De Eurotwijfel van een Euroregio; Naijver en nabuurschap

Een proeftuin voor het toekomstige Europa moest het worden: in de 'Euregio Maas-Rijn' zou de bevolking van Zuid-Limburg, noordoostelijk België en het gebied rond Aken grensoverschrijdend integreren. Ruim twintig jaar later doet een brief van Heerlen naar Aken nog steeds vijf dagen over vijftien kilometer. In processie naar Eutopia: 'Als het hier al zo moeilijk gaat, hoe moet het die vijftien lidstaten dan wel niet vergaan?'

'Eurovlees, voordelig vlees', was de slogan waarmee slager Piet Theunissen uit Heerlen jarenlang adverteerde. Of het nu door dat 'Euro' kwam, weet hij nog steeds niet, maar zijn vier slagerijen in Zuid-Limburg draaiden uitstekend. De leuze paste wel bij zijn winkels, die hij 'Euro Slagerijen' heeft genoemd. “We zijn jaren geleden uit Rotterdam hier naartoe verhuisd”, legt Theunissen uit, “en we hebben de slagerijen zo genoemd omdat we het gevoel hadden dat we in het hart van Europa waren komen wonen. Ons vlees was niet meer of minder Europees dan dat van andere slagerijen. We wilden ons slechts profileren. Er zijn hier in de omgeving wel meer winkels die zich 'Euro' genoemd hebben. Schuin aan de overkant van de straat zit Eurotegel, en je hebt hier ook nog zoiets als Eurometaal.”

Wie op de uithangborden in Heerlen afgaat, krijgt inderdaad de indruk dat Zuid-Limburg allang niet meer in Nederland ligt maar definitief is opgegaan in het verenigde Europa. Aan dezelfde straat van Euro Slagerijen wordt een 'Eurowirtschaftsschau' gehouden, het autoverhuurbedrijf heet 'Europcar' en de weg naar Kerkrade is 'Euregioweg' gedoopt. Aan de andere kant van de grens, in Duitsland, is de populariteit van dat magische voorvoegsel 'Euro' nog groter. In Aken doe je boodschappen bij de Eurospar. Direct naast deze supermarkt ligt een fietsenwinkel die sinds een jaar niet langer 'Flitz Fahrrad' heet, maar 'Eurobike'. Euroflora, Euroglas, Euromat, Euro Hair Fashion, Eurolook, de middenstand in Aken kan er geen genoeg van krijgen.

Dit gebied is een van de meest Europese stukjes Europa. Twintig jaar geleden werden Zuid-Limburg, de regio rondom Aken en de noordoostelijke hoek van België samengesmeed tot de Euregio Maas-Rijn. Het was de toenmalige prinses Beatrix die de plaatselijke Limburgse bestuurders tijdens een bezoek in 1974 vroeg of ze niet eens wat meer moesten gaan samenwerken met de Duitsers en de Belgen vlak over de grens. Een Duitse ambtenaar zette zich aan het schrijven van een plan en twee jaar later werd een principebesluit genomen voor de oprichting van een grensoverschrijdende instelling. De Euregio Maas-Rijn (EMR) werd 'een samenwerkingsverband zonder juridische status met als doelstelling het bevorderen van de integratie van de door de landsgrenzen gescheiden bevolking' (in totaal 3,7 miljoen Duitsers, Nederlanders en Franstalige, Nederlandstalige en Duitstalige Belgen).

Europa in het klein moest het worden, een proeftuin voor morgen. In Zuid-Limburg had Nederland zijn eigen 'balkon van Europa'. In de loop der jaren werden de geografische grenzen van het gebied vastgesteld (zie kaartje) en kreeg de EMR een institutioneel kader. Er kwam een Stuurgroep die op advies van een Bestuur de uiteindelijke beslissingen nam, en een Euregioraad als platform voor nieuwe ideeën. De raad is vooralsnog niet veel meer dan een platform van vooraanstaande burgers uit bedrijfsleven, wetenschap en universiteit om ideeën te ontwikkelen. Men komt twee, drie keer per jaar bijeen.

