Van Mierlo is 'zeer voldaan'

SINGAPORE, 14 FEBR. Aziaten doen het liefst zaken op de golfbaan. Daarom togen de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie en de Associatie van Zuidoostaziatische landen (ASEAN) vanmiddag, na afronding van hun tweedaagse conferentie in Singapore, naar een van de vele golfbanen die deze groene stadstaat rijk is.

Maar Hans van Mierlo liet het sportfestijn aan zich voorbijgaan. “De minister golft niet”, liet zijn woordvoerder weten. En de minister had bovendien belangrijker zaken te doen.

Als voorzitter van de Europese ministerraad voerde Van Mierlo vanmiddag namens de EU in de marge van de Euro-Aziatische top een gesprek met zijn Chinese ambtsgenoot Qian Qichen. Net als de afgelopen twee dagen in het overleg met ASEAN het geval was, kwam het onderwerp mensenrechten ook hier uitgebreid aan bod, al was er volgens Van Mierlo, geen sprake van grote toenadering tussen de EU en China.

Die toenadering was er wel tussen de ministers van de vijftien EU-landen en die van de zeven lidstaten van ASEAN, dat naast gastheer Singapore verder bestaat uit Brunei, de Filippijnen, Indonesië, Maleisië, Thailand en Vietnam. De ministers spraken anderhalve dag met elkaar over uitbreiding van de onderlinge banden op politiek, economisch en cultureel gebied en bereikten belangrijke compromissen over Oost-Timor en Birma, twee gevoelige onderwerpen die aanvankelijk aanleiding leken voor een botsing tussen de twee gezelschappen tijdens de bijeenkomst.

“Zowel Oost-Timor als Birma hadden hele explosieve onderwerpen kunnen zijn. Ik ben zeer voldaan dat het gelukt is om een oplossing te vinden voor een manier om met deze vraagstukken om te gaan in het overleg met ASEAN”, zei Van Mierlo vanmiddag kort na de presentatie van de slotverklaring.

Van Mierlo maakte als mede-voorzitter van de vergadering gisteren de kwestie Oost-Timor bespreekbaar. Portugal, dat tot de inval van het Indonesisch leger in 1975 het koloniaal bestuur over Oost-Timor voerde, maakt zich al tijden grote zorgen over de situatie rond de mensenrechten op het eiland. “De Portugezen wilden niets liever dan het onderwerp aan de orde te stellen, maar Indonesië had gedreigd uit de vergadering weg te lopen als dat zou gebeuren. Ik heb het compromis gevonden door het onderwerp als voorzitter van de Europese ministerraad in de bespreking te brengen. Er is van ASEAN-zijde ook geantwoord, niet door Indonesië maar door de andere mede-voorzitter van de vergadering, Singapore. Het onderwerp is dus behandeld en wij hebben gezegd wat we daarover wilden zeggen. Maar ik moet wel zeggen dat we een hele dag zijn kwijtgeraakt”, aldus Van Mierlo.

Van Mierlo toont zich meer tevreden over de discussie die de ministers gisteren tijdens een informele lunch voerden over de situatie in Birma. Dat land zal naar alle waarschijnlijkheid nog dit jaar toetreden tot ASEAN. Daardoor bestaat de kans dat de militaire leiders van het land bij een volgende EU-ASEAN bijeenkomst ook rond de vergadertafel zitten. “De EU kan geen eisen stellen aan de toegang van Birma tot ASEAN. Dat is een ASEAN-zaak en dat hebben we ook heel duidelijk aangegeven. We maken ons beide grote zorgen over wat er in Birma gebeurt. ASEAN denkt dat het beleid in Birma gunstig wordt beïnvloed als het land in haar gezelschap wordt opgenomen. En wij hebben duidelijk tegen ASEAN gezegd: doe er in godsnaam wat aan, want jullie kunnen invloed uitoefenen”, zegt Van Mierlo.

De minister maakt zich zorgen over het gegeven dat de militaire leiders in Birma straks aanzien verwerven door het lidmaatschap van ASEAN. “Ik heb er op gewezen dat de regering van Birma niets liever wil dan lid worden van ASEAN. Hoewel ASEAN zegt dat die toetreding een positief effect zal hebben op het democratiseringsproces in het land, verwerft een regime dat mensenrechten schendt intussen wel aanzien door bij ASEAN te horen. En daar ligt toch een probleem. Het gaat er voor ons om in hoeverre wij straks, als we weer overleg voeren met ASEAN, bereid zijn met Birma te praten. Dat is een probleem dat heel duidelijk voor ons ligt en dat ook niet onder stoelen of banken is gestoken hier in Singapore. Hoe we dat gaan doen, weet ik nog niet. Er zal in de Europese Raad uitvoerig over gesproken worden.”