Het andere Europa van Frits Bolkestein

Het Europa van Frits Bolkestein. Dat is langzamerhand geen overdreven frase meer nu de politieke leider van de VVD op twee prominente plaatsen achtereenvolgens zijn gedachten heeft uiteengezet over de uitbreiding van de NAVO en de kansen op een spoedige EMU. Als het aan Bolkestein ligt, zal het van de NAVO-uitbreiding niet komen en zullen EMU en euro nog wel even op zich laten wachten.

Dat is op zijn minst een opzienbarende benadering voor een politicus die een kabinet zegt te steunen dat zich loyaal toont aan het voornemen van de NAVO-uitbreiding en dat niet blijk heeft gegeven van een zo verregaand monetair fatalisme als Bolkestein zelf tentoonspreidt.

Opzienbarend zijn niet zozeer de argumenten die Bolkestein voor zijn dubbelgereserveerde opstelling aanvoert. Die argumenten zijn bekend en in de afgelopen jaren al vele malen herhaald. De liberale leider doet er niet geheimzinnig over en verwijst ruimhartig naar zijn, internationale, bronnen.

Opzienbarend is wel dat er uit zijn analyses een heel ander Europa oprijst dan dat wat opeenvolgende Nederlandse kabinetten en Kamermeerderheden voor ogen hebben gehad. Daar is op zichzelf niets op tegen, maar door de zakelijk-onderkoelde toon van Bolkesteins betogen kunnen de reikwijdte en de consequenties ervan wel eens aan de aandacht ontsnappen. De al te voor de hand liggende reacties versterken de indruk dat dit een reëel risico is.

Bolkestein koerst af, of wil afkoersen, op een nationale buitenlandse politiek. Dat zegt nog weinig, want een op Atlantische loyaliteit en Europese integratie gericht beleid is natuurlijk in beginsel ook een nationaal beleid. De politici die dit voorstaan, hebben evenzeer het nationale belang op het oog als degenen die er zo hun twijfels over hebben. Het gaat om een uiteenlopende interpretatie van wat het nationale belang is en om verschillende instrumenten om dat belang te beschermen en te bevorderen. Bolkestein wil waar het maar even kan het nationale heft in Nederlandse handen houden, en dat voor afzienbare termijn.

Allereerst de afwijzing van de NAVO-uitbreiding. Die gaat voorbij aan de dringende wens van de kandidaat-lidstaten om toe te treden tot het Atlantische pact. Regeringen daar mogen een andere politieke signatuur hebben gekregen - in Polen zijn zelfs oud-communisten in de macht teruggekeerd - hun standpunt is onveranderlijk pro-NAVO gebleven.

Bolkestein gaat niet in op de politieke consequenties voor die landen van de door hem gewilde afwijzing. Zoals hij ook voorbijgaat aan de overwegingen die president Clinton ertoe (kunnen) hebben bewogen om de uitbreiding een hoofddoel van zijn buitenlandse politiek te maken.

Bolkesteins panacee luidt: laat de NAVO zich met vredesoperaties bezighouden en stel de kandidaten tevreden met het Partnerschap voor Vrede en het lidmaatschap van de Europese Unie. (Uit zijn beschouwingen aangaande de EMU blijkt dat Bolkestein voor de EU niet veel meer ziet weggelegd dan een vrijhandelszone te zijn. De kandidaten zullen overigens zelfs onder de gunstigst denkbare omstandigheden slechts in slow motion en mondjesmaat tot Europa's interne markt worden toegelaten.)

Zal een NAVO met beperkte aspiraties, zoals die na een afwijzing van uitbreiding zou resteren, voor de Amerikanen nog interessant zijn? Washington heeft er kennelijk voor gekozen in Europa aanwezig te blijven, maar dan wel op Amerika's voorwaarden. Die houden in dat de VS een vaste greep houden op de Europese ontwikkelingen en niet voor onaangename verrassingen (zoals in Bosnië) worden geplaatst.

Tegemoetkoming aan de Midden- en Oosteuropese wensen heeft dan ook niet uitsluitend te maken met de mooie blauwe ogen van de mensen daar. Het Partnerschap voor de Vrede was een middel om tijd te winnen en is bedoeld als een opstap naar een pact dat de Atlantische veiligheid moet verzekeren onder de nieuwe, na de val van de Muur ontstane, omstandigheden.

De niet zo nieuwe idee dat de NAVO Europeser, dus minder Amerikaans, moet worden is in sommige Europese landen - maar zeker niet in de voormalige lidstaten van het Warschaupact - gemeengoed geworden. Frankrijk strijdt voor het overnemen van het NAVO-commando in Zuid-Europa, en Duitsland, dat het noordelijke commando toebedeeld heeft gekregen, steunt het daarin. Deze landen willen anderzijds - niet onlogisch - een versterkte politieke samenwerking binnen de Europese Unie om zodoende ook veiligheidstaken van de NAVO te kunnen overnemen.

Maar dat is niet wat Bolkestein voor ogen staat. Hij heeft zich bijvoorbeeld een fervent tegenstander getoond van een opgeven van het vetorecht der lidstaten in Europa's politieke zaken zoals van verschillende kanten is voorgesteld.

Op zoek naar Europese regeringen waar Bolkesteins dubbele afwijzing (van een uitgebreide NAVO en van een 'verdiepte' Europese Unie) gehoor zou kunnen vinden, komen vooral de Scandinavische EU-landen, Finland en mogelijk Oostenrijk en Ierland in gedachten. Op Denemarken na zijn de hier genoemde landen geen lid van de NAVO. Binnen de Unie spreken zij met omfloerste stem. Zij hebben gemeen dat zij zeer voorzichtig opereren in een voor hen over het algemeen onbekende omgeving. (De Britten zijn zeker geen Europese 'verdiepers', maar zij zijn - misschien op het premierschap van de Conservatief Heath na - altijd overtuigde voorstanders geweest van een zo Atlantisch mogelijke NAVO.)

Alles bijeen zou de groep neutralen voor een Nederland dat zich afkeert van de belangrijkste onderneming waartoe de Atlantische Verdragsorganisatie zich sinds het einde van de Koude Oorlog heeft bekeerd en dat zichzelf uitsluit van EMU en euro (een mogelijkheid die Bolkestein als een reële optie beschouwt) een minder vertrouwd gezelschap zijn - waarvan het bovendien onzeker is of het, als het erop aankomt, zich de Bolkesteinse theses blijvend eigen zou willen maken.

De leider van de VVD heeft de niet geringe verdienste dat hij van tijd tot tijd het meestal stilstaande water van de vaderlandse politiek in beroering weet te brengen. Op die manier heeft hij geholpen een zoektocht te beginnen naar alternatieven voor beleid dat was vastgelopen in achterhaalde aannames.

Ook nu weer gaat van zijn interventies een impuls uit om zich nog eens te bezinnen voor men begint en de aanvaarde axioma's op hun houdbaarheid te toetsen. Ditmaal gaat het dan wel om de plaats van Nederland in een ingewikkelde en nog steeds riskante Atlantische en Europese constellatie.