Uit de lucht geplukt; Engelen en kinderboeken

In de eerste schemering zie ik een heks. Ze hangt in de kale bomen aan de overkant van de weg. Zo lang ik op de bus wacht, tekenen de takken en de twijgen haar grote hoofd, haar kromme neus, haar dunne lijf tegen de lucht. Vijf dagen op m'n eentje reizen door Schotland, en dit is het resultaat: ik zie heksen in bomen.

Later - de bus rijdt door het heuvelland op weg naar het plattelandshotel met haardvuur - heb ik een helder moment. Misschien is het niet mijn verbeelding, maar is het het land zélf dat bepaalde beelden in me wakker maakt. De Britten, al langer bekend om hun voorliefde voor ghost-stories en mysteries, hebben niet van de ene op de andere dag beslist dat zij nu eens dat gat in de markt wilden vullen. De verhalen waren er natuurlijk al langer, ze lagen voor het grijpen. Bij Culzan Castle, aan de Schotse westkust, heb ik een laantje met kale bomen gezien, waarvan de takken als kromme, oude heksenvingers in elkaar groeiden. In de rotsen vlak bij Ayr zat een manshoog diep gat, waar volgens mij een mysterie woonde. En het vervallen kerkje dat ik heb gezien, midden op een kerkhof met scheefgezakte graven, kon alleen nog maar een nachtelijke danszaal zijn voor heidens addergebroed. Niet verwonderlijk dat Robert Burns daar zijn Tam O'Shanter bedacht. Ineens, op de bus, denk ik te begrijpen waarom Britten graag ghost-stories horen - en schrijven. Het gros komt thuis van een boswandeling en zegt: 'There was something in the air tonight.'

Altijd al heeft er van alles in de lucht gezeten. Aan onze kant van het Kanaal zien we minder in geesten of heksen, maar evengoed worden we beïnvloed door sferen, door wat ik een beetje Jungiaans 'collectieve gevoelens' noem. Het magische jaar tweeduizend dient zich steeds dwingender aan. In Parijs, voor het Centre Pompidou, tikt een klok de laatste seconden weg. Dat tikken zit hoe dan ook in de lucht, en dat merk je aan wat mensen willen. Het derde millenium wordt 'de eeuw van de geest' en bijna als afgesproken gaan we alvast aan ons geestesleven werken. De oudste vragen ademen we weer in; wie we zijn, wat we hier doen, waar we naartoe gaan... Als er vragen in de lucht hangen, belanden de antwoorden in boeken. Boeken die dieper graven in Het Zijn (De Celestijnse belofte), boeken die je mantra's leren tekenen, zodat je je onderbewuste leert kennen, boeken over aura's en 'alles wat je niet kunt zien'. We zoeken authenciteit, en niemand heeft ook maar iemand daartoe verplicht.

In de wereld van het kinderboek werd de term 'esoterie' tot hiertoe niet gebruikt - misschien omdat het gros van de volwassenen denkt dat kinderen ongelukkig worden als ze te diep nadenken. Toch zijn esoterische kinderboeken er al langer, zeker als je het woord volgens het woordenboek verklaart als 'alles wat geheim is'. Annetje Lie in het holst van de nacht van Imme Dros en Kleine Sofie en Lange Wapper van Els Pelgrom mogen voor mijn part voor esoterische kinderboeken doorgaan, omdat ze allebei het rijk van de droom, het leven en de dood onderzoeken. Elk dierenverhaal van Toon Tellegen is wat mij betreft ook esoterisch van inslag, omdat je wordt ingewijd in een denkwereld waar je nog niet eerder bent geweest, en die dus eerst geheim voor je was. Uitgeverij Christofoor profileert zich dan weer met een fonds dat hoofdzakelijk antwoorden op levensvragen zoekt in verhalen, fabels en legenden.

