Wat doet Europa voor Rushdie?

De schrijver Salman Rushdie hangt al acht jaar een Iraans doodvonnis boven het hoofd. Adriaan van Dis pleit voor sancties tegen het bewind in Teheran.

Vandaag, acht jaar geleden sprak ayatollah Khomeiny een vloek uit over Salman Rushdie. En meer dan ooit is iedereen die vloek zat. De schrijver, omdat hij sinds het verschijnen van De Duivelsverzen zijn leven niet meer zeker is. De Iraanse politieke leiders, omdat ze opgescheept zitten met een in theorie niet herroepbare fatwa (doodvonnis) van wijlen ayatollah Khomeiny - een erfenis die het land in een nog groter isolement heeft gebracht. De Westerse politici, omdat ze er voortdurend aan herinnerd worden de zaak-Rushdie op hun agenda te plaatsen, terwijl ze liever stille diplomatie bedrijven, dat wil zeggen de zaak doodzwijgen.

En ook Rushdies lezers zijn het zat; zij vinden dat hun schrijver veel te goed is om zich de hele tijd met politiek bezig te houden. Hij is in de eerste plaats een van de grote romanciers van onze tijd en De Duivelsverzen is veel meer dan een boek waarin kritische vragen worden gesteld over de auteur van de Koran. Het is ook een roman over Oost en West waarin mensen die beide culturen in zich verenigen met hartstocht worden beschreven. Rushdie laat zien dat de tegenstellingen tussen Oost en West voor een deel op ficties berusten. Bij hem geen clash of civilisation, maar een bruiloft van beschavingen die het in zichzelf gekeerde Westen met een stroom van verhalen verrijkt.

De werkelijkheid is dat de auteur nog steeds wordt bedreigd, laatst nog in Kopenhagen toen de Deense regering hem verzocht weg te blijven bij de uitreiking van de aan hem toegekende Aristeionprijs voor literatuur. Denemarken kon niet voor zijn veiligheid instaan. Pas na de nodige internationale ophef mocht de schrijver zijn prijs uiteindelijk toch ophalen. En zo kon het vrije woord zegevieren achter een haag zwaar bewapende veiligheidsagenten.

De aanwijzingen dat de Iraanse regering haar terroristische activiteiten in het buitenland nog steeds uitoefent, stapelen zich op. (Sinds de ayatollah's de macht hebben zijn er in het buitenland meer dan zestig opposanten van het regime vermoord.) Zowel in Duitsland, bij het recente proces naar aanleiding van de moord op vier Iraanse Koerden (Berlijn 1992), als in Frankrijk, na de moord op de in ballingschap levende oud-hoogleraar criminologie aan de rechtenfaculteit van de universiteit van Teheran, Réza Mazlouman, (mei 1996, de achtste op Franse bodem), hebben de openbare aanklagers beschuldigen geuit aan het adres van gezagsdragers in Iran.

Zo heeft het Duitse federale parket een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd tegen de Iraanse minister van propaganda, Ali Fallahian, gevolgd door een officiële beschuldiging dat ayatollah Khamenei, de huidige leider van de Iraanse revolutie, persoonlijk de moord op de vier Koerdische opposanten had bevolen. Twintig november jongstleden verklaarden de mullah's in Iraans heilige stad Quom dat de Duitse openbare aanklagers nu “eenzelfde doodvonnis wacht als Salman Rushdie”. Er moest een brief van Helmut Kohl aan te pas komen om de gemoederen te sussen.

Het is duidelijk: de zaak-Rushdie staat niet op zichzelf. Opkomen voor Rushdie is ook opkomen voor honderden onbekenden Rushdies. We kennen de voorbeelden uit Soedan en Algerije, waar ook geheel niet bij het debat betrokken argeloze burgers worden bedreigd, we herinneren ons de lotgevallen van Taslima Nasreen uit Bangladesh, de schrijfster die nog steeds op een schuilplaats in Zweden vertoefd om de in haar vaderland uitgesproken fatwa te ontlopen. We weten weinig over de moeilijke positie van de 134 in Iran wonende schrijvers die al weer anderhalf jaar geleden in een brief aan het Iraans ministerie van Cultuur en Islamitische Leiding voor meer individuele vrijheid hebben gepleit.

Hoewel de schrijver (Brits staatsburger uit India van Pakistaanse origine) in het geheel niets met Iran van doen heeft, dreigt hij symbool te worden voor de moeizame verhouding tussen het Westen en de fanatieke ayatollah's. Door Rushdie te bedreigen en op te jagen, tergen de moslim-fanatici het in hun ogen arrogante en goddeloze Westen. Zij worden daarbij gesteund door de meeste islamitische landen die de mensenrechten graag afdoen als een typisch Westers produkt.

