de stadsjungle-weekeinden pas in het voorjaar gehouden. “Anders ligt zo'n heel managementteam maandag met longontsteking in bed.”