Vlorë, de meest rebelse stad van Albanië

ROTTERDAM, 14 FEBR. De Albanese stad Vlorë, het epicentrum van de volkswoede over de piramidefondsen die Albanië op de rand van een burgeroorlog heeft gebracht, heeft de reputatie 's lands lastigste stad te zijn, de stad waar men weinig gelegen laat liggen aan het centrale gezag. Of beter: nog minder dan elders, want er bestaat in dit land vol regionale eigenzinnigheid pas sinds zeventig jaar iets dat op een centraal gezag lijkt.

Vlorë kan bogen op een zeer rijke geschiedenis als versterking, als burcht en als haven: het was eeuwenlang voor de lange reeks van buitenlandse veroveraars de meest begeerde prijs in Albanië. In 1343 al kon de Servische tsaar Dušan zich gelukkig prijzen zijn Groot-Servische rijk met Vlorë uit te breiden: die bood hem een uitgang naar zee. Zo'n uitweg naar zee is de Serviërs sindsdien steeds blijven obsederen - en steeds was Vlorë daarbij een prominent doelwit.

In 1417 bezegelde de inname van vier bolwerken, waaronder Vlorë, de Turkse verovering van Albanië, die tot de Eerste Balkanoorlog in 1912 zou duren - en die ook weer in Vlorë ongedaan werd gemaakt. Zeven weken na het uitbreken van de Eerste Balkanoorlog namelijk, op 28 november 1912, riep een in het 'Congres van Vlorë' verenigde groep Albanese intellectuelen de Albanese onafhankelijkheid uit, op hetzelfde plein in Vlorë waarop nu elke dag gedupeerde spaarders demonstreren.

Die uitroeping was het begin van de uitbreiding van die Eerste Balkanoorlog naar Albanië, want op de Albanese onafhankelijkheid zaten de winnende mogendheden in die oorlog (Montenegro, Servië, Bulgarije en Griekenland) allerminst te wachten: de eerste drie genoemde landen maakten aanspraak op Albanië en alle drie hebben ze Albanië enige tijd bezet gehouden.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Vlorë de haven van waaruit het verslagen en gedecimeerde Servische leger onder leiding van koning Peter I zee koos naar Korfoe, na een epische en tragische voetmars door de Albanese bergen waarbij 100.000 Serviërs het leven lieten (en diegenen die in leven bleven op grote schaal Albanezen afslachtten).

In juni 1924 dook Vlorë opnieuw op in de Albanese geschiedschrijving. Toen begon in deze stad de Juni-Revolutie, waarmee de oppositie de toenmalige premier, Ahmed Zogu (de latere Zog I, Albanië's enige koning) verdreef. De Juni-Revolutie leidde tot de vestiging van het bewind van de bisschop, schrijver en Shakespeare-vertaler Fan Noli, het enige min of meer democratische bewind dat Albanië in zijn hele geschiedenis heeft gehad tot de omverwerping van het communistische regime. Het hield overigens maar één jaar stand.

De aantrekkingskracht van Vlorë schuilt vooral in de zeer goed beschutte haven. “De toekomst van Albanië zal afhangen van de rechten en belangen van Italië in de Adriatische Zee. Wie de haven van Vlorë bezit, is de absolute heerser van de Adriatische Zee”, zo zei in juni 1901 een afgevaardigde in het Italiaanse parlement. De Adriatische Zee is bij Vlorë het smalst: slechts zestig zeemijl scheiden de Albanese en de Italiaanse kust.

Geen wonder dat de Italianen hun bezetting van Albanië in april 1939 in Vlorë en de andere Albanese haven, Durrës, begonnen. Geen wonder ook dat Sovjet-partijleider Nikita Chroesjtsjov in de jaren vijftig hier een duikbootbasis eiste en kreeg - de enige basis die de Sovjet-marine ooit in de Middellandse Zee heeft gehad. Zelfs na de breuk tussen Moskou en Tirana in 1960 heeft Chroesjtsjov nog alles gedaan om die basis op de een of andere manier te behouden. Tevergeefs overigens.

Wie weet hoe extreem arm de Albanezen vijf jaar geleden waren, kan zich afvragen hoe de inwoners van een kleine stad (Vlorë en omgeving tellen minder dan 100.000 inwoners) een half miljard dollar hebben kunnen beleggen in het nu ter ziele gegane investeringsfonds Gjallica. Het antwoord is op de eerste plaats dat wat voor heel Albanië geldt: de half miljoen Albanezen die al dan niet illegaal in Italië, Griekenland en West-Europa werken sturen jaarlijks 350 tot 450 miljoen dollar naar familie naar huis. Veel van dat geld is door die familie in de investeringsfondsen gestoken.

Voor Vlorë geldt nog een tweede verklaring: de stad is de trampoline naar Europa. Vanuit deze havenstad worden elke nacht met bootjes, die sneller zijn dan de Italiaanse of Albanese kustwacht, smokkeltochten naar Italië gemaakt. Die 'industrie zonder rook' levert reuzenwinsten op. Voor 600 tot 1000 dollar per persoon per overtocht worden mensen - Albanezen, maar ook Koerden, Bengalen, Chinezen, Afghanen - Italië en aldus de EU binnengesmokkeld. De helft wordt onderweg of in Italië gepakt, de andere helft verdwijnt op weg naar een bestaan als illegaal. De Italiaanse politie schat dat per maand vijfduizend mensen worden overgezet. Een drugstripje levert een smokkelaar 600 dollar per keer op. Albanië is inmiddels een belangrijke producent van marijuana en coca, de grondstof van cocaïne. De Italiaanse politie ontmantelde twee jaar geleden een bende met 35 boten die elk per week één keer heen en weer voeren, met wapens, drugs en met 23 passagiers per boot. Aldus zijn in Vlorë alleen al honderden miljoenen verdiend - en in Gjallica verloren.