Om haar ongewassen vingertjes

Amy Bloom: Love Invents Us. Random House, 205 blz. ƒ 44,10

De Nederlandse vertaling is vanaf 18 februari verkrijgbaar in de boekhandel en onder de titel: Liefde maakt ons. Nijgh & Van Ditmar, ƒ 34,90

Op woensdag 26 februari is Amy Bloom op uitnodiging van het John Adams Institute (020-6247280) in Amsterdam, waar ze zal worden ondervraagd door Ageeth Scherphuis.

Een beginnend auteur die probeert een grote liefdesroman te schrijven, gaat daarmee vaak grandioos op zijn of haar bek. Zo niet Amy Bloom. Haar tweede boek, met de bijna programmatische titel Love Invents Us, gaat over allesverterende liefde en overtuigt van de eerste tot de laatste zin. Wie haar debuut las, de verhalenbundel Come to Me (Kom tot mij, Uitgeverij Bert Bakker) zal dat niet verwonderen. Al dadelijk is Bloom opgevallen door haar bijna unheimisch scherpe observatievermogen, gecombineerd met een trefzekere stijl die hier en daar ook nog een fraaie of komische buiteling laat zien. Met haar eerste roman maakt de schrijfster de gewekte hoge verwachtingen nu waar.

Love Invents Us, waarvan Nijgh en Van Ditmar de vertaling uitbrengt onder de titel Liefde maakt ons, gaat over verwoestende liefdes in het leven van een jong, nogal onappetijtelijk meisje. Elizabeth Taube, de ik-figuur, heeft een mooiere naam dan faam. Ze is joods, een beetje smoezelig, eigenzinnig en wordt altijd gepest. Haar slanke, gescheiden moeder is koel - 'Love and guilt were as foreign to her as butter and sugar' - en stuurt haar, volgens Amerikaans gebruik, naar de psychiater. Elizabeth compenseert haar pech en ellende liever door te spijbelen, snoep te jatten en te flirten met oudere mannen die ze met hels gemak om haar zelden gewassen vingertjes windt.

Haar eerste verovering kennen we uit een verhaal in Come to Me, de welgestelde bontmodeman Mr Klein, die haar met alleen zijn bont aan voor zich laat poseren en voordat het uit de hand kan lopen - 'Tcha' - afscheid van haar neemt. Zoveel zelfbeheersing weet haar leraar Engels niet aan de dag te leggen, en dat zal behalve zijn eigen leven ook dat van zijn vrouw en zijn zoons kapot maken. Zij is vijftien, hij een keer of drie zo oud, zo ontwikkeld, en zo vervallen.

Elizabeth walgt van hem, maar geniet van de macht die ze over hem heeft. Max Stone's weerloze adoratie, zijn liefde voor haar in het volle besef hoe wreed en uitzichtloos die is, vormt het sterkste bestanddeel van deze roman. Zijn genadeloze observaties van zijn eigen lichaam ('His own fat breasts sloping softly under greying chest hair that was losing the battle, like the rest of him') en zijn haast hysterische bewondering voor haar jonge lichaam, zorgen voor schitterende stilistische hoogtepunten. Over de striae op haar bijna magere heupjes: 'Delicate raspberry streaks forked through the creamy resilience of closely layered, glossy cells, the inimitable, intimidating bounce of sixteen-year-old skin.'

Elizabeth zelf begint een gepassioneerde seksuele relatie met een jonge zwarte basketballspeler, Huddie Lester, die haar zwanger maakt - Max regelt de abortus - en als straf door zijn vader voor jaren naar het diepe Zuiden wordt gestuurd. Beide mannen spelen echter nog een belangrijke rol in het verdere leven van deze doortrapte en toch sympathieke nimfijn. Wie wier of wiens leven nu uiteindelijk kapot heeft gemaakt, is aan het eind van de roman helemaal niet zo zeker meer. Wel dat de kracht van echte liefde, in Amerika anno 1970 en wat jaren daarna, onaards groot kon zijn.

Amy Bloom (1953) is psychotherapeute, en je moet hopen dat je nooit bij haar op de divan belandt. Ze kijkt vast dwars door je heen.