Raming tekort 8,4 mld; Miljarden te weinig voor uitkeringen

DEN HAAG, 14 FEBR. De sociale fondsen hebben aan het eind van dit jaar een tekort van 8,4 miljard gulden. Dat is 4,6 miljard meer dan waar het kabinet in september van het vorige jaar rekening mee hield.

Dit blijkt uit berekeningen van de sociale fondsen, waaruit onder meer de AOW en de WAO worden betaald. Cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) bevestigen de aanzienlijke tegenvaller. Een conceptversie van het Centraal Economisch Plan waarop het kabinet de begroting voor het volgende parlementaire jaar baseert, gaat uit van een extra tekort bij de fondsen van 4,5 miljard waardoor het totale tekort op 8,3 miljard komt.

De verklaring voor de hogere raming ligt volgens betrokkenen in een andere berekeningswijze door het CPB. Ook zouden de uitgaven aan WW-uitkeringen tegenvallen. De WW-uitkeringen vormen ruim de helft van de totale uitgaven van de sociale fondsen.

Het tekort van 8,4 miljard is opgebouwd uit de tekorten van drie sociale fondsen. De Sociale Verzekeringsbank, die onder meer de AOW uitvoert, verwacht eind dit jaar een tekort van 2,4 miljard. Het fonds voor de WW en de WAO verwacht een tekort van 4,8 miljard en de Ziekenfondsen zullen een tekort van 1,2 miljard noteren.

De nieuwe cijfers vormen een aanzienlijke tegenslag voor het kabinet dat eerder dit jaar een belastingmeevaller aankondigde van 4,9 miljard. Het is niet de verwachting dat de tegenvaller bij de fondsen in zijn geheel door de meevaller zal worden betaald. Ook kan de periode waarover de fondsen hun tekorten kunnen wegwerken worden verlengd.

Het kabinet heeft aangekondigd dat het in het voorjaar zal besluiten hoe met de eerdere meevaller en de tegenvaller die nu blijkt moet worden omgegaan. Enkele Tweede-Kamerfracties gaven eerder te kennen dat ze de meevaller willen gebruiken om mensen met een laag inkomen tegemoet te komen.

Naast het aanwenden van de belastingmeevaller of het verlengen van de periode waarover het tekort kan worden weggewerkt, zou het tekort ook verminderen wanneer de uitkeringen worden verlaagd of de premies verhoogd. Dat deze methodes worden aangewend is onwaarschijnlijk. Het verlagen van de uitkeringen tast de afspraken aan die het paarse kabinet in 1994 sloot, het verhogen van de premies heeft nadelige effecten op de werkgelegenheid omdat het de factor arbeid duurder maakt.

Ook zouden de zogenoemde normvermogens kunnen worden verlaagd. Dit zijn de bedragen die de sociale fondsen in kas moeten hebben voor eventualiteiten. Deze normbedragen zijn na overleg tussen overheid en fondsen vorig jaar al gedaald.