Gevangene kan meer methadon krijgen

Voor de derde keer binnen een jaar won gisteren een gevangene een kort geding om meer methadon.

ROTTERDAM, 14 FEBR. Spreekuur in huis van bewaring Noordsingel te Rotterdam. Een gevangene zijgt neer tegenover gevangenisarts C. Kamermans. “Hoe gaat het nu met je”, vraagt deze. “Ziek”, antwoordt de man. Hij zweet en hangt scheef in zijn stoel. Bij de Rotterdamse verslavingszorg kreeg hij dagelijks methadon. In het huis van bewaring is die verstrekking geleidelijk verminderd. Dit is zijn eerste dag 'zonder'. “Hoe lang geleden is het dat je clean was”, vraagt Kamermans. “Vijf jaar”, antwoordt de man. Hij vraagt of hij zijn oude dosis methadon kan krijgen. Kamermans biedt slaapmiddelen aan en medicijnen tegen afkickverschijnselen. “Geef me nog twee weken methadon, dan ben ik wat sterker”, pleit de man. “Denk je”, weifelt Kamermans. “Goed, maar dan krijg je de laagste dosering, die je gisteren ook kreeg.” Voor de derde keer binnen een jaar won gisteren een gevangene een kort geding om meer methadon. Deze gevangene, 25 jaar verslaafd aan heroïne, werd opgepakt wegens mishandeling van zijn vriendin en kwam terecht in huis van bewaring De Weg, onderdeel van 'Bijlmerbajes'. Buiten de gevangenis kreeg hij van de GGD dagelijks onder meer 120 milligram methadon. Maar de gevangenisarts wilde hem niet meer dan 50 milligram geven. Volgens de verslaafde leidde deze dosering tot ernstige pijn, verergerden zijn epileptische aanvallen en hield hij geen eten meer binnen. Ook GGD-arts G. van Brussel, die voor de man getuigde, vond de lagere dosering onverantwoord.

De Amsterdamse rechtbankpresident stelde dat gevangenen op grond van het Europese Verdrag voor de rechten van de mens het recht hebben zelf een arts te kiezen. De gevangene moet zich binnen drie dagen tot een arts kunnen wenden om daar alle medicatie te krijgen die de GGD noodzakelijk acht.

De GGD is blij met het vonnis. “Een Amsterdamse gevangene die wordt overgeplaatst naar Drenthe, kan hierdoor in de toekomst eisen dat hij zijn Amsterdamse arts houdt”, zegt een woordvoerder. Het vonnis kan grote gevolgen hebben. Naar schatting de helft van de 12.000 gevangenen in Nederland is verslaafd aan drugs.

Gevangenisartsen, meestal huisartsen uit de buurt van de gevangenis, varen in de medische behandeling van (verslaafde) gevangenen hun eigen koers. De ene verstrekt helemaal geen methadon, de andere schrijft een cocktail van andere middelen voor, de derde volgt het beleid van de instelling voor verslavingszorg 'buiten'. In een eerder kort geding eiste een gevangene methadon nadat hij was overgeplaatst naar een ander huis van bewaring waar hij minder methadon kreeg dan voorheen. Ook in dat geval besliste de rechtbankpresident in het voordeel van de gevangene.

Pag.7: 'Consensus noodzakelijk over methadon in cel'

De Rotterdamse gevangenisarts Kamermans begrijpt heel goed dat zijn Amsterdamse collega minder methadon wil voorschrijven dan de Amsterdamse GGD. “De Amsterdamse drugshulpverlening geeft soms zeer hoge doseringen methadon. Ze gaan ervan uit dat verslaafden hun opiaten nodig hebben zoals iemand met suikerziekte insuline nodig heeft. Als arts ben ik het daar niet mee eens. Mijn taak kan nooit zijn een verslaving in stand te houden en daarvoor recepten uit te schrijven.” Zelf bouwt hij het methadongebruik van verslaafde gevangenen in Noordsingel in principe geleidelijk af tot 'clean'.