Kafkaiaanse toestanden

Inmiddels wordt er in de Euregio op een aantal gebieden verregaand samengewerkt. Werkgevers en Kamers van Koophandel in het gebied hebben zich in stichtingen verenigd, Limburgse werklozen kunnen bij het Arbeidsbureau de vacatures uit Aken doorvlooien, en de Maastrichtse politie kan met één druk op de computerknop het signalement opvragen van de man die in Eupen een bank overviel. Van een afstand ziet het er prachtig uit: hier is de avant-garde van het verenigde Europa aan het werk. Maar naarmate de eenwording van de Europese landen vordert, zijn het in de EMR steeds meer de beperkingen en de onmogelijkheden die de aandacht trekken.

Waarom mag je als Limburger met een lerarendiploma Nederlands niet lesgeven in Aken? Waarom hebben de Belgische grensgemeentes nooit mogen meepraten over de oost-westbaan van vliegveld Beek, waarvan zij veel hinder ondervinden? Waarom doet een brief van Heerlen naar Aken vijf dagen over vijftien kilometer? Als zulke simpele dingen na twintig jaar Euregio nog altijd niet geregeld zijn, waar staan alle mooie slogans over 'vrij grensverkeer' dan voor?

Afgelopen december, bij de viering van het twintigjarige lustrum, uitte de voorzitter van de Euregioraad, Ger Kockelkorn, pittige kritiek op het functioneren van de EMR. “Er is geen visie. Wat willen we met de Euregio”, vroeg Kockelkorn in een toespraak in het provinciehuis in Maastricht. “Het proces van grensoverschrijdend denken is tot stilstand gekomen. De burgers zijn meer dan eens teleurgesteld in de Euregio.”

Als coördinator van de samenwerking tussen de universiteiten van Aken, Luik, Maastricht en Diepenbeek stuit Kockelkorn dagelijks op de vele drempels die er nog bestaan in het gebied. “Neem alleen al het taalprobleem. Als Limburgers met Luik in contact treden ontstaan al snel moeilijkheden, doordat Limburgers meestal slecht Frans spreken, en Luikenaren nauwelijks Nederlands.”

Op zijn werkkamer in hartje Maastricht wappert hij met het Livre Blanc uit 1995. Het is opgesteld door een Luikse stichting voor economische herstructurering en beschrijft 48 'Kafkaiaanse toestanden' in het grensverkeer binnen de Euregio. Veel agenten weten niet wat hun bevoegdheden zijn als ze de grens oversteken; wie over de grens verhuist maar dezelfde huisarts houdt, krijgt zijn dokterskosten niet vergoed; gemeentes geven aan burgers met een onbepaald arbeidscontract vaak verblijfsvergunningen af voor slechts drie à twaalf maanden in plaats van de verplichte vijf jaar.

“Die lijst van 48 problemen zou moeiteloos uitgebreid kunnen worden”, bezweert Kockelkorn. “Het probleem is dat een heleboel van die zaken niet door de Euregio geregeld kunnen worden. Het zijn vaak structuren die door nationale overheden zijn opgericht en die aan de grens op elkaar botsen. Maar Den Haag is niet genoeg geïnteresseerd in dit gebied om op korte termijn iets aan die ongemakken te doen.

“Het zijn niet alleen de kleine ongemakken. Op een hoger niveau ontbreekt het aan een werkelijk overkoepelend ontwikkelingsplan voor de Euregio. Zo zou het bijvoorbeeld goed zijn om de ontwikkeling van de vliegvelden bij Luik en Beek op elkaar af te stemmen, zodat ze tot een taakverdeling kunnen komen. Maar wat zie je? In Luik willen ze niet hebben dat Maastricht meepraat over hun vliegveld en andersom. Met als gevolg dat ze zich nu allebei aan het specialiseren zijn in chartervervoer, terwijl je dat beter kunt concentreren op één vliegveld.

“Dat is onze euroscepsis: we zijn niet bang dat we te veel kwijtraken aan Europa, nee, het gaat ons lang niet snel genoeg.”

Boef

Ook Thijs Wöltgens, PvdA-senator en burgemeester van Kerkrade, begint ongeduldig te worden. “Ik ben het er volstrekt mee eens dat de integratie hier sneller zou moeten”, zegt hij desgevraagd. “Je kunt het zo gek niet bedenken, als je de mensen dichter bij elkaar wilt brengen, stuit je op problemen.”

