Varkensdichtheid vraagt om problemen

BOEKEL, 14 FEBR. De Dierenbescherming legde gisteren de vinger op een gevoelige plek. “Massale vernietiging van varkens is bij hoge populatiedichtheden onontkoombaar”, schreef de vereniging in een brief aan minister Van Aartsen (Landbouw).

Daarin vroeg ze om vaccinatie in plaats van massavernietiging. Die vindt op het ogenblik plaats in de pesthaard rond het Oost-Brabantse Boekel. Daar worden uit preventie dertigduizend varkens geëlektrocuteerd. De wijze waarop dat gaat geeft te denken. De snelheid van handelen lijkt te prevaleren boven het gevoel voor het dier. Wie met zo'n grote aantallen aan de slag is, verliest immers gemakkelijk het welzijn van ieder varken afzonderlijk uit het oog, zo meent Dierenbescherming. Elk op de harde betonvloer neerploffend en vervolgens in de grijparmen zwaaiend kadaver is daardoor steeds opnieuw een aanklacht tegen het systeem.

Nergens ter wereld is, aldus de Dierenbescherming, de dichtheid van varkens zo groot. Dat moet nu maar eens ter discussie worden gesteld, vindt zij.

Nederland telt 14,2 miljoen varkens. Die worden voornamelijk gehouden op de zandgronden van Noord-Brabant, Noord-Limburg, Gelderland en Overijssel. In Boekel en omgeving alleen al zitten 1,1 miljoen varkens in 1.900 bedrijven. De zeugen in dit gebied werpen per week zestig- tot zeventigduizend biggen.

Elk jaar komen er ondanks de beperkende milieumaatregelen meer varkens bij. In 1996 waren het er driehonderdduizend meer dan in 1995. Varkenshouders en de veevoederindustrie hebben niet stilgezeten bij het bedenken van maatregelen om inkrimping van de veestapel te voorkomen. De boeren bouwen groen-labelstallen, waardoor de ammoniakuitstoot wordt verminderd en ze mogen in sommige streken de daarmee behaalde milieuwinst verzilveren in nieuwe varkens. De veevoederbedrijven maken voer met minder voor het milieu schadelijke stoffen en voegen er fytase aan toe zodat het beter in het lichaam wordt opgenomen, er dus minder voer nodig is en minder mest wordt geproduceerd.

Een bedrijf met meer dan vierduizend vleesvarkens en met filialen is geen uitzondering meer: Belgische toestanden die in Nederland navolging kregen. Het kleine gezinsbedrijf is tegen dit geweld niet meer opgewassen.

De consument wil, is het door de bedrijfstak gehanteerde argument voor de schaalvergroting, graag voor weinig geld zijn karbonade. Verder moet er geld worden verdiend om, zoals steeds wordt aangevoerd, de dure milieumaatregelen te kunnen betalen.

Maar doordat de varkens op een kluitje zitten zijn de gevolgen van de pest ook veel omvangrijker. Dit kan nog erger worden in die gebieden waarin als gevolg van de varkenspest geen vervoer meer is toegestaan. Daardoor raken de stallen nog voller dan ze al waren (een big groeit per dag zeven- tot achthonderd gram). Omdat er ook geen mest mag worden vervoerd raken ook de gierkelders overvol. Doordat er zoveel varkens op een hoop zitten is het gevaar voor andere ziekten dan de pest groot. Longontsteking, griep en diarree slaan gemakkelijker toe. “Je krijgt die toestanden ook als er teveel mensen langdurig bij elkaar zitten”, aldus hoofdbestuurder H. Verkampen van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond uit Gemert die ook door het vervoersverbod is getroffen. Hij runt zelf twee bedrijven met scharrelvarkens.

De Nederlandse varkensbranche jaagt niet alleen duizenden varkens in de verbrandingsovens van de destructor maar is ook bezig haar eigen graf te graven. Inkrimping van de veestapel, die nu nog boven de markt hangt als een van de mogelijkheden om het mestprobleem en daardoor het milieuprobleem onder de knie te krijgen, zou het overwegen waard zijn ten behoeve van het dier zodat dat wat meer ruimte krijgt om zich te bewegen. Daardoor wordt het minder bevattelijk voor allerlei ziektes. Daardoor ook gaat het, om de woorden te gebruiken van een alternatieve varkenshouder, weer “doorleefd vlees” leveren. Zo niet dan zullen steeds meer consumenten overgaan op “scharrelvlees” en trekken de grootschalige bedrijven uiteindelijk aan het kortste eind.