Azië

In de aanloop naar de EU-ASEAN-vergadering in Singapore laait de discussie over 'Aziatische waarden' opnieuw op. 'Azië heeft genoeg van de moraliserende houding van het Westen en laat zich niet langer de wet voorschrijven', aldus het artikel van Max Christern (Z 8 februari). Waarschijnlijk zal de bespreking van de situatie in Birma, die op de agenda van deze Euro-Aziatische top staat, dan ook leiden tot de bekende patstelling waarin ASEAN zegt dat de situatie in Birma een interne aangelegenheid is.

Met die wetenschap in het achterhoofd, begon de Birmese junta aan de vooravond van de bijeenkomst een grootscheeps offensief tegen de etnische minderheid de Karen. Het hoofdkwartier van de Karen werd ingenomen en duizenden Karen vluchtten Thailand in. Al eerder toonde de junta met een aanval op Aung San Suu Kyi vlak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties er met een juist gevoel voor internationale verhoudingen op te speculeren dat een hardere opstelling tegenover elke vorm van binnenlandse oppositie ongestraft zou blijven. Dat het onderwerp Birma min of meer gelaten wordt voor wat het is, is niet alleen wrang - gezien de steeds verder verslechterende mensenrechtensituatie waarvan het nieuwste Amnesty rapport melding maakt - maar ook kortzichtig. Dat de junta compromisloos aan de macht blijft heeft consequenties voor zowel de regio als de rest van de wereld.

Tot nu toe is vooral de mensenrechtensituatie het onderwerp van de discussies tussen Europese en Aziatische landen geweest. Wat nauwelijks aandacht heeft gekregen is dat Birma zich onder de militaire dictatuur ontwikkeld heeft tot 's werelds grootste producent van opium en heroïne. Sindse de Birmese junta (de SLORC) in 1988 aan de macht kwam is de opiumproduktie verdubbeld. De oogst van het afgelopen jaar wordt geschat op een record van drieduizend ton. Dit betekent dat bijna de helft van de heroïne die zijn weg vindt naar westerse verslaafden, uit Birma afkomstig is.

Er zijn talloze aanwijzingen dat de militaire regering nauw samenwerkt met de drugsbaronnen. De Birmese economie draait op drugsgeld en opium is de levensader van de Birmese junta.

Een rapport, uitgegeven door de Amerikaanse ambassade in Rangoon, constateert dat 'de export van opiaten alleen gelijk is aan alle legale export'. Volgens een Franse wetenschappelijke analyse zijn 'alle normale economische activiteiten instrumenten om drugsgelden wit te wassen'. Het gevolg is dat buitenlandse investeerders nauwelijks partners kunnen vinden wiens kapitaal niet afkomstig is uit drugs. Het merendeel van de buitenlandse investeringen vindt plaats in de vorm van joint-ventures met de Birmese overheid. Heinekens voormalige joint-venture partner bijvoorbeeld, is UMEH, een militaire holding die via pensioenfondsen voor het leger drugsgeld witwast. De Franse oliemaatschappij Total werkt samen met MOGE, een staatsbedrijf met miljoenen drugsdollars op een Singaporese bank.

Na afloop van de Asian Regional Forum vergadering in juli van het afgelopen jaar in Jakarta zei Van Mierlo niet uit te sluiten dat Europa een rol zou kunnen spelen in Azië op het gebied van misdaad en de mondiale drugsproblematiek. In het licht van die uitspraak roept de samenwerking tussen Westerse investeerders en de Birmese autoriteiten op z'n minst vraagtekens op.

Ook ASEAN heeft stof tot nadenken. Ironisch genoeg heeft het zichzelf moeilijkheden bezorgd door het standpunt in te nemen dat de situatie in Birma een interne aangelegenheid is. De heroïnehandel is in toenemende mate een probleem in Zuid-Oost Azië geworden. Er zijn miljoenen verslaafden in de regio die bovendien in hoog tempo AIDS verspreiden. Bovendien tonen de huidige offensieven in het Thais-Birmese grensgebied, waarbij het Birmese leger stelselmatig de grenzen schendt, dat de onopgeloste conflicten tussen het centrale gezag en de etnische minderheden ook de stabiliteit in Birma's buurlanden bedreigt. Het drugsprobleem in Birma zou binnen de EU-ASEAN-vergadering hoog op de agenda geplaatst moeten worden. De EU en ASEAN moeten Birma niet beschouwen als een struikelblok in hun relaties, maar als een urgent en mondiaal probleem waar gezamenlijk aan gewerkt moet worden.