Hollywood in de zeventiende eeuw; Het Amerikaanse licht op de Hollandse schilderijen van Hans Broek

Hans Broek woont in Los Angeles en schildert daar het woestijnlandschap. Toch is hij in de eerste plaats een Nederlands schilder. “De ruimte op zijn schilderijen is zo weloverwogen, bijna architecturaal ingericht dat de Nederlandse landschapskunst als vanzelf in de herinnering komt.”

Hans Broek: The open road. Schilderijen en tekeningen. Stichting De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. T/m 11 mei. Di t/m zo 11-17u.

Schemring, tussen licht en donker. Museum Jan Cunen, Molenstraat 65, Oss. T/m 3 maart. Di t/m zo 12.30-16.30u.

De lucht op het ruime schilderij is zachtblauw. Eronder balt de aarde zich okerkleurig omhoog tot een bult. Plukken kort, ruig struikgewas staan als een chaotisch leger tegen die heuvel aan en verraden de gesteldheid van de bodem: dit is woestijn. Wat hier groeit grijpt naar alles om te overleven, van de nevelslierten die onderaan de glooiing hangen tot aan de flonkeringen van het licht. Dat licht, dat vrij zweeft in de glad geschilderde banen van het blauw en oker, lijkt aan de kroezige bovenkant van de struiken te zijn blijven haken en is daar tot vlekjes getransformeerd, witte stippen die zich voegen bij de donker- en grijziggroene stippen waaruit het gebladerte is opgebouwd. Verf, zie je hier duidelijk, en een kort, fijn schildersgebaar dat met grote precisie vorm aan het licht en de kleur heeft gegeven. Een vorm die nuances van licht en donker kent, maar geen details. Op de schilderijen van Hans Broek (1965) is niets een detail.

Broek, van wie nu negen schilderijen en tekeningen bij de De Pont Stichting in Tilburg zijn te zien, schildert en tekent, sinds hij een paar jaar geleden in Los Angeles is gaan wonen, woestijnlandschappen die specifiek zijn voor de West Coast van Amerika. Vaak is die woestijn gecultiveerd. Dan staan er huizen op het oker en zijn de struiken vervangen door bomen. Maar ondanks die verstedelijking vergeet je de woestijn nooit. Dat komt door de wijze waarop Broek het licht heeft geschilderd: als een wolkenloze, stille ruimte. Dat licht valt helder op de lage heuvels en valleien, geeft klaarheid aan de kleuren en het doet de vormen van bomen, gebouwen en mensen scherp uitkomen. Het licht is er zoals de woestijn er is, ongrijpbaar ver en tegelijk bijna tastbaar aanwezig.

Die bijna-materialiteit van helder licht is vreemd voor een ziel die doortrokken is van het diffuse, onvaste licht van het Nederlandse waterlandschap. Zo schrijft Jan Andriesse, een licht-schilder van het zuiverste water, in de catalogus bij een mooie, door hem samengestelde tentoonstelling over Nederlandse licht- en landschapschilders (te zien in het Jan Cunen museum in Oss): 'Het is geen fetisjisme of animisme, maar zelf heb ik hier een paar keer in verschillende seizoenen, altijd met helder weer, onverwachts gezien dat het licht als het ware een volume krijgt, alsof het iets tastbaars wordt, alsof de ruimte zelf materie wordt, alsof er iets is tussen hier en daar.' Broek moet dat ook gezien hebben want zijn Californische licht is een ruimte op zichzelf, een ruimte die de dingen met fluwelen hand omsluit en isoleert.

Een voorbeeld daarvan is een drie meter lang schilderij van wat mogelijk een luxe voorstad van Los Angeles is. Op een heuvelachtige vlakte staan huizen als witte blokjes temidden van donkergroene bosschage en bomen. Het zijn er heel wat, de stad strekt zich uit tot aan de horizon die ongeveer in het midden van het schilderij ligt, maar geen enkel gebouw, boom of struik staat er vaag bij. In tegendeel, vormen, lijnen en kleuren tekenen zich onder een ijlblauw, maar zeer aanwezig luchtruim als uitgeponst af, perfect in hun klaarheid en scherpte.

Die perfectie heeft, als alles wat zich als volmaakt voordoet, een dubbele werking. Enerzijds stelt hij tevreden: geen smet of vaagheid stoort. Anderzijds stemt hij licht onbehagelijk: de dingen staan er bij alsof ze genoeg hebben aan zichzelf. Ze tonen zich voluit, maar tegelijkertijd sluiten ze zich voor een van onze diepste verlangens: de afstand tussen ons zelf en wat we zien te overbruggen. We zijn en blijven de waarnemer die vreemd is aan wat hij waarneemt.

