Dorre flirt tussen klant en dealer

Voorstelling: In de eenzaamheid van de katoenvelden door Bernard-Marie Koltès. Regie: Tom Jansen. Spel: Ruurt DeMaesschalck, Peter Sonneveld. Gezien: 13/2, Lantaren/Venster, Rotterdam. Nog te zien: aldaar t/m 18/2. Tournee t/m 4/4. Inl. (010) 404 41 11.

Dreiging - dat is waar het in In de eenzaamheid van de katoenvelden (1986) van de Franse schrijver Bernard-Marie Koltès om draait. Op een nadrukkelijk onbestemde plaats en onchristelijk tijdstip ontmoeten twee figuren elkaar, een 'dealer' en een 'klant'. De ene wil iets, de ander wil iets: de koopwaar en het begeerde hebben in elk geval betrekking op drugs, seks en geld. Niets is gereguleerd in deze illegale duisternis, er is geen kassa, er zijn geen prijskaartjes, het is omzichtig opereren en hopen dat er geen klappen vallen.

Het zelfkantige loopt als een rode draad door het kleine, in nog geen tien jaar bij elkaar geschreven toneelwerk van Koltès. Als beschermeling van de roemruchte regisseur Patrice Chéreau zag hij zijn stukken in hoog tempo - in Nederland soms wel bij drie gezelschappen tegelijkertijd - opgevoerd worden. Zijn stijl is als de duisternis die hij prefereert: obscuur en grenzeloos, vol zinsneden en passages die klinken als aforismen maar dat niet zijn. In de vaagheid gaan apodictische stellingen schuil als: “Vriendschap is vrekkiger dan verraad”, waarbij men zich met enige goede wil wel iets kan voorstellen, maar waarvan de 'waarheid' zo relatief is dat ze je onverschillig laten. Koltès' poëzie is wijdlopig, log en het tegendeel van puntig.

Acteur en regisseur Tom Jansen komt nu met nog weer eens een variant op In de eenzaamheid, dat in 1988 tegelijkertijd werd geënsceneerd door Sam Bogaerts en Ivo van Hove. De laatste toonde zich toen dankbaar voor ieder concreet woord en liet de geringste aanwijzing verbeelden, de eerste abstraheerde het stuk nog verder door het zonder noemenswaardige regie te laten vertolken door een twintigtal acteurs en actrices en de tekst te doorspekken met flarden uit Hamlet. Of die ingreep eerbetoon dan wel terechtwijzing was, bleef in het midden.

Jansen laat 'klant' Peter Sonneveld - met roodgestifte matrone-mond - en 'dealer' Ruurt De Maesschalck vooral dreigend tegenover elkaar staan, in een door akelig tl verlichte hoerenkamer met drie bedden. Klant en dealer hebben beiden iets te verkopen, kennelijk, in een spel van aantrekking en afstoting. Maar dat klinkt veel sensueler en spannender dan het uitpakt. Vooral valt op hoe geslachts- en tandeloos Koltès stuk is. De brij aan woorden suggereert god weet wat, maar dorre saaiheid is het resultaat. Het is een kreunende flirtation - met niets. Als Jansen dat wilde aantonen, dan is hij daarin geslaagd.