Zwoele Vega en de tragische clown Donovan

Concert: Suzanne Vega en Donovan. Gehoord: 13/2 Paradiso, Amsterdam.

Ze speelden ieder voor hun eigen publiek in afzonderlijke zalen van Paradiso, maar in wezen hebben Donovan en Suzanne Vega veel gemeen. Beiden zijn folkies met aantrekkingskracht op het poppubliek, en beider zangcarrière kreeg recentelijk een duwtje in de rug door de inbreng van gerenommeerde producers. De 50-jarige Donovan werd uit de vergetelheid gered door Rick Rubin, de baas van het American-label die eerder verantwoordelijk was voor de glorieuze comeback van Johnny Cash. Net als Cash kreeg Donovan de opdracht op zoek te gaan naar de inspiratie uit zijn beginperiode, toen hij het idealisme van de jaren zestig in zoete liedjes wist te vangen. Op zijn nieuwe cd Sutras klinkt hij weer net zo zweverig als toen, met liedjes over het Nirvana dat binnen ieders bereik ligt, als er maar genoeg gemediteerd wordt.

In het bovenzaaltje plezierde Donovan zijn oude fans met solovertolkingen van Hurdy Gurdy Man en Catch The Wind, waarbij hij indringend gebruik maakte van zijn bijna lachwekkend nadrukkelijke vibrato en het karakteristieke Schotse accent. Daarnaast zong hij zijn nieuwe liedjes, waarin hij gelukzalig verslag deed van de 'new age' die hij in 1968 met het mystieke parlando van Atlantis had aangekondigd en die nu kennelijk is aangebroken. Eenzaam op het podium had hij wel iets weg van een tragische clown, te wereldwijs voor banale grappen maar ook weer te veel 'professional' om het zijn publiek níet naar de zin te maken. Liever had hij gezien dat er stoeltjes stonden, dus voor zo'n zitconcert komt hij in juni nog eens terug.

De New-Yorkse Suzanne Vega kreeg ooit van stadsgenoot John Cale het advies om haar repertoire wat vrolijker te maken, een anekdote die ze ophaalde omdat het gebeurde bij haar Paradiso-debuut, in Cale's voorprogramma. “Erg grappig”, vertelde ze erbij, “om dat te horen van een man die manisch depressieve teksten zong en die na zijn vertolking van Heartbreak Hotel met zijn hoofd op de pianotoetsen bonkte.” Vega's introspectieve folkliedjes wonnen aan levendigheid op haar laatse cd Nine Objects Of Desire, geproduceerd door de van Elvis Costello en Crowded House bekende producer Mitchell Froom, die inmiddels ook haar echtgenoot is. Onder Frooms hoede herontdekte Vega haar liefde voor de bossa nova-invloeden uit haar jeugd en ontpopte ze zich met haar zwoele timbre en swingende liedjes tot een hedendaagse Astrud Gilberto.

Mitchell Froom was er gisteren zelf bij om de puffende en dampende orgelklanken te spelen die zo kenmerkend zijn voor zijn warme en onorthodoxe produkties. Ook Costello-drummer Pete Thomas was van de partij en hij liet horen hoe je met kwastjes of zelfs met blote handen ongebruikelijke klanken en ritmes uit een drumstel kunt halen. Suzanne Vega bloeide op in nummers als Caramel en Fatman, waarin haar tamelijk eentonige fluisterstem werd opgeluisterd met bossa-ritmes en slangenbezweerdersmelodieën. Een a capella gezongen versie van het ooit tot een house-hit bewerkte Tom's Diner leverde een verrassende meezinger op. Toch verbleekten oude succesnummers als Luka en het solo gespeelde Marlene On The Wall een beetje bij de fantasierijke ritmiek van het nieuwere werk, waarvan ze best wat meer had mogen zingen.