Eurocommissie: loonkosten lager

BRUSSEL, 14 FEBR. Verlaging van totale loonkosten en tevens verlaging van minimumlonen is volgens de Europese Commissie noodzakelijk voor de bestrijding van de werkloosheid, zo blijkt uit haar economisch jaarverslag over 1997.

Volgens de Commissie is de werkgelegenheid in de EU tussen '91 en '96 gedaald met 4,5 miljoen banen, hoewel er een economische groei was van gemiddeld 1,5 procent per jaar. In het jaarverslag wordt opgemerkt dat bij de vier landen die het beste hebben gescoord bij het terugdringen van de werkloosheid, zeer uiteenlopende factoren een rol spelen. Het betreft Nederland, Ierland, Denemarken, Groot-Brittannië en Spanje. In Ierland is sprake van een grote economische groei, mede dankzij de steun van Europese structuurfondsen, in combinatie met loonmatiging. De terugloop van de Deense werkloosheid is voor een belangrijk deel te danken aan inkrimping van de arbeidsmarkt door vervroegde pensionering en gesubsidieerd ouderschapsverlof.

In Groot-Brittannië verklaart de Commissie daling van de werkloosheid ten dele uit nieuwe banen, waarbij het aantal deeltijdbanen toeneemt, en ten dele uit vermindering van het arbeidsaanbod. De toename van het aantal arbeidsplaatsen in het VK zal volgens de Commissie de komende jaren afhangen van de handhaving van de lage lonen.

In Spanje is er vooral een toename van tijdelijke en part-time banen dankzij loonmatiging en meer flexibiliteit. Het Nederlandse resultaat wordt verklaard uit een combinatie van loonmatiging, verlaging van belastingen en sociale premies en toegenomen flexibiliteit.

De Commissie waarschuwt dat de mate waarin landen er door middel van verlaging van loonkosten in kunnen slagen de werkgelegenheid te bevorderen, zeer uiteenloopt. Het hangt af van de uitgangspositie. Sommige landen boeken weinig succes ondanks loonmatiging. Zij hebben meer tijd nodig dan andere lidstaten, omdat zij zijn begonnen met veel hogere loonkosten en mindere economische activiteit.

De Commissie houdt vast aan haar optimistische voorspellingen van vorig najaar over de economische groei. Voor dit jaar voorspelt de Commissie een groei van 2,3 procent en voor volgend jaar van 2,8 procent.

Zelfs het platteland steunt Miloševic niet lang meer, weet Mikica. Al moet hij daar persoonlijk voor zorgen. “Ik had vorige week een klusje in een dorp”, zegt Mikica. “Zegt een boer: 'Waarom protesteren jullie in Belgrado tegen Slobodan? Hij is de grootste Serviër die we hebben.' Ik zei: 'Kijk naar zijn zoon Marko Miloševic, die de discotheek Playboy heeft en al zestien auto's in de prak reed. Of zijn dochter Maria, die heeft een radiozender en een half kantoorgebouw. Wat heb jij? Schulden en een werkloze zoon.' 'Dat is waar', antwoordde die boer. Wacht maar af. Zo dom zijn wij Serviërs nu ook weer niet.”