Een Rotterdamverslaving

Herman Romer: De laatste jaren van Oud-Rotterdam. Met foto's van Jan van der Kamp. Europese Bibliotheek, 128 blz. ƒ 39,90

J.F.H. Roovers, H.A. Voet en A. Tak: Unieke Rotterdamse jaren. Voet, 208 blz. ƒ 59,90

Verslaving is de drang om telkens meer van hetzelfde te willen hebben. Als we ons met deze definitie verenigen, valt het bekijken van fotoboeken gewijd aan steden tot de verslavingen te rekenen. Bijna altijd zijn het dan boeken over de stad waar je bent opgegroeid, of waarin je in ieder geval een niet gering deel van je leven hebt doorgebracht, of nog van plan bent dat te doen.

Zo is de schrijver van deze bespreking verslaafd aan boeken over Rotterdam, meer in het bijzonder de drie steden die deze naam dragen. De eerste heeft opgehouden te bestaan op 14 mei 1940. De tweede is de stad aan de Maas tussen eind 1940 en het vaag begrensde tijdvak waarin de wederopbouw zo ver gevorderd was dat het geheel weer de allure van een complete stad begon te krijgen. De derde is de stad van nu, de weergaloze metropool in een naar Nederlandse maatstaven ongekende ontwikkeling.

De laatste jaren van oud-Rotterdam van Herman Romer begint met een volzin die nog meer waarheid bevat dan er bij eerste lezing in valt te herkennen: 'Het vooroorlogse Rotterdam zal pas voorgoed uit de herinnering zijn verdwenen zodra de laatste voor 1940 geboren Rotterdammer of oud-Rotterdammer afscheid van het leven heeft genomen.' Dit extra aan waarheid schoot me te binnen toen ik las dat een paar anonieme gekken het standbeeld van Erasmus van zijn sokkel hadden getrokken. Erasmus stond voor de oorlog op de Grote Markt. Vaak heb ik hem bekeken. 'Als het op Oudejaar twaalf uur is geworden, slaat hij een bladzij van zijn boek om', zei mijn moeder. Ik kon het niet geloven maar helemaal onwaarschijnlijk leek het me ook niet. Ik zei niets, want ik wilde de etalage van de duikerswinkel bekijken, links aan de Grote Markt als je met je rug naar Erasmus stond. Grote koperen duikershelmen. Dan doorlopen, het Hang in waar de speelgoedwinkel van Hessels was. Misschien nog beter dan die van Meijer en Blessing aan de Blaak.

Niets daarvan is overgebleven, maar alles bestaat nog in het geheugen van de Rotterdammers die Romer bedoelt. Foto's van wat de bekijker bekend is, veroorzaken altijd een kortsluiting met het verleden. In dit boek worden de kortsluitingen tot stand gebracht met het geheel van een stad - steen, kleur, geur en geluid - dat al veel meer dan een halve eeuw is verdwenen. Daarbij kom je al gauw tot zeer persoonlijke verbindingen die je tijdgenoten misschien nog iets zeggen, maar die voor de anderen geen enkel belang meer hebben. Zo zijn er in dit boek twee foto's van de hoek Coolsingel/Aert van Nesstraat waarop de hekjes staan die de voetgangers het verkeerd oversteken moesten beletten. Bijna zeker weet ik dat het ijzer met aluminiumverf was geschilderd, en zeker dat ik het als kind een impertinent obstakel vond.

Ter versterking van het historisch reliëf bevat het boek van uiteenlopende schrijvers een aantal persoonlijke herinneringen van algemener toegankelijkheid. Zo bijvoorbeeld de bijdrage van Cor Engelse over de ontploffing van geheim agent Konovalets door toedoen van de NKVD, op de Coolsingel: Ik zag een been liggen. Het slachtoffer had in Café restaurant Caland koffie zitten drinken met een spion van Stalin, die ongemerkt een tijdbom in zijn tas had gestopt. Engelse vertelt: 'Ik zag een been liggen met een zwarte sok en een sokophouder. Ik dacht eerst nog dat het een been was van een étalagepop, maar het was het been van die man.' Toevallig kan ik dit verhaal controleren, want mijn moeder (alweer) was daar ook in de buurt en had hetzelfde gezien. Zo krijgt een sluipmoord, 56 jaar later, nog een merkwaardige dierbaarheid.

Herman Romer heeft een interessante historische toelichting geschreven, gedeeltelijk essay, gedeeltelijk beschrijving van alles wat daar puin is geworden. Zolang de laatste getuige leeft, zal er worden geprobeerd de stad van toen terug te halen.

Het tweede Rotterdam, dat van de op gang komende wederopbouw, is van de Rotterdamse fotograaf J.F.H. Roovers. Unieke Rotterdamse jaren brengt een stad in beeld die weer boven de grond komt, nieuw, kaal, nog met vlakten, binnenhavens zonder pakhuizen, bruggen die in een niets lagen, maar vooral ook bouwputten, constructiekranen en het naïef-optimistisch straatbeeld van de jaren vijftig. Ook allemaal verdwenen of in de nieuwe grote stad opgegaan. Hoe hebben de mensen daar toen zo tevreden kunnen zijn? Ook dat moet je zelf hebben meegemaakt om het goed te kunnen begrijpen.