Schuldig als ze zich voelen, spreken de cultureel relativisten in de Westerse wereld deze fanatici niet tegen en in die luwte opereren Europese handelaren en politici: een mensenleven, laat staan een schrijversleven, mag immers geen invloed hebben op onderhandelingen over kredieten en olieprijs. Daarom ook houdt Iran zo vast aan de fatwa tegen Rushdie.

De religieuze en politieke leiders van nu hebben de fatwa zelfs opnieuw uitgesproken en nog een extra som op het hoofd van de schrijver gezet. Nateq Nuri, de voorzitter van het Iraanse parlement en algemeen gezien als de volgende president, zei deze zomer in de Britse documentaire Get Rushdie (Channel Four): “Wie de profeet beschuldigt moet veroordeeld worden. Rushdie is een probleem voor het Westen, niet voor ons.”

Hoe kan het Westen dit probleem oplossen? Door er zo min mogelijk over te praten? In de hoop dat Iran dan zonder al te veel gezichtsverlies de fatwa 'vergeet'? Maar Rushdie wordt al doodgezwegen aan de internationale onderhandelingstafels en toch neemt de terreur van Iran in het buitenland toe. Is het beter ook daar maar over te zwijgen?

De Verenigde Staten zijn voorstanders van sancties, Europa zegt te kiezen voor een “kritische dialoog”. Met het gevolg dat Amerika enige aanslagen van moslim fundamentalisten te verwerken kreeg en Europa, in samenwerking met Japan, voor ruim 5 miljard dollar aan kredieten aan Iran kon verstrekken. Wat hield die kritische dialoog tot dusver in hemelsnaam in? Vriendelijke beloften aan volksvertegenwoordigers dat de mensenrechten beslist aan de onderhandelingstafel ter sprake komen, talloze toezeggingen aan Salman Rushdie dat voor zijn zaak wordt gepleit, maar als het er werkelijk op aankomt zwijgen en contracten binnenhalen. Bah!

Bezie de ontvangst van Rushdie door de Ierse minister van Buitenlandse Zaken, Dick Spring, 10 december jongstleden; op dat moment voorzitter van de Europese Unie. Foto's in de krant en de toezegging dat zijn zaak op de agenda stond tijdens de Eurotop in Dublin. Vier dagen later volgde de verklaring van de regeringsleiders. Er stond veel behartigenswaardigs in. Maar over Rushdie geen woord. Zoveel toezeggingen en zoveel pijnlijk zwijgen.

Wat gaat onze minister van Buitenlandse Zaken doen nu Nederland de komende maanden het voorzitterschap vervult? De druk op Iran verhogen? Geen ruimte bieden voor handelsbetrekkingen zolang de geestelijke en politieke leiding mensenrechten schendt en terrorisme exporteert? Een gezamenlijke verklaring, waarin de validiteit van de fatwa wordt bekrachtigd, weigeren? Ook als Iran belooft het doodvonnis niet uit te voeren? Immers, een loze belofte zolang de fanatici blijven vasthouden aan de onherroepbaarheid van de fatwa.

Tijdens het Nederlandse voorzitterschap zal in juni vermoedelijk een gesprek plaatsvinden met Mahmoud Vaezi, de Iraanse onderminister van Buitenlandse Zaken. Eerder, 17 en 18 april, wordt in Den Haag een mediterrane conferentie gehouden ('Governance in the Euro-mediterean region') waaraan ook enkele islamitische landen deelnemen. Zal op beide bijeenkomsten de dialoog gevoerd worden zoals hij bedoeld is: kritisch? En niet als een ruilbeurs van handelsbelangen en mensenrechten?

Ik weet dat we zeuren, meneer de minister, u bent de zaak ook zat, maar het gaat niet alleen om Rushdie, het gaat om globale ethiek. Groot woord, maar we moeten er niet bang voor zijn.

Het recht op vrijheid van meningsuiting, het recht van de mens te lezen wat hij lezen wil, is meer dan een Westers goed. Door de fundamentalistisch islamitisch geleide landen te dwingen dat recht te respecteren, bewijzen we ook de moslims een grote dienst. Verweg en vooral ook dichtbij. Want de Rushdie-affaire heeft ook de in Nederland wonende moslims onaangenaam geraakt. Het heeft hun het imago gegeven dat hun geloof even achterlijk en middeleeuws is als dat van een handjevol fanatieke ayatollah's.

Door Iran te dwingen zijn terroristische activiteiten te staken, neemt Europa de moslims eindelijk serieus. En de moslims verdienen het om voor vol aangezien te worden, al was het maar omdat het in Nederland de snelst groeiende godsdienst is.

Zoals destijds de treinkaping de integratie van de Molukkers heeft versneld, zo zou de fatwa de emancipatie van de moslims in Europa kunnen steunen. Is die gruwelijke zaak toch nog ergens goed voor geweest. Laat het u ernst zijn, excellentie!