'Maagdenburg broeinest van neo-nazi's'

Na de moord op een 17-jarige punker, vorige week, vreest de politie in Maagdenburg een escalatie van het geweld tussen 'rechtse' en 'links-radicale' jongeren. “Er bestaat bij hen een falend rechtsbewustzijn. Sinds de Wende zijn hun normen weg. Het ging erg abrupt. Wat goed was, is nu fout.”

MAAGDENBURG, 14 FEBR. In het clubhuis van de Punks aan de rand van Maagdenburg zijn meer honden dan mensen. Bij elke onverwachte beweging blaffen de beesten en lopen ze onrustig heen en weer. Wantrouwend kijken de Punks met hun witte gezichten en rode en groene hanenkammen naar de deur. Nee, bang zijn ze niet voor de skinheads, verzekert Pita met zijn witte kuif en waterige blauwe ogen. “Maar zodra we ze zien, die Glatzen, zullen we ze krijgen.”

Sinds de moord op mede-punker Frank Böttcher bijna een week geleden, is de stemming in deze troosteloze stad in het oosten van Duitsland gespannen. De inwoners zijn geschokt. Met man en macht zoekt de politie naar de dader. De Punks weten waar ze de moordenaar moeten zoeken. “Het was een van hen”, zegt Pita, “zo'n neo” en doelt op de glad geschoren neo-nazi's, de rechtsen, de skinheads, met wie ze al jaren dagelijks een kleine straatoorlog voeren. De politie vreest na de dood van de jonge punker een escalatie van het geweld tussen 'rechtse' en 'links-radicale' jongeren.

Frank Böttcher was nog maar zeventien jaar. Hij was een Iro, had een hanenkam (Irokesenschnitt) en droeg een ringetje in zijn oor. Hij had moeilijkheden op school en ging al vroeg het ouderlijk huis uit. Sinds kort woonde hij met zijn broer in een woongroep, in Stadtfeld. Een armzalige wijk aan de rand van Maagdenburg waar veel van punkers, autonomen en andere linkse jongeren wonen.

Er vlak naast ligt Neu Olvenstedt, het bolwerk van rechts. Het grootste nieuwbouwgebied van Maagdenburg met typische Oostduitse Plattenbau, eentonige laagbouwwoningen die sporen vertonen van jarenlange verwaarlozing. Een sociale brandhaard met hoge werkloosheid, zegt een politicus uit de stad. Er vinden de meeste misdrijven plaats, weet de politie.

Frank waagde zich de avond van het drama rond middernacht in het 'hol van de leeuw'. Hij was thuis gebeten door een rat en moest naar het ziekenhuis in Neu Olvenstedt. Op de heenweg was hij in de beruchte tramlijn 3 lastig gevallen door een groepje skinheads, had hij later tegen de verpleegsters gezegd. De tram terug naar huis heeft Frank niet meer gehaald. 's Morgens vroeg, op zaterdag, vond een voorbijganger hem bloedend op de grond bij de tramhalte. In het ziekenhuis overleed hij aan zeven steekwonden en een zware schedelbasisfractuur.

“Hoogst gevaarlijk”, noemt Hans-Jochen Tschiche, de fractievoorzitter van de Groenen in Maagdenburg de plek in Neu Olvenstedt waar de jonge punker was gedood. “Het is een broeinest van neo-nazi's. Ik laat me daar niet zien”, zegt een passagier in tram 3 die van het centrum naar Neu Olvenstedt gaat.

Het is niet de eerste keer dat het rechtse geweld in Maagdenburg slachtoffers eist. Sommigen noemen de hoofdstad van Saksen-Anhalt al de 'bruine vlek op de Duitse landkaart'. In 1992 bestormden tientallen bewapende skinheads een feestje van punkers en sloegen een jongen dood met een honkbalknuppel. Een van de daders bleek uit het westen van Duitsland te komen, uit Nedersaksen.

Twee jaar later werd de stad opnieuw opgeschrikt toen skinheads met Hemelvaart jacht gingen maken op buitenlanders. De situatie baarde in Duitsland het nodige opzien omdat het nogal lang duurde voordat de politie ingreep. Boze tongen beweren dat agenten de 'rechtsen' moedwillig hun gang lieten gaan. Dit werd later hevig ontkend. In ieder geval werd na het voorval de hoofdcommissaris van politie onmiddellijk door de premier van Saksen-Anhalt, Reinhard Höppner, van zijn post ontheven.

“De dood van Frank Böttcher is een nieuw dieptepunt”, zegt Rudolf Förster, de leider van het bureau voor Jeugdzaken in Maagdenburg. Hij liep een dag na de moord mee met een grote demonstratie van vijfhonderd jongeren tegen de terreur van de neonazi's.

Het geweld is niet typisch voor Maagdenburg. Na de Wende is in heel het vroegere Oost-Duitsland het geweld sterk toegenomen. De bereidheid om geweld te gebruiken is in het oosten groter dan in het westen, constateert de sociaal-psycholoog Gerhard Schmidtchen. Hij werkt aan de universiteit van Leipzig en onderzocht in opdracht van het ministerie van Jeugdzaken de situatie van jongeren in West- en in Oost-Duitsland.

