Wiens God?

'Het is alsof de schrijvers zeggen: laten de gelovigen van de literatuur afblijven. Terwijl de gelovigen roepen: laten de literatoren van het geloof af blijven.' Directeur Henk Kraima van de Stichting CPNB is allang niet meer verbaasd over de commotie die het thema 'Mijn God' van de komende boekenweek veroorzaakt.

Sinds hij in 1986 bij de organisatie voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek kwam, heeft hij nooit eerder zoveel ophef meegemaakt. Dat bewijst volgens Kraima dat het een succes is. Sinds de bekendmaking van het thema, een jaar geleden, is het niet meer uit de publiciteit geweest. 'Zie ik het goed, dan krijgen we de rumoerigste boekenweek in de geschiedenis', schreef Volkskrant-columnist Kees Fens. Kraima denkt dat hij gelijk krijgt: 'Als we vijf jaar eerder religie als thema hadden gekozen, hadden ze waarschijnlijk gezegd: ze gaan hun gang maar. Misschien was er al veel ergernis over de opleving van religie, en toen het dan ook nog thema van de boekenweek werd, was dit blijkbaar aanleiding om die ergernis vorm te geven.'

Bij mensen die zelf godsdienstig zijn ziet Kraima een veel dubbelzinniger houding. Vaak voelt men weerzin tegen het thema, maar tegelijk is men blij dat er weer over het geloof wordt nagedacht. Hij vindt het illustratief dat in het protestants-christelijke ochtendblad Trouw meteen twee tegengestelde standpunten te vinden waren: voor en tegen 'Mijn God'. Tekenend is dat de protestantse kerken vorige week bekendmaakten een miljoen gratis kranten en 180 duizend cd's te gaan verspreiden, om op een positieve manier bij de boekenweek aan te haken. Kraima: 'Dat kan de aandacht voor het boek alleen maar bevorderen.'

De keuze van een thema voor de boekenweek is elk jaar een belangrijk moment voor de CPNB. Volgens de directeur komen thema's nooit zomaar uit de lucht vallen. Elke twee jaar organiseert hij een ronde-tafelgesprek met uitgevers en boekverkopers. Daar komen meestal zo'n zes onderwerpen uitrollen die eerst aan 'het veld' worden voorgelegd. Vervolgens maakt de CPNB een keuze.

De belangrijkste reden waarom men tien jaar geleden met de thema's begon, was dat er in de boekenweek te veel nadruk op de nieuwste titels kwam te liggen. 'Het succes werd afhankelijk van een paar nieuwe boeken van literaire schrijvers. Er moest een nieuwe Mulisch zijn, een nieuwe Hermans, een nieuwe Reve, anders was het mislukt. Voor de schrijvers leverde dat een vervelende druk op. Je kunt een boek niet altijd plannen. Een uitgever kan de produktie iets versnellen of een manuscript een paar maanden laten liggen, maar dan heb je het gehad.' De CPNB besloot de aandacht van enkele nieuwe titels te verplaatsen naar een groot aanbod van oude èn nieuwe boeken. Als thema's moesten dienen onderwerpen waarover goede fictie en non-fictie was verschenen. Bij die opzet paste een boekenweekgeschenk van een belangrijk literair schrijver en een bijna gratis literair essay. Dit jaar zijn dat de novelle Want dit is mijn lichaam van Renate Dorrestein en een essay van Gerrit Komrij.

Dat Renate Dorrestein haar geschenkje een religieuze titel meegaf, en bij de presentatie van haar boek vorige maand een heuse geloofsbelijdenis uitsprak, is volgens Kraima zuiver toeval. 'Het thema van de boekenweek heeft bij de keuze van Dorrestein als auteur geen rol gespeeld. Voor het geschenk gaan we op zoek naar een schrijver die algemeen als goed wordt beschouwd en die een grote groep lezers aanspreekt. Het boekenweekgeschenk is geen gelegenheid om mee te experimenteren. Veel mensen moeten het met plezier willen uitlezen en de auteur moet de opdracht aankunnen. Hij moet op tijd kunnen werken, en op lengte. Hij mag niet halverwege het schrijven zeggen: 96 bladzijden is te weinig.'

Volgens Kraima is de keuze van een auteur voor het boekenweekgeschenk zelden lastig. Alleen een paar grote schrijvers kunnen aan alle eisen voldoen. 'Als je in het veld suggesties vraagt, komen er steeds dezelfde namen uit. We hebben nu een stuk of zeven auteurs voor volgende jaren die op alle lijstjes met suggesties voorkomen.'

