De scholen in met Vondels 'Faëton'

Verhalen uit de wereldliteratuur zijn populair bij jeugdtheatergroepen. Dit seizoen werden er voorstellingen uitgebracht, gebaseerd op Hamlet, Antigone en Moby Dick. Theatergroep Maccus waagt zich aan Joost van den Vondels Faëton. 'Het repertoire is geopend voor de jeugd'

Faëton is nog te zien op 19/2, Theater de Lieve Vrouw, Amersfoort. Inl. (015) 212 29 77.

DEN HELDER, 15 FEBR. De zonnegod staat in het gymnastieklokaal, maar het schoolleven gaat intussen gewoon door. “Juf”, fluistert de jongen die op sokkenvoetjes aan komt sluipen, “mijn tand is eruit.” De voorstelling Faëton van jeugdtheatergroep Maccus is net begonnen.

Leerlingen van groep vier tot en met zes van de Jac. P. Thijsseschool in Den Helder zitten op lange banken. Ze hebben 's ochtends in de klas gehoord dat acteur Edo Brunner alle rollen speelt. Ze weten ook dat het een oud verhaal is, van iemand die Vondel heet, en hebben daarom 'woordjes van heel vroeger' geleerd.

“Bastaard”, zegt Michael (9), “als je niet weet wie je vader is. En, o ja, neerzijgen.” Hij verstond het allemaal best, vertelt hij na afloop: “Het ging over een jongetje. Die ging zijn vader zoeken en hij vond hem in een paleis.” Sanne (10): “Het was Helios, van de zon.”

De laatste jaren maakten veel jeugdtheatergezelschappen voorstellingen die exclusief voor theaterzalen bestemd waren. Slechts enkele groepen, zoals Wederzijds, maakten toneel voor op school. “Nu lijkt de algemene tendens: we gaan de scholen weer in”, zegt Jos van Kan (34), artistiek leider bij Maccus. Naast Faëton regisseerde hij onlangs ook de voorstelling De Meemaaksters, die uitsluitend wordt gespeeld in klaslokalen. Faëton wordt ook in kleine theaters opgevoerd.

Er is geen decor en geen belichting. Ook de mise-en-scène staat niet vast. “Ik doe iedere keer ongeveer hetzelfde”, zegt acteur Edo Brunner (26), “maar soms valt zo'n loopje net even anders uit.” De humor in het stuk komt uit zijn bewegingen en zijn mimiek, niet uit de tekst. Brunner wisselt ettelijke malen van rol. Hij speelt dialogen in zijn eentje, door zich een paar passen te verplaatsen.

Niels (10) vond dat soms raar: “Dan praatte hij ineens met een hoog stemmetje. Dat was de deftige dame.” Hoe ze heette, weet hij niet meer. Maar wel dat ze het 'stom' vond dat Faëtons vader niet getrouwd was met zijn moeder. Rianne (8) begint uit te leggen dat het geen gewone mevrouw was, maar een godin, als Michael roept: “Weet je wie ik geinig vond? Die met die bliksem. De koning van de goden.”

Van Kan, een groot Vondel-liefhebber, en Brunner bewerkten de tekst aan de hand van improvisaties in zeven weken. Ze maakten er een 'vertelvoorstelling' in de vorm van een terugblik van. Faëton begint met een gedeprimeerde Helios, die opbiecht hoe hij zijn zoon een rit met de zonnewagen toestond. Brunner kijkt de kinderen recht aan, alsof hij troost zoekt. Soms zijn hun reacties anders dan verwacht; als hij zachtjes snikt, moeten ze lachen. En als Faëton uit het dodenrijk komt om te zeggen dat de zon weer moet schijnen, denken ze dat hij nog leeft.

Brunner: “Ze maken een eigen interpretatie, als het goed is. Dat noem ik het 'snapgehalte'. Ze hoeven het niet meteen te begrijpen. Veel kunst voor kinderen is precies op maat gesneden, helemaal toegankelijk gemaakt. Maar ik wil meer brengen dan: kleine Karel gaat op reis.”

Jos van Kan werkt graag met teksten die oorspronkelijk niet voor kinderen zijn. “Een voorstelling naar een kinderboek werkt vertroebelend. Als er één keer een volwassene tussen het verhaal en het kind komt, is dat genoeg.” Hij is niet de enige die dat vindt, alleen al dit seizoen werden door verschillende groepen bewerkingen voor kinderen gebracht van Hamlet, Antigone en Moby Dick. “De hausse is bijna over”, meent Van Kan. “Het repertoire is geopend voor de jeugd. Het paste in een ontwikkeling, de heroriëntatie op oude waarden, die je overal ziet.”

Een van de meest aantrekkelijke kanten aan Vondels stuk vindt hij het perspectief. “Het is uitdagend om kinderen te boeien voor de vaderfiguur. In de meeste jeugdtheaterstukken gaat het over een kind. Ik leg de lat graag een tikje hoger. Maar het spreekt wel aan. Zoveel kinderen groeien op zonder vader.”

Daarnaast koos hij het stuk om de poëtische taal. Vondels alliteraties bleven intact. “Kinderen zover krijgen dat ze luisteren, ze plezier laten beleven aan iets wat moeilijk lijkt, dat is mijn roeping in het jeugdtheater. Op zich accepteren ze een code snel: of het nou smurfentaal is of Vondel.”

De kinderen vinden het 'wel leuk, maar niet echt nodig' om iets van Vondel te horen. “Want vroeger was je er zelf nog niet”, zegt Ramona (9). In welke tijd het stuk speelt? Niels (10) denkt even na: “Het was een beetje in de Middeleeuwen. Want hij vocht met een draak en toen waren er dinosauriërs.” Michael (9) schudt het hoofd: “Nee, maar mammoets wel. Een klein groepje. Vier, of vijf, denk ik.”