De vreemde terugtocht van cariës; Huidige jeugd is geboren in een tijd van gebitsbewustheid

DE AFNAME van de hoeveelheid tandbederf in de afgelopen dertig jaar blijft deskundigen verbazen. Hoe is die drastische cariës-teruggang te verklaren? In onze streken waren vroeger veel ziekten die effectief konden worden bestreden en die nu praktisch niet meer voorkomen. Bijvoorbeeld infectieziekten, zoals kinderverlamming en difterie: het ziektemakend agens kon worden opgespoord en preventieve maatregelen zoals de immunisatie konden worden genomen. Anderzijds is door een betere drinkwatervoorziening en staatstoezicht op de voedselketen een ziekte als buiktyfus vrijwel in ons land verdwenen.

Maar een infectieziekte als tandbederf - bacteriën spelen bij het ontstaan van deze ziekte een grote rol - die bij de oude Egyptenaren al voorkwam, is feitelijk nooit verdwenen. In de jaren vijftig en zestig van deze eeuw was de ziekte zodanig verspreid dat vrijwel iedereen, in het bijzonder in de geïndustrialiseerde wereld, tandbederf had. De gebitsziekte blijkt ondanks uitgebreid onderzoek moeilijk te bestrijden en is door een veelheid aan factoren moeilijk te doorgronden.

In een recent verschenen Zweeds artikel proberen de auteurs te achterhalen waarom de huidige 20-25-jarigen minder tandbederf hebben dan hun leeftijdgenoten uit de jaren zestig. Zij enquêteerden 55 experts en stelden hun de bovengenoemde vraag die was gesplitst in een aantal mogelijke verklaringen. De onderzoekers kregen 52 correct ingevulde formulieren terug. De deskundigen waren afkomstig uit diverse landen en hadden allen hun sporen verdiend met onderzoek op het terrein van cariës, voeding, speeksel, plaque, materialen en tandartsfactoren.

Het onderzoek wijst uit dat er een wereldwijde acceptatie is van de relatie tussen het gebruik van fluoride en de teruggang van tandbederf. Opvallend was echter dat de experts nogal verschillend dachten over de invloed van de diverse factoren. De factor die door de meesten als belangrijkste werd genoemd, was het gebruik van gefluorideerde tandpasta. Schoolprogramma's waar kinderen georganiseerd met een fluoride-oplossing spoelen, het appliceren van fluoride door de tandarts of mondhygiënist direct in de mond of het gebruik van fluoridetabletten thuis werden minder wezenlijk geacht dan de verwijdering van plaque door goede mondhygiënische maatregelen. Hoewel de reductie van het gebruik van suiker als belangrijk werd gezien, wordt het effect van fluoride als meer essentieel beoordeeld. Andere factoren die niet gerelateerd zijn aan fluoride, zoals plaque en voeding, werden op hun beurt weer belangrijker gevonden dan factoren waarbij de tandarts een rol speelt, zoals vullingen en fissuurlakken.

Het veel verspreide gebruik van antibiotica en de daardoor optredende veranderingen in de mond, met de miljarden micro-organismen daarin, kregen weinig aandacht. De vraag rijst of deze factor niet meer was genoemd als er meer microbiologen in het panel hadden gezeten. Eén van de commentatoren in het hetzelfde tijdschrift stelt vast dat er aanwijzingen zijn dat in de Verenigde Staten veel kinderartsen voor bacteriële infecties door streptococcen van keel, neus en oor antibiotica voorschrijven. Deze geneesmiddelen kunnen invloed hebben op de destructie van soortgelijke mondbacteriën die tandbederf veroorzaken. Een andere criticus vraagt zich af wat het antwoord zou zijn geweest als de onderzoekers de vraag zouden hebben gesteld waarom de 55-jarigen van deze tijd meer cariës lijken te hebben dan hun voorgangers dertig jaar geleden. Zouden dan vaker de weerstandsfactoren van individuen worden genoemd en zou dan misschien de belangrijke rol van het speeksel vaker zijn genoteerd? Een derde commentator vraagt zich af of de deskundigen elkaar niet te veel napraten. Zijn stelling is onder meer dat de huidige 20-25-jarigen geboren zijn in een periode waarin grote belangstelling bestond voor een gezond gebit. Ouders waren toen zeer gebitsbewust en borstelden vaak zelf de monden van hun kinderen grondig. Vooral in de Scandinavische landen werden veel preventieprogramma's georganiseerd en ook tandartsen en mondhygiënisten reinigden de monden van jonge kinderen regelmatig. Door deze activiteiten werd de vroege kolonisatie van mondbacteriën in de plaque verstoord, waardoor de kans op het ontstaan van cariës geringer was.

De resultaten overziend lijkt het erop dat, ondanks het grotere inzicht in ontstaan en preventie van tandbederf, deze gebitsziekte de komende tijd een belangrijke bedreiging zal blijven vormen. De tandarts van de toekomst zal vooral de nadruk moeten leggen op de vroeg-diagnostiek van het ziekteproces en op preventie.

Literatuur: D. Bratthall e.a.: Reasons for the caries decline. What do the experts believe? European Journal of Oral Science, 104: 416-422 (1996).