Benelux-gedachte leeft steeds maar korte tijd

ROTTERDAM, 15 FEBR. Is de Benelux-gedachte nog levend? In 1994 spraken de premiers van Nederland, België en Luxemburg nog mooie woorden bij het vijftigjarige bestaan van het verbond. De samenwerking moest geïntensiveerd worden, zeker met betrekking tot de Europese Unie waar de drie landen zo vaak met één stem hadden kunnen spreken.

In maart vorig jaar leken die woorden in daden te worden omgezet. De drie landen presenteerden hun EU-partners een plan om de Europese eenwording te stimuleren. Velen dachten terug aan de jaren vijftig toen een gezamenlijk Benelux-memorandum de basis vormde voor het Verdrag van Rome. De laatste weken vlot het echter niet meer zo met de politieke trialoog.

Woensdag ging het mis bij de beraadslagingen van het veterinair comité van de Europese Commissie over de varkenspest. Functionarissen van het ministerie van Landbouw hadden gehoopt dat het comité de Nederlandse maatregelen tegen de ziekte afdoende zou vinden en niet tot een exportverbod zou overgaan. Vooral echter op aandringen van België, dat zijn varkens uit Nederland en Duitsland betrekt en in 1992 door een zware epidemie van de ziekte werd getroffen, besloot het comité een exportverbod aan te bevelen. Uit voorzorg sloot België de grens al voor de bekrachtiging af te wachten van het advies van het comité door de Europese Commissie.

Eerder bleek al dat het ook op andere terreinen, zeker ook de intergouvernementele conferentie over de herziening van het Verdrag van Maastricht, niet zo vlot. Den Haag heeft moeite met de Belgische kritiek op het drugsbeleid terwijl Brussel, dat graag de intermediair tussen Nederland en Frankrijk wil zijn, weer ongelukkig is met het directe overleg tussen Den Haag en Parijs over de drugsproblematiek.

Nu zijn spanningen tussen Den Haag en Brussel niet nieuw. Al direct na de Tweede Wereldoorlog probeerden beide landen de Benelux aan de 'buitenwereld' (en dan vooral aan geldschieter Washington) voor te spiegelen als lichtend voorbeeld van wat integratie in Europa vermag. Tegelijkertijd liep in Den Haag de woede echter op over de weigering van België om, in strijd met de officieel beleden opvattingen over vrijhandel, zijn landbouwmarkt open te stellen voor Nederlandse produkten. En toen Brussel in de jaren vijftig een waar offensief begon om binnen de Benelux tot 'supranationale' sociale wetgeving te komen was dat niet uit diepe federalistische idealen maar simpelweg om zo Nederlandse produkten, die een steeds groter deel van de Belgische markt veroverden, duurder te maken.

Opvallend aan de ontwikkelingen nu is dat het politieke klimaat in België en Nederland sterk uiteen lijkt te gaan lopen. De Belgische bevolking is nog nauwelijks bekomen van de affaire-Dutroux en alle andere schandalen die zij de afgelopen tijd over zich kreeg uitgestort. Het openbare debat in België gaat nog steeds vooral over de vraag hoe het allemaal zo mis heeft kunnen lopen en hoe het verder moet met België. Tijd om over de Europese Unie, en dan vooral de Economische en Monetaire Unie (EMU), te discussiëren is er nauwelijks. De traditionele voorliefde voor supranationaliteit en uitbreiding van de bevoegdheden van de EU lijkt er nog onbetwist.

In Nederland daarentegen is er een felle anti-Europese wind opgestoken. VVD-leider Bolkestein zei deze week dat Nederland niet moet toetreden tot een Economische en Monetaire Unie (EMU) als niet strikt de hand wordt gehouden aan de toetredingscriteria. Een aantal vooraanstaande economen waarschuwde in een manifest tegen de economische gevolgen van een muntunie en zette grote vraagtekens bij het democratische gehalte daarvan. Voor het eerst sinds 1957 (toen een aantal intellectuelen in een manifest vraagtekens zette bij het Verdrag van Rome) lijkt er in Nederland serieuze twijfel te bestaan over de economische richting waarin de EU zich ontwikkelt. Uitgesloten is echter niet dat de onderhandelingen over de herziening van 'Maastricht', waar onder andere de invloed van kleine landen binnen de Unie op het spel staat, de Benelux-band weer zal verstevigen. Belangrijke basis voor de samenwerking was immers een gedeelde afkeer van dictaten van de grote lidstaten en een besef dat kleine landen moeten samenwerken om gewicht in de schaal te kunnen leggen.

    • Bernard Bouwman