Bij valse hoop heeft het milieu geen baat

Begin deze week heeft minister De Boer (Milieubeheer) voorgesteld de uitstoot van broeikasgassen, met name kooldioxide (COde mobili) in de Europese Unie te verminderen met 15 procent in 2010. Kooldioxide zou, samen met nog wat andere gassen de belangrijkste oorzaak zijn van een versterkt broeikas-effect.

Nog afgezien van de vraag of haar collega's in de andere EU-landen het voorstel zullen ondersteunen, lijkt de milieuminister weinig te hebben geleerd van de ervaringen in eigen land. In plaats van een beoogde vermindering met 3 tot 5 procent tussen 1990 en 2000, stijgt onze CO2-uitstoot nog steeds. Vertaling van nationale doelstellingen naar Europees niveau kan de frustraties alleen maar doen toenemen.

Het probleem is dat de uitstoot van CO2 zich onttrekt aan beinvloeding vanuit Den Haag respectievelijk Brussel. Kooldioxide ontstaat door verbranden van fossiele brandstoffen voor warmte, transport en elektriciteit. De hoeveelheid die we jaarlijks uitstoten is daarmee de resultante van vele miljoenen beslissingen, die rechtstreeks te maken hebben met onze manier van leven. Beslissingen van het niveau 'neem ik de fiets of neem ik de auto naar het postkantoor' en 'ik zal vandaag de verwarming een graadje hoger zetten, want de kleinkinderen komen'.

De uitstoot van CO2 laat zich misschien nog het beste vergelijken met het percentage economische groei. Ook dat is de uitkomst van vele miljoenen beslissingen door vele miljoenen consumenten. De regering zet weliswaar in op een economische groei van 3 procent per jaar, maar zal het wel uit haar hoofd laten om zich als doel te stellen dat de economie tussen nu en 2010 met 42 procent moet zijn gegroeid. Ook voor de CO2-uitstoot geldt, dat je er als overheid niet of nauwelijks aan kunt sturen. Daardoor is er ook geen enkel zicht op het behalen van de doelstelling. Met het formuleren van ambitieuze doelstellingen voor de lange termijn schep je echter wel verwachtingen. Niet alleen bij de milieubeweging, maar ook bij ontwikkelingslanden. Omdat er aan de CO2-uitstoot weinig te sturen valt, kunnen ambitieuze doelstellingen daarom alleen maar leiden tot frustraties. Temeer omdat het nog helemaal niet zeker is dat de uitstoot van CO2 leidt tot een versterkt broeikas-effect als gevolg van menselijk handelen. Onderzoekers en beleidsmakers zijn weliswaar in meerderheid van mening, dat het bestaat, maar dat is iets anders dan een wetenschappelijk bewijs. Dat zal vermoedelijk ook nog wel even op zich laten wachten. Naarmate we meer weten van de historische ontwikkeling van weer en klimaat, blijkt dat veranderingen in de gemiddelde temperatuur op aarde eerder gemeten worden in decennia dan in millennia. Eigenlijk verandert het klimaat continu, soms wat sneller, soms wat langzamer. Om daarin een effect van menselijk handelen te signaleren, zal niet eenvoudig zijn. Om frustraties te voorkomen, kunnen we de CO2-doelstelling het beste maar vergeten.

Meer perspectief bieden doelstellingen, die wat meer hanteerbaar zijn zoals energiebesparing en het gebruik van duurzame energie (zon, wind water, biomassa). Dat is al moeilijk genoeg. Zo slaagt Nederland er bijvoorbeeld niet in om een relatief bescheiden doelstelling van 1000 megawatt aan windenergie in het jaar 2000 te realiseren. Het motief voor energiebesparing en de inzet van duurzame bronnen is dat daardoor voorraad fossiele brandstoffen wat minder snel opraakt. Dat daardoor ook de uitstoot van CO2 vermindert, is dan mooi meegenomen.