Filmregisseur

Broek, die altijd een liefde voor filmische effecten heeft gehad (getuige een enkel schilderij uit de periode 1992-1994, eerder belicht bij galerie Art & Project en Bureau Amsterdam) zet dit gegeven aan als een filmregisseur. De beelden zijn uitgekiend geënsceneerd en uitgekaderd en het standpunt is vaak zo gekozen dat je iets op het beeld neer kijkt of er schuin vanonder tegenaan. Het effect is ingehouden dramatisch, het is een gevoel van afstand en lichte suspense: daar gebeurt iets, maar wat?

Een prachtig schilderij is zelfs helemaal Hollywood. We zien op een lang gerekt doek een laag, rechthoekig huis rechts van een rij bomen staan. De bomen, zes stuks van uiteenlopende types, staan in gelid naast elkaar en vullen de hele linker helft van het doek. Hun silhouetten tekenen zich donker af tegen een lucht waarop zich de dagelijkse geboorte van de wereld afspeelt: het ochtendlicht trekt witgloeiend van de aarde op en drukt een brede streep nachtelijk blauw naar de bovenrand van het doek, als een rolgordijn wat opgetrokken wordt. Vanuit ons tamelijk ver verwijderde standpunt zien we hoe het nieuwe licht door de doorzonwoning heen stroomt en een nog nachtelijke boom op de achtergrond verandert in een dreigend masker.

Toch is Broek in de eerste plaats een Nederlandse schilder. Zijn landschappen liggen weliswaar in West-Amerika, maar de ruimte op zijn schilderijen is zo weloverwogen, bijna architecturaal ingericht dat de Nederlandse landschapskunst als vanzelf in de herinnering komt. Broek geeft dat zelf ook aan door bij een van zijn tekeningen 'Naar Hercules Seghers' te schrijven. De landschappen van Seghers zijn, zo staat in het boek Dutch Painting van Rudi Fuchs, door de zeventiende-eeuwse theoreticus Karel van Mander vol lof als 'verstandelijk' betiteld. 'Hij bedoelde daarmee', schrijft Fuchs, 'dat de kunstenaar verstandelijk over de natuur reflecteert en vervolgens de motieven van het landschap ordent naar de regels van de Kunst - de Natuur verfraaien en gebreken weglaten.' Ruim drie eeuwen na Seghers kan hetzelfde over Broek worden gezegd.

De natuur is majestueus bij Broek en in zekere zin onaangetast. De bebouwing verandert haar, maar verstoort haar niet. Haar kracht komt tot uitdrukking in de talloze stippen van het gebladerte die fonkelen of broeien en een geheel eigen antwoord formuleren op de glad geschilderde vlakken van de blokvormige huizen. Het is figuratie tegen, of liever naast abstractie, want je ziet hier eens te meer dat beide niet elkaars opponenten zijn, maar veeleer in elkaars verlengde liggen. Zet een rood driehoekje op een wit blokje, zoals Broek doet, en je hebt een huis, en schilder een bosschage alsof het een pluk verf is en je kijkt naar een schilderkunstige uitdrukking. Dat zijn de oude regels van de kunst en Broek past ze toe als een zeventiende-eeuwer.

Mondriaan

Maar Broek is ook van deze eeuw. Je kijkt naar een landschap, maar je kijkt ook naar een compositie van vlakken, lijnen en kleuren. Naar Mondriaan zeg maar, want alles is tot in de finesse uitgebalanceerd.

Een sterk staaltje daarvan is een vierkant schilderij waarop een berghelling het beeld diagonaal doormidden deelt in twee driehoeken. De lucht rechts is van het fijnste hemelsblauw, de helling links is donker van de struikachtige begroeiing. Halverwege de helling staat een vierkant, bruin huis waarvan het grote, in vakjes verdeelde raam precies in het midden van het schilderij staat.Het licht valt er doorheen alsof de lucht zich er pal achter bevindt en dat is ook zo, want het massief ogende huizenblok is zo plat als een dubbeltje: een glad geschilderd vierkant.

Het meest geraffineerde element is een smalle, horizontale streep. Hij priemt iets onder het huis het luchtruim in waardoor je onmiddellijk denkt aan een terras. De diepte van een ravijn en de hoogte van een wolkenloze lucht voegen zich daar vanzelf bij, om te vervloeien tot een bijna fysieke ervaring gevoel van ontzagwekkende leegte.