Uit het onderzoek dat deze week werd gepubliceerd, blijkt dat 33 procent van de jongeren in het oosten bereid is geweld te gebruiken, tegen 21 procent in het westen. In de voormalige DDR zitten inmiddels veel meer jongeren in de gevangenis vanwege gewelddadige delicten dan in het westen. Alleen al bij kinderen onder de 14 jaar steeg vorig jaar het aantal delicten in het oosten met 21,6 procent tegen 17,3 procent in het westen.

Volgens Frank Küssner die bij de politie werkt is in Maagdenburg elke derde verdachte onder de 21 jaar. Hij noemt de hoge werkloosheid van ruim 20 procent als een van de oorzaken. “Ook is er bij jongeren een falend rechtsbewustzijn. Sinds de Wende zijn hun normen weg. Het ging erg abrupt. Wat goed was, is nu fout. Sommigen kunnen daar niet mee uit de voeten.”

Vroeger was Maagdenburg de metropool van de Oostduitse machinebouwindustrie, maar alle grote ondernemingen zijn failliet gegaan. Zelfs Sket, producent van zware machines, moest vorig jaar de deur sluiten waardoor vele duizenden mensen op straat stonden.

Er gebeurt wel iets om de leemte op te vangen. Zo verkoopt Maagdenburg zich graag als filmhoofdstad sinds er twee reusachtige megabioscopen in het centrum zijn neergezet. Maar zoveel banen levert dat niet op. En zeker geen leerlingenbanen waar jongeren die net van school komen, in het bedrijf een vak leren.

“Bij de skinheads in Neu Olvenstedt zitten veel laag opgeleide jongeren, werklozen, scholieren. Je ziet ook meer baby-skins, kinderen van 13, 14 jaar. Ze lopen zich op straat te vervelen, drinken bier en dan gaat het mis”, zegt Küssner die regelmatig 'schermutselingen' constateert tussen groepen skinheads en punkers in de stad.

Na de gewelddadige uitbarstingen enkele jaren geleden is er meer gedaan om jongeren op te vangen. Behalve de bioscopen zijn er clubhuizen gekomen en om het begrip voor buitenlanders te vergroten is er een voetbaltournooi georganiseerd (Verständnis-Cup) voor Duitse en niet-Duitse jongeren.

In het sobere gebouw van het bureau voor Jeugdzaken aan de rand van Maagdenburg beraden sociaal werkers onder leiding van Rudolf Förster zich over de situatie. Toen de demonstratie tegen het geweld uit de hand liep, wist Förster de jongens tot bedaren te brengen. De meesten kent hij wel, bij de punkers en de skinheads. Hevige discussies met ze gaat hij niet uit de weg. Regelmatig vliegen mij de bierblikjes om de oren, had hij die morgen nog in de plaatselijke krant gezegd.

“Wij zijn een gesprekspartner voor kinderen die niet meer met hun ouders kunnen praten. Helaas komt dat steeds vaker voor. In de stad zie je overal groepjes werklozen die bij de kiosk een biertje drinken. Denk maar niet dat er thuis voor de kinderen dan nog veel begrip is.”

Daar liggen voor Förster en zijn medewerkers kansen. Ze proberen te helpen bij problemen thuis, met huisvesting en scholing. Hij is 52 en werkt al dertig jaar met jongeren. “Het neonazisme was in Neu Olvenstedt ook ten tijde van de DDR al latent aanwezig”, zegt Förster. “Alleen durfde niemand die ideeën te uiten, want ze werden meteen de kop ingedrukt. Deze jongeren hebben last van een minderwaardigheidscomplex.” Hij wijst op de ingrijpende verandering van de sociale structuur. In de DDR was alles geregeld. Zodra een jongere ging werken - en iedereen had werk - was alles tot het pensioen voor elkaar. Het bedrijf was een sociale organisatie. Er waren sportclubs, vakanties werden georganiseerd.

“Jongeren worden agressief als ze het gevoel hebben dat hun ouders en de staat te weinig voor ze doen. Ze krijgen geen leerlingenplaats, geen baan. Wat voor toekomst hebben ze dan? Deze jongeren willen een perspectief hebben, een levenskans. Daar moeten wij ze bij helpen.”

Buiten, bij de verlaten tramhalte voor het ziekenhuis Neu Olvenstedt zoeken zestig politie-agenten naar “sporen uit de rechtse scene”. Op de plaats van de moord hebben vrienden een gedenkplaats voor Frank Böttcher gemaakt. Soms waken er punkers, de meesten durven er niet te komen. Er staat een foto van de jongen, veel bloemen en een bord met de tekst: 'Ons gemeenschappelijk leven heet hartelijkheid, vriendschap en verzet'. Als lijn 3 wegrijdt waait een regenvlaag alles omver.