PvdA-ideologen ontdekken euroscepsis

Intellectuelen verbonden aan de Partij van de Arbeid geven steeds vaker lucht aan hun scepsis over Europa. De 'Europeaan Kok' houdt de partij vooralsnog evenwel op een strakke pro-Europese koers. Op het PvdA-congres, dit weekeinde, staat de buitenlandse politiek hoog op de agenda.

DEN HAAG, 14 FEBR. De Partij van de Arbeid is de laatste jaren opgeschoven in pro-Europese richting, tegelijkertijd is de euro-scepsis in de partij in opmars. Tot die paradoxale conclusie komt A. Gerrits in een artikel dat volgende maand verschijnt in Socialisme en Democratie, het tijdschrift van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckman Stichting. Gerrits was een van de auteurs van het rapport Het buitenland van de PvdA; voorbij de waterlinie, dat de basis vormt van de buitenland-resolutie waarover het congres van de PvdA zich morgen buigt.

“Je kunt als jezelf respecterende linkse intellectueel nauwelijks meer enthousiast zijn over Europa”, concludeert Gerrits. Het is inderdaad niet eenvoudig om een naam te bedenken van een toonaangevende denker die lid is van de PvdA én onversneden enthousiast over de integratie van Europa. De zorgen spitsen zich met name toe op het in werking treden van de derde fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU), waarin de deelnemende landen een gezamelijke munt invoeren en hun monetaire politiek overdragen aan een onafhankelijke Europese Centrale Bank.

De Groningse hoogleraar wijsbegeerte J. de Beus, een van de auteurs van het verkiezingsprogramma van de PvdA in 1994, is het radicaalst in zijn kritiek. Hij is één van de ondertekenaars van het pamflet waarin een groot aantal economen onlangs waarschuwde dat de EMU met zijn strenge criteria voor de overheidsfinanciën zal leiden tot ontmanteling van de publieke sector. De sociaal zwakkeren in Europa zullen daarvan de dupe worden, vreest hij.

P. Kalma, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, waarschuwt dat de EMU kan leiden tot een splitsing tussen de wel en de niet deelnemende landen van de Europese Unie, tot sociale onrust en de opkomst van nationalistische stromingen in landen als Frankrijk en Italië.

De euroscepsis wordt tevens gevoed door de grotere aantrekkingskracht die de nationale staat de laatste jaren op intellectuelen als A. van der Zwan, decaan van de universiteit Nijenrode, en P. Scheffer, publicist, is gaan uitoefenen. De eerste hield onlangs op een conferentie over de beginselen van de PvdA een pleidooi voor een 'sterke staat'. Hij doelde daarmee op de nationale staat. Want: “De EU mist elke legitimering om te beschikken over ons lot.” Scheffer hield, net als De Beus, een pleidooi voor het in stand houden van de nationale identiteit van Nederland.

Volgens Gerrits hebben deze toenemende euro-sceptische geluiden vooralsnog geen invloed op de koers van de PvdA. “Binnen de partij worden de bedenkingen nauwelijks opgepakt. De PvdA is waarschijnlijk nog nooit zo verward geweest over Europa, maar de politiek verantwoordelijken trekken hun eigen lijn.”

De PvdA ligt volgens Gerrits vooral door toedoen van de Europeaan Kok op een pro-Europese koers. Bij de PvdA-fractie en bewindslieden is die koers onveranderd gericht op een EMU met strenge criteria en een onafhankelijke centrale bank. Kok was als minister van Financiën in het vorige kabinet een van de architecten van het Verdrag van Maastricht, waarin de EMU tot stand kwam. Een aanval op de EMU wordt binnen de PvdA gezien als een aanval op Kok.

EMU-woordvoerder van de Tweede-Kamerfractie, R. van der Ploeg, noemt de discusie die Kalma en De Beus voeren “een discussie in de periferie van de partij. Bij degenen die politieke verantwoordelijkheid dragen bestaat geen twijfel over de EMU.” Volgens Van der Ploeg is het te laat om nog te gaan twisten over de EMU-criteria. Dat had eind jaren tachtig in de aanloop naar het Verdrag van Maastricht moeten gebeuren. Volgens hem leidt een door de politiek geleide Europese Centrale Bank, zoals De Beus en Van der Zwan bepleiten, alleen maar tot hoge inflatie. “Het is een illusie om te denken dat je daarmee structurele werkgelegenheid creëert. Monetair beleid is te belangrijk om over te laten aan politici.”

“Wee de partij die zich laat leiden door de intellectuelen die voorbij komen”, zegt buitenland-woordvoerder M. van Traa. Ook hij is voorstander van de EMU, al zet hij vraagtekens bij het 'cijfer-fetisjisme' van sommige EMU-voorstanders. “Kalma heeft gelijk als hij zegt dat de EMU te veel gebruikt wordt om de rol van de overheid af te breken. We moeten rond de EMU een Europees milieu- en sociaal beleid vormgeven.”

Anders dan bij de PvdA, krijgt de intellectuele euroscepsis bij de VVD wél een politieke vertaling. De PvdA-intellectuelen kijken met enige jaloezie naar de rol van VVD-leider Bolkestein, die deze week de EMU opnieuw ter discussie stelde. “Als ik Bolkestein wil pesten, zeg ik altijd dat hij de Den Uyl van de jaren negentig is.”, zegt oud-partijbestuurslid B. Tromp. “In de huidige PvdA moet je werkelijk met een bijl tegen de deur slaan om tot de partijtop door te dringen.”

Van Traa was voorzitter van de werkgroep die in september de discussienota Het buitenland van de PvdA publiceerde. De nota is van alle kanten onder vuur genomen. De denkers van de partij vinden de nota niet diepgravend genoeg (hoogleraar Tromp: “Als een van mijn studenten met een werkstuk van dit niveau komt, stuur ik het terug”). De jongeren in de partij, Niet Nix en de Jonge Socialisten, vinden juist te weinig idealisme spreken uit het stuk. Een typisch voorbeeld van de 'ver-Kokking' van de PvdA, zeggen de Jonge Socialisten. De nota en de daarop gebaseerde resolutie - in grote lijnen een ondersteuning van de Europa-politiek van het paarse kabinet - zou een oefening zijn om het Verdrag van Amsterdam alvast te schrijven.

Van Traa zegt in antwoord op de kritiek van de jongeren dat de nota inderdaad een wat realistischer toon in de Europese politiek van de sociaal-democraten probeert te brengen. Aan de nota ligt geen blauwdruk van de toekomst van Europa ten grondslag. “In zoverre heeft het debat van de intellectuelen wel invloed gehad, zonder dat het leidt tot een meer Euro-sceptische koers.” In de nota wordt onder meer gesteld dat het ideaal van een federaal Europa niet haalbaar is. Van Traa: “De Europese identiteit is te diffuus om te komen tot een Verenigde Staten van Europa. Met de revisionist Bernstein zeg ik: het einddoel is niets, het proces is alles.”

Op de rank and file van de partij lijken de bedenkingen van de PvdA-intellectuelen helemaal geen indruk te hebben gemaakt. Uit de amandementen op de resolutie die voor het congres zijn ingediend, blijken zorgen over de houdbaarheid van het Nederlandse drugsbeleid en het sociale gehalte van het toekomstige Europa, maar geen euroscepsis. “Het debat is nu nog te abstract”, zegt Gerrits. “Begrippen als soevereiniteit en identiteit worden pas concreet als Brussel zegt dat onze gehaktballen voortaan vierkant moeten zijn. De euroscepsis wordt als het ware voorgekookt door de intellectuelen.”