Kerkrade grenst aan het Duitse Herzogenrath - de geboorteplaats van Wöltgens' moeder. Precies tussen de twee gemeenten in ligt de Nieuwstraat, die de (inmiddels onzichtbare) grens ettelijke malen snijdt. “Daar krijg je al meteen het probleem”, licht Wöltgens toe. “Welke verkeersborden moeten daar staan? Wanneer een boef de Nieuwstraat oversteekt, mag de politie hem dan achtervolgen? Wij zijn er uitgekomen door een aantal praktische afspraken te maken. Zo zijn de verkeersborden er allemaal Nederlands. Voor de politie geldt: wie als eerste op de plek arriveert, is competent. In zulke gevallen trekken we ons betrekkelijk weinig aan van de nationale wetgeving, maar regelen we het gewoon zelf.”

Volgens Wöltgens zouden zo ook in de rest van de Euregio wettelijke belemmeringen omzeild moeten worden. “Men voelt zich hier machteloos omdat de nationale overheid er weinig voor voelt terwille van zo'n randgebied haar wetgeving ingrijpend te wijzigen. En ik begrijp ook wel dat de overheid daar geen trek in heeft. Het probleem is alleen op te lossen als nationale overheden deze regio zelf laten beslissen op welk gebied ze voor welke wetgeving - de Duitse, Belgische of Nederlandse - willen kiezen.

Wöltgens noemt zijn idee 'een beetje revolutionair' maar hij is ervan overtuigd dat men Europa 'van onderop moet laten ontstaan'. “Op het moment zie ik in heel Europa het draagvlak voor verdere eenwording afzwakken. Als gevolg daarvan is een regering als de Nederlandse nu erg bescheiden in haar ambities met betrekking tot Europa. Verder dan één gemeenschappelijke munt durft men eigenlijk niet te gaan. Maar als je nu eens zo'n gebied als de EMR bestempelt tot 'eurozone' waarin mensen zelf kunnen kiezen welke wetgeving ze prefereren? De uitkomst daarvan zal een indicatie zijn wat de burgers nu echt willen met Europa. Het is in ieder geval beter dan te gaan zitten wachten op Brussel, want dan duurt het nog duizend jaar voordat zulke problemen opgelost zijn.”

De ideeën van Wöltgens moeten Ger Kockelkorn als muziek in de oren klinken. Kockelkorns handen jeuken om alle Duitse, Nederlandse en Belgische wetten en regeltjes in de EMR eens wat beter op elkaar aan te laten sluiten. Maar als voorzitter van de Euregioraad heeft hij nauwelijks iets te zeggen.

Op 19 februari gaat Kockelkorn hierover weer eens aan de bel trekken. Dan komt premier en EU-voorzitter Kok op bezoek bij een vergadering van de Euregioraad. “Ik ga hem vragen hier een Eurozone in te stellen”, zegt Kockelkorn, “een proefgebied waarin, als iets nationaal nog niet wettelijk geregeld is, wij het bij uitzondering zelf mogen regelen. Daarbij doel ik onder meer op fiscale en milieutechnische voorwaarden voor de vestiging van bedrijven.”

De vraag blijft of zo'n uitzonderingsmaatregel de situatie ter plekke niet alleen maar ingewikkelder maakt. Kockelkorn erkent dat aan een juridisch proefgebied met keuzemogelijkheden veel bezwaren verbonden zijn. “Ik heb niet het instrumentarium om alle juridische consequenties door te rekenen, maar ik vind dat de betrokken regeringen eens om de tafel moeten gaan zitten om dit alternatief te onderzoeken.”

Misschien ontstaat er dan ook eens zoiets als een 'Euregionale identiteit' in het gebied. Daaraan ontbreekt het nu volgens Kockelkorn. “Mensen halen vooral hun voordeel aan de andere kant van de grens. Onze miljonairs gaan vanwege de lage belasting in België wonen, wij tanken goedkopere benzine in Duitsland en Duitsers kopen woningen in Limburg vanwege de lage huizenprijzen. Maar ik denk niet dat veel mensen hier zo'n euregionaal gevoel hebben. De massa kent het institutionele kader van de Euregio niet, spreekt alleen de eigen taal en weet weinig van culturen aan de andere kant van de grens. Wat dat betreft is de Euregio net verkering: eerst is er de verliefdheid, maar daarna moet je toch beslissen wat je gaat doen.”

