De Europese beroepsbevolking

Van alle landen in de Europese Unie is het aandeel van vrouwen op de arbeidsmarkt het kleinst in Italië, Spanje en Griekenland. Daar is maar net een derde deel van de vrouwen aan het werk of werkzoekend. In Noord-Europa liggen de verhoudingen volstrekt anders. In Zweden en Denemarken bedraagt de arbeidsparticipatie van vrouwen 60 procent. Van de Nederlandse vrouwen heeft de helft een betaalde baan of is ernaar op zoek.

De achterstand van vrouwen op de arbeidsmarkt is groot. In Ierland, Luxemburg, en de zuidelijke lidstaten ligt de deelname van vrouwen 30 procentpunt achter op die van mannen. Het verschil is het kleinst in de Scandinavische landen, 10 procentpunt.

Het niveau van de opleiding heeft veel invloed op de arbeidsparticipatie van vrouwen. Van de 25- tot 29-jarigen met een hoge opleiding is 85 procent van de vrouwen aan het werk of werkzoekend en van de mannen 95 procent. Voor vrouwen en mannen met een lagere opleiding in dezelfde leeftijdsgroep liggen die percentages op 52 respectievelijk 86.

Over het algemeen stoppen vrouwen met werken als ze kinderen krijgen. In Finland heeft het krijgen van kinderen weinig invloed op het werk. In Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg gaan steeds meer vrouwen na hun 35ste, als de kinderen ouder worden, weer aan het werk.

    • Marco van Baardwijk