Het zou me niet verbazen dat er in december ook engelen in de versierde sparren hebben gehangen. We mogen ze weer zien. Officieel, zelfs, overal duiken ze op. In de Rainbow-pocket Engelen, een pocket voor een ruim (!) publiek, schrijft Paola Giovetti dat je leven maar een wachttijd in een transitruimte is. Na je dood begint de tocht naar de hemel, waar je met eigen ogen kunt zien hoe mooi het paradijs is in vergelijking met je aardse bestaan. En als je dat niet gelooft, dan lees je maar over engelen in romans (De Engel zag de ezelin van Nick Cave, om er maar een te noemen), of zie je ze op servetten, kaaren, wandversieringen, behand, wens- en prentbriefkaarten. Je kunt ook een Peugeot kopen, het merk dat 'veilige auto's produceert bij gebrek aan zekerheid of iedereen wel een beschermengel heeft', zoals de reclame-boodschap zegt. Als volwassenen officieel in engelen gaan geloven, en er meer en meer mee bezig zijn, zou het raar zijn als die wezens vroeg of laat niet ook in de kindercultuur opdoken.

Tot hiertoe waren ze in kinderboekenland nog zo goed als afwezig. Personages werden geboren, personages gingen dood, maar aan het gefladder van engelenvleugels durfde geen schrijver te beginnen. Want: als het over de dood ging, speldde je kinderen met engelen maar wat op de mouw. Als kind las ik een jeugdzonde van Thea Beckman die Heremijntijd, wat een lastpost! heette. De tekeningen zie ik nog voor me, maar van het verhaal herinner ik me alleen de teneur. Vrolijke fratsen van een weerbarstig engeltje, geheel ontdaan van wat voor doodsgedachte dan ook. Nog ouder is het badinerende Het trompetje van Annie M.G. Schmidt, een kort verhaal waarin een engeltje in de kelder van de hemel op zijn trompetje speelt, tot het instrument per ongeluk op de aarde terechtkomt. Ook zij legde geen link tussen engelen en een leven na de dood. In Vlaanderen was het even minder windstil toen Gie Laenen in Anderland een berschermengel opvoerde, en in Nederland deed Bies van Ede iets hogers in De mensen in de schemering. Verder bleven de engelen onzichtbaar.

Maar kijk, daar zijn ze. Het van oorsprong Franse kunsttijdschrift voor kinderen Dada wijdde een compleet nummer aan de engelen. Aaan de hand van Giotto, Murillo en Fra Angelico wordt de engel ontleed en ontkleed en niemand is nog bang dat het kind een fabeltje wordt wijsgemaakt.

Toen Joke van Leeuwens prachtige Iep! nog ongelezen op mijn nachtkastje lag, dacht ik dat de hoofdpersoon geen menselijk vogeltje was, maar een uit de hemel gevallen engeltje. Niemand had me iets in die richting verteld. Waarschijnlijk had ik die gedachte gewoon zelf uit de lucht geplukt. Viegeltje uit Iep! is voor mij ook nu nog een personage tussen mens en engel in, meer nog dan tussen mens en vogel. Het feit dat ik het boek ook vanuit mijn optiek kan lezen, maakt dit kinderboek nog interessanter.

Ik werd stil van verbazing toen in het najaar Mijn zusje is een engel van Ulf Stark en Anna Höglund verscheen. De dood zat al in Starks verhaal Kun je fluiten Johanna! uit 1993 waarin twee jongetjes signalen van een overledene krijgen, maar in dit nieuwe prentenboek heeft hij het mysterie van de dood zo mogelijk nog sterker beschreven. Estorie in de puurste vorm. Het ik-personage is bezig met God en Jezus en met alles wat grote mensen hem ooit hebben verteld: 'Voor een kameel is het makkelijker om door het oog van een naald te kruipen dan voor een mens om in de hemel te komen.' Het overleden zusje van de ik-persoon is daar blijkbaar wel in geslaagd. Ze is - althans in het hoofd van haar broertje - een engel geworden in een witte jurk en met vleugels op haar rug. Ze blijft haar broer achtervolgen met een stem die klinkt als de wind. Een tijdlang zijn ze bij wijze van spreken twee handen op een buik, tot de jongen eindelijk vrede heeft met de doodsgedachte die hem al die tijd dwarszat.

Ineens bleken ook boven Zweden engelen te wapperen. Op geesten en heksen heeft Schotland een patent, maar boven de rest van de wereld is de lucht blijkbaar zwanger van engelen.