Slecht nabuurschap

In Vaals, bij het Drielandenpunt, worden de grenzen van het eurobewustzijn duidelijk. Uiterlijk herinnert hier nog maar weinig aan de scheidslijn tussen Nederland en Duitsland. De ruiten van het voormalige douanekantoortje zijn volgeplakt met posters voor concertaankondigingen. Schuin aan de overkant staat een 'Euro Kiosk' waar kranten en snoep te koop zijn: een wit, betonnen gebouwtje met blauw-gele Europese vlaggen erop geschilderd.

Er wonen nogal wat Duitsers in Vaals, maar Gert-Jan Kusters, hoofd afdeling burgerzaken van de gemeente, ziet ze nooit. “Sommige Duitse families slapen hier alleen maar. Hun werk, hun sociale leven, dat speelt zich allemaal af in Duitsland. Onze scholen zitten tegen de opheffingsaantallen aan omdat hun kinderen allemaal in Duitsland op school zitten. In verenigingen hier in Vaals zitten nauwelijks Duitsers.”

Waar wel veel Duitsers kwamen was het vermaarde jongerencentrum Spuugh. Van heinde en verre, soms zelfs helemaal uit München, kwamen ze naar de enige plek in Vaals waar softdrugs verkocht werden. Tachtig à negentig procent van de klandizie was Duits. Het leidde er toe dat de handel in softdrugs zich in het Limburgse grensdorpje uitbreidde over andere cafés.

“Dat drugstoerisme kwam op gang door het openstellen van de grenzen in 1992”, zegt Kusters. “Het leverde toestanden op, met af- en aanrijdende auto's, die we hier niet konden hebben met ons toerisme. Daarom hebben we nu gezegd: het mag nergens meer.” Onlangs werd Spuugh definitief dichtgetimmerd.

Volgens Luc Soete, hoogleraar Internationale Economische Betrekkingen aan de universiteit van Maastricht, is de sluiting van Spuugh een voorbeeld van slechte samenwerking binnen de Euregio. Volgens hem zouden de grensregio's net zo pragmatisch moeten zijn in hun drugsbeleid als Nederland. “In Duitsland en België zou men het aantal harddrugs-gebruikers in kaart moeten brengen, in plaats van alles in de criminele sfeer te trekken. Voor de coffeeshops zou je een Euregiokaart kunnen invoeren waarmee alleen bewoners van dit gebied naar binnen kunnen. De rest moet weer op de trein terug.”

Soete ziet wel meer miscommunicaties tussen de verschillende delen van de Euregio. Zo is de Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) op dit moment de Sint Pietersberg aan het afgraven voor mergelwinning. Inmiddels graaft de ENCI onder het niveau van het grondwater, dat wordt weggepompt. “De toegevoegde waarde van die mergelwinning gaat geheel naar de Nederlandse economie”, legt Soete uit. “Maar ondertussen daalt in Belgische grensgemeentes als Riemst het grondwater. Zonder dat ze mogen meepraten over de mergelwinning.” Riemst protesteert al twintig jaar tegen de cementindustrie.

Nederland en België bestoken elkaar in de Euregio wel vaker met milieuproblemen. Gevaarlijk chemisch afval dat in Nederland alleen tegen betaling verbrand mag worden bij de AVR, wordt als brandstof gebruikt in cementovens in Lixhe - vlak over de grens, waar de milieunormen minder streng zijn. De wind komt er bijna altijd uit het zuidwesten, zodat een groot deel van de neerslag keurig netjes neerdaalt op het Nederlandse Eijsden, een paar kilometer verderop. Greenpeace voerde onlangs actie tegen de fabriek in Lixhe.

Een ander voorbeeld is de afvalstortplaats in het Waalse Hallembaye. De bodem onder de belt is vervuild met kankerverwekkende stoffen, die via het grondwater doorsijpelen naar de Nederlandse Maas. “Omdat de gevolgen hiervan vooral in Nederland terechtkomen, is men er aan de Waalse kant niet zo mee bezig”, aldus Soete.

