Elke dag zwaardvis

De chef-kok begaf het. Eerst dachten we aan een hartinfarct, maar het was een zenuwtoeval. Tien jaar lang, zeven dagen per week pasta koken was hem te veel geworden.

Op een avond keek hij me doordringend aan en zei: 'Alleen op de pomodore hoort een blaadje basilicum, op de bolognese hoort geen basilicum, hoe vaak moet ik het nog zeggen?'

'Neem me niet kwalijk', zei ik en rukte het blaadje basilicum van het bord. Voor mij komt het niet aan op een blaadje basilicum meer of minder.

Het was aan ons om de blaadjes basilicum op de borden te doen. We recycelden ze ook, want bijna niemand at zijn blaadje basilicum op. Een gemiddeld blaadje basilicum gaat één avond mee.

De chef-kok begon door zijn keuken heen en weer te lopen en riep: 'Op de pomodore hoort een blaadje basilicum, maar de bolognese wordt zonder basilicum geserveerd. Ik kan het net zo goed niet roepen, want niemand luistert.'

Hij kwam uit zijn keuken, greep een afwasser bij zijn mouw en zei: 'Alleen op de pomodore hoort basilicum, op de bolognese doen we geen basilicum.'

Daarna rukte hij het gordijn dat het restaurantgedeelte van de keuken scheidde opzij en brulde: 'Alleen op de pomodore hoort basilicum!'

Hij liep door het restaurant naar de hoofdingang. De eigenaar probeerde hem nog tegen te houden, maar de chef-kok duwde hem opzij.

'Mensen, alleen op de pomodore hoort basilicum', waren zijn laatste woorden.

De eigenaar kwam de keuken binnen. 'Doorwerken', zei hij, doorwerken, er is niets aan de hand, hij is even een luchtje scheppen.'

We keken elkaar aan.

De tweede kok zei: 'Tien jaar geleden kwam hij hier om wat van de wereld te zien. En wat heeft hij van de wereld gezien? Alleen deze keuken. Geen wonder dat een blaadje basilicum hem gek maakt.' Nadat hij dat gezegd had spoog hij op de grond, gooide een teentje knoflook in de pan en hervatte zijn werkzaamheden.

Ik voelde me een beetje schuldig, want ik had de basilicum op de bolognese gelegd. Toen de chef-kok na een week nog niet was komen opdagen stuurden we zijn jas, zijn schoenen, zijn broek en zijn overhemd naar het motel waar hij al die tijd gewoond had. Maar een paar dagen later kwam het hele pakket weer terug. Hij was niet langer bekend op dat adres.

We kregen een vervanger. De nieuwe chef-kok zag er uit als een zeerover. Daarom noemde ierereen hem ook de Zeerover.

Over de oude chef-kok had al snel niemand het meer. We hadden geen tijd stil te staan bij de mensen die ons verlieten. We haden het veel te druk met het poduceren van vieze borden. Onze theorie was dat als we maar genoeg vieze borden produceerden om de twee overgebleven afwassers in dienst te houden, er ook geen runners zouden worden ontslagen. En als er ook geen runners zouden worden ontslagen, dan zouden er ook geen obers worden ontslagen. En als er geen obers zouden worden ontslagen, dan zou de juffrouw van de garderobe ook niet worden ontslagen.

Twee weken na de verwijning van de chef-kok zaten we op een avond om half elf aan een tafel achterin het restaurant. De keuken was al dichtgegaan. Er waren toch geen gasten meer. De eigenaar was er, de tweede kok, Secundo, de afwasser, ik en Valentina, de dochter van de eigenaar.

Zij werkte eigenlijk niet in het restaurant. Zij deed de boekhouding, achterin de keuken, gezeten op een mandarijnenkistje. Het was een rare boekhouding. Zij schreef ieder jaar gewoon de boekhouding over van het vorige. Ik vroeg me af hoe die boekhouding ooit was begonnen. Dat was waarschijnlijk net zo'n raadsel als het ontstaan van de mens. Die avond zei de eigenaar, 'zo gaat het niet langer, we moeten de geesten gaan oproepen.'

'Ja', zei Valentina, 'laten we de geesten gaan oproepen.'

'De geesten', zei ik, 'welke geesten?'

'Had je nog nooit geesten opgeroepen?' vroeg Valentina.

'Nee', zei ik, 'nog nooit.'

Ze schreef het alfabet op een papier en knipte dat vervolgens in kleine stukjes. Het gehele alfabet werd in een rondje op tafel gelegd. Op twee andere papiertjes schreef ze 'ja' en 'nee'. Die legden ze in het midden op tafel. De eigenaar pakte een glas en zette dat omgekeerd op tafel. 'Zo', zei hij, 'nu moeten we allemaal onze wijsvingers losjes op het glas leggen en dan zullen we de geesten vragen wat we moeten doen om The Eccobelli Brothers te redden.'

Dit kan niet waar zijn, dacht ik.

'Concentreer je', zei Valentina.

'Dat kan ik niet op bevel', zei ik.

'Ssst', zei ze.

Na tien minuten begon het glas te bewegen. Het was duidelijk dat iemand er druk op uitoefende. Ik besloot dat het beter was niet ook druk op het glas te gaan uitoefenen. Voor je weet hadden we allemaal splinters in ons gezicht.

'Iemand moet een vraag stellen', zei Valentina.

'Begint u maar', zei ik tegen de eigenaar.

'Spreek je Engels?' vroeg hij ten slotte aan de geest.

Het glas bewoog in de richting van het papiertje waarop 'ja' stond. De geest sprak Engels. Het was een hele geruststelling. Mijn vader kon het dus niet zijn. Die sprak geen Engels. Toen de geesten waren uitgesproken ging Valentina voor het raam staan. 'Mijn vader is een beetje in de war', zei ze, 'we moeten iets doen om aan geld te komen.'

'We moeten een overval plegen', zei Secundo, 'in mijn land pleegde ik iedere dag wel een overval.'

'Misschien is het een idee', zei Valentina.

'Als jullie een overval gaan plegen, doe ik mee', zei Manuel, de schoonmaker.

'Soms pleegde ik wel drie keer per dag een overval', fluisterde Secundo. 'Jullie hadden me moeten zien op mijn brommer.'

Zo besloten we een overval te plegen om The Eccobelli Brothers te redden. Maar eerst riepen we nog iedere avond de geesten op. We dronken er goedkope wodka bij, die we mengden met suikerwater en citroensap. (wordt vervolgd)