Misvormde liefdesgeschiedenis

Libuse Moníkova: Verklärte Nacht. Hanser, 148 blz. ƒ 41,70

Driehonderddertig jaar vertoeft Emilia Marty al op deze aarde, en dat is haar niet in haar koude kleren gaan zitten. Plezier aan de vele mensen om haar heen beleeft deze opera-diva nauwelijks. Haar levenservaring heeft haar hard en verbitterd gemaakt en haar onsterfelijkheid is als een vloek. Emilia Marty, heldin uit de opera De zaak Makropulos van de Tsjechische componist Leos Janá¢ek, doolt vreugdeloos door de wereld - totdat zij naar Praag terugkeert.

Libuse Moníkova, een in Duitsland wonende maar van oorsprong Praagse schrijfster, vertelt in haar nieuwe boek een variant op het Emilia-Marty-verhaal. In Verklärte Nacht (een titel die gek genoeg niet naar Janá¢ek verwijst, maar naar diens tijdgenoot Arnold Schönberg) heet de ik-figuur Leonora, zij is in plaats van zangeres choreografe en over haar leeftijd vernemen we niets. Maar verder vergaat het haar precies zo als Jana¢eks protagoniste: pas in Praag komt Leonora Marty tot leven. Langzaam, tergend langzaam, ontdooit zij. In ballingschap in Duitsland is zij wreed geworden en misantropisch. In Praag zet zij dat gedrag aanvankelijk voort. Ze bezoekt een oude schoolvriend, een misvormde vrijgezel met dikke brilleglazen, ze knoopt haar blouse voor hem open, wekt bewust zijn verlangen naar vrouwen en laat hem vervolgens als een baksteen vallen.

Dat dit nare mens eigenlijk heel kwetsbaar en gevoelig is, merken we alleen aan haar herinneringen. Want in de stad van haar jeugd moet zij natuurlijk vaak denken haar kinderjaren. Ze denkt aan het nietige figuurtje dat zij was tijdens de Spartakiade, een meisje in een roodwit turnpakje dat met een hoepel zwaaide. Ze denkt aan de theaters van vroeger en aan de kaartjes die haast niets kostten en aan de arrestaties en de rustige straten. Het communistische Praag kende vele verschrikkingen, maar het kapitalistische doet haar regelrecht walgen. Het is luidruchtig en ordinair en Tsjechen worden er gediscrimineerd omdat zij niet in deviezen betalen.

Dan last de schrijfster een sprookjesachtige gebeurtenis in. In het ijskoude water van de winterse Moldau ontmoet Leonora een rare Duitser en hij leert haar met andere ogen kijken. Haar racistische gekanker, haar mensen verachtende arrogantie en al die andere uitingen van angstige afweer worden door hem met engelengeduld verdragen, net zolang tot zij geneest - ze heeft in de kou een longontsteking opgelopen - en zowaar om zijn grappen kan lachen.

Verklärte Nacht zou een mooi liefdesverhaal zijn geweest wanneer het niet zo beladen was met pretenties. Moníkova (51) heeft tegelijk met de liefdesgeschiedenis ook een geschiedenis van haar geboorteland willen schrijven, plus een verhandeling over de relatie tussen Duitsers en Tsjechen. De meeste gedachten over dergelijke politieke zaken maken echter, anders dan in haar wonderlijke roman De façade, een geforceerde en weinig bevlogen indruk.

Het meisje-met-de-hoepel is een krachtig beeld, maar zodra het minder persoonlijk wordt, en dat is nogal eens het geval, verliest Moníkova zich in een moeizame opsomming van feiten die door historici en journalisten beter zijn beschreven. De saaie essayistische tussenvoegsels houden het drama nodeloos op en doen afbreuk aan de zorgvuldig opgebouwde, naargeestig-poëtische sfeer.