Daarentegen heeft Limburg weer nauwelijks nagedacht wat de gevolgen voor België zijn van een oost-westbaan op vliegveld Beek. Burgemeester Peumans van Riemst weet het wel: geluidsoverlast. Peumans noemt Beek “het meest grove voorbeeld van slecht nabuurschap”. “Ik ben nooit benaderd voor overleg.” Hij is zo verontwaardigd over de groei van het vliegverkeer, dat hij samen met zijn collega-burgervaders van Bilzen en Lanaken voor 1 maart een massale protestactie heeft georganiseerd. “Wij gaan de geluidsoverlast terug naar Nederland brengen”, klinkt het sarcastisch. “We gaan door Maastricht rijden met grote luidsprekers waaruit het geluid van een opstijgende Fokker te horen is.”

Peumans verwacht niet dat de eurocraten in Brussel zullen staan te juichen om zijn protestactie. “Ik zal nooit een Europese prijs krijgen. Die gaat altijd naar politici uit Gedeputeerde Staten die vrijblijvend over Europa praten. Er wordt veel te veel vrijblijvend gekletst. Als het erop aankomt valt iedereen weer terug op zijn eigen land. Gisteren vernam ik nog dat de grensarbeid van Belgen in Nederland de afgelopen twee jaar met twee-, drieduizend man is teruggelopen omdat ze in Nederland meer sociale lasten moeten gaan betalen zonder dat dat in hun belastingafdracht in België wordt gecompenseerd - terwijl het voor Nederlandse werknemers wel wordt doorberekend.”

Peumans zegt nog altijd te geloven in 'het Europa van de regio's'. Tegelijkertijd onderkent hij dat in de EMR de buren elkaars taal vaak niet spreken, elkaars cultuur niet kennen en evenmin op de hoogte zijn van de in de buurlanden geldende procedures. Belgische Limburgers, Nederlandse Limburgers, Belgische Duitsers: ze moeten elkaar eerst maar eens wat beter leren kennen.

Gezellig

Bij de VVV in Aken, naast de geneeskrachtige bronnen van de stad, is een spelletje te koop: het 'Euregio-spel'. De spelers moeten met pionnetjes over een bord reizen waarop de EMR staat afgebeeld. Wie als eerste op het Drielandenpunt aankomt, heeft gewonnen.

Op de eerste bladzijde van het spelregelboekje grijnst het gezicht van Franz-Josef Antwerpes, Regierungspräsident van de 'provincie' Köln, ons toe. “Met dit spel heeft u de mogelijkheid de Euregio Maas-Rijn op een gezellige manier te leren kennen”, laat hij ons weten. Het grootste deel van het boekje blijkt geen uitleg te bevatten van de spelregels, maar een beschrijving van toeristische bezienswaardigheden in de Euregio.

In het Duitse deel van de EMR worden wel meer initiatieven ontplooid om de buren beter te leren begrijpen. Zo was enige tijd geleden in een Duitse documentaire te zien hoe op een aantal gymnasia in Aken het vak Euregiokunde wordt onderwezen: geschiedenis en geografie van de Euregio.

Maar zijn zulke initiatieven voldoende om de spraakverwarring in de EMR op te heffen? Of blijft dat verenigde (regionale) Europa een 'eutopia' - zoals de titel luidt van een kunsttentoonstelling over verdwijnende grenzen die dezer dagen te bezichtigen is in het provinciehuis in Maastricht?

Jef Wouters van het Euregio-bureau Maas-Rijn ziet genoeg voorbeelden van geslaagde euregionale samenwerking. Maar tegelijkertijd erkent hij “dat het hier allemaal langzamer gaat dan wij hopen. Soms is het een beetje de processie van Echternach: twee stappen vooruit, een stap achteruit. Als het hier al zo moeilijk gaat, hoe moet het die vijftien lidstaten dan wel niet vergaan?”

Ook Wöltgens, zelf overtuigd Europeaan, moet het nog zien gebeuren. In zijn eigen stad Kerkrade leren de kinderen op de basisschool in het kader van het project Eurobabel zowel Nederlands als Duits. Over de Euregio is hij echter sceptisch. “Hij staat te ver weg van de gewone bevolking. Op de meeste Euregiobijeenkomsten komen vooral bestuurders, voor wie deze vergaderingen toch een soort kwartaalverplichtingen zijn. Ze gaan er weliswaar heen met de beste intenties, maar na afloop gaan ze terug naar hun eigen gebiedje en vergeten ze alles weer.”