Anders dan het boekenweekgeschenk moet het 'boekenweekessay' wel over het thema gaan. Niet te geloven van Gerrit Komrij is een recalcitrant groepsgesprek over het geloof en de religieuze mode van dit moment. Dat de gelovigen daar niet altijd even goed uit naar voren komen, deert Kraima niet. 'We hebben Komrij voor het essay gevraagd, omdat hij een oorspronkelijk geluid over het onderwerp kan laten horen. Zijn standpunt over het geloof was ons natuurlijk bekend. Maar als we een auteur hadden gevraagd van een uitgeverij als Ankh-Hermes zou het resultaat voor ons doel waarschijnlijk veel te specifiek zijn geworden. Dan hadden we een essay gekregen over het nut van graancirkels en daar zijn minder lezers in geïnteresseerd.'

Gevraagd hoe lang het thema religie al op de burelen van de CPNB leeft, antwoordt Kraima dat het sinds vier jaar een 'serieuze optie' is. Twee jaar geleden is het voor het eerst intensiever bestudeerd. 'Iemand stelde 'esoterie' voor, een ander wilde iets doen met 'joodse boeken', en een derde koos voor de bijbel en de koran.' Uiteindelijk werd er gekozen voor het motto 'Mijn God', waarbij de nadruk zou komen te liggen op de vele manieren waarop je met het geloof kunt omgaan. Op een door de CPNB verspreid affiche prijzen vanaf 12 maart zes publieke persoonlijkheden een stapeltje religieus getinte boeken aan. Het aardige daarvan is dat ieder een andere richting dan zijn eigen aanprijst: Rabbijn Awraham Soetendorp leest Dialoog met de natuur van Irene van Lippe-Biesterfeld, Ronald Jan Heijn van Oibibio heeft de bijbel in handen en Aad Nuis is afgebeeld met de door hem waarschijnlijk zelden geraadpleegde koran.

Behalve de rumoerigste zal het ook de minst literaire boekenweek van de laatste jaren worden. Meer dan anders gaat de aandacht uit naar filosofie, theologie en non-fictie. Voor uitgevers als Kok in Kampen, Ankh-Hermes, Tirion en De Boekerij (uitgever van De Celestijnse Belofte) mag dat een verademing zijn, de meer literaire schrijvers en uitgevers zijn minder enthousiast. Sommigen hebben weinig op met religie, anderen die er wel 'mee bezig zijn', willen toch ver van de boekenweek blijven. Kraima: 'Niemand wil graag in een hokje worden gestopt. Veel schrijvers met een religieuze component in hun werk vinden de religie maar één van de vele aspecten die hen bezig houden. Niemand zal ontkennen dat godsdienst een rol speelt in het werk van Leon de Winter, Willem Jan Otten en Maarten 't Hart, maar ze willen er terecht niet op worden vastgepind. Ze zijn wellicht bang voor stigmatisering.'

In de literaire fondsen wint het anti-religieuze, met namen als Komrij en Kousbroek, het van het religieuze. Henk Kraima laat het koud: 'Wat de boodschap van een auteur is, is voor de CPNB niet doorslaggevend, Wij hebben geen oordeel over zijn gedachten. We kijken alleen naar zijn kwaliteit als schrijver.' Hij constateert dat het schrijven over religie de tegenstanders kennelijk beter afgaat dan de voorstanders. 'Als je ziet met hoeveel gretigheid schrijvers als Hugo Brandt Corstius en Rudy Kousbroek mensen met enige religieuze affiniteit te grazen nemen, is dat ook wel te begrijpen. Hoe moet je discussiëren met iemand die de rede als wapen hanteert als je zelf tot de conclusie bent gekomen dat er meer is dan die rede?'

Kan de evangelische boekhandelaar uit Epe nu nog met opgewekt gemoed op 11 maart naar het Boekenbal? Of moet hij spitsroeden lopen tussen dronken apostelen, jezussen aan de rekstok en lichte vrouwen met stigmata? Kraima: 'Het Boekenbal is altijd een knipoog naar de literatuur geweest, en nu krijgt het ook nog een knipoog naar de religie. Als de diepgelovige boekhandelaar gevoel voor humor heeft, moet hij beslist komen.' Net als andere jaren houdt hij het niveau van de versieringen persoonlijk in het oog. 'De bezoekers mogen weten dat ze naar het Boekenbal gaan en niet naar een kerkdienst. Maar wij zijn hun gastheer. Dat wil zeggen dat we op dit moment drukker zijn met het schrappen van ideeën dan met het aandragen ervan. We willen onze gasten niet bewust schofferen. Het geloof blijkt een onuitputtelijke bron voor creativiteit.'