De Amsterdamse GGD wijst zijn verwijten van de hand. “Wij bekijken ieder geval individueel”, aldus Van Brussel. “Als een verslaafde ook nog allerlei andere aandoeningen heeft, bijvoorbeeld hepatitis C, aids of psychosen, dan kan een zeer hoge dosering op zijn plaats zijn.” Drastische verlaging kan volgens hem ernstige lichamelijke en geestelijke schade geven.

Vooral 'chronisch verslaafden', volgens hem naar schatting zestig procent van alle Amsterdamse junks, hebben daardoor onder het drugsregime van sommige gevangenisartsen te lijden, meent hij. “Het komt voor dat zo iemand een keer of tien in een huis van bewaring belandt en elke keer gedwongen wordt af te kicken. Ik ken één geval van zo iemand die uiteindelijk op latere leeftijd zwaar psychotisch is geworden. Een directe link met de gevangenis is niet aan te tonen, maar het geeft wel te denken.”

Het ministerie van Justitie zegt niet te kunnen tornen aan de autonomie van de gevangenisarts en beperkt zijn inbreng tot een vrijblijvende handleiding voor methadonverstrekking door gevangenisartsen. De geneeskundig inspecteurs van het ministerie schrijven hierin onder meer: 'Er is in het algemeen geen medische reden aan te wijzen om de niet zelden extreem hoge doseringen Methadon die verslaafden in de vrije maatschappij aangeboden krijgen na hun insluiting in detentie zonder meer te continueren.' Aanbevolen wordt de methadonverstrekking in de gevangenis af te bouwen, tenzij de gevangene langer dan vijftien jaar verslaafd is, ziek is of een geestelijke stoornis heeft op grond waarvan staken van de methadonverstrekking medisch onverantwoord is. De handleiding beveelt gevangenisartsen ook aan vaker te overleggen met de behandelend arts 'buiten'. GGD-arts Van Brussel is daar blij mee, hij noemt zijn contact met de gevangenisartsen nu “slecht”.

Volgens Kamermans is de autonomie van de gevangenisarts een groot goed. “Als in Duitsland een gevangenisdirecteur gebiedt een gevangene in hongerstaking dwangvoeding te geven, dan moet die arts dat doen. In Nederland niet.” Wel vindt hij de verschillende behandelingen die gevangenen daardoor bij overplaatsingen ten deel kunnen vallen een groot nadeel. Hij meent dat de handleiding van Justitie hiertegen “niet zo goed helpt”. “Als Justitie nou eens alle gevangenisartsen bij elkaar zou roepen om tot een goede afspraak te komen. De oplossing moet toch komen van consensus onder de artsen.”

De meeste gevangenisartsen gaan er volgens Kamermans van uit dat 'binnen' minder methadon nodig is dan 'buiten'. “Buiten probeer je mensen met methadon sociaal te structureren, ze te weerhouden van al te veel crimineel gedrag in de jacht op drugs. Binnen is het leven al heel gestructureerd en is weinig gelegenheid voor crimineel gedrag.” Chronisch verslaafden zijn volgens hem vooral bang om af te kicken. “Als je van je 14e tot je 35e gebruikt, dan is je verslaving een soort identiteit. Die mensen kunnen niet omgaan met emoties zonder daarvoor middelen te gebruiken. Op angst reageren ze met meer rohypnol, op onrust en gejaagdheid met meer heroïne, op moeheid en verdriet met cocaïne.” Alleen als een gevangene duidelijk zwaar onder het afkicken lijdt, blijft hij methadon voorschrijven.

Een zeer beweeglijke gevangene komt zijn spreekkamer binnen. “Ik heb een pak zenuwen in mijn maag”, legt hij uit. Hij krijgt nog wel methadon en wil daar zelf zo snel mogelijk vanaf. Maar de gevangenispsychiater heeft tegen hem gezegd dat hij zal doordraaien als de methadon te snel wordt afgebouwd. “Ja, dat denk ik ook”, zegt Kamermans. Besloten wordt de methadonverstrekking vooralsnog te handhaven, naast de andere medicijnen die de man krijgt. “Zie je”, zegt Kamermans als de man de ruimte heeft verlaten. “Soms moet ik mijn best doen om iemand juist aan de methadon te houden.”