Een intellectuele paringsdans; Mia Farrow over Woody Allen

Mia Farrow: What Falls Away. A memoir. Nan A. Talese/Doubleday, 370 blz. ƒ 54,20

Toen Mia Farrow Woody Allen in 1980 leerde kennen was het alsof ze een zielsverwant tegenkwam. Tijdens hun eerste etentje was het meteen raak. 'Voor ik het wist', schrijft ze in haar vorige week verschenen autobiografie What Falls Away, 'spraken we over Mozart en Mahlers langzame delen, over Schubert en de Heifetz-opnames van Korngold, over Plato, het christendom en Jefferson, over Walter Kaufman als gids door het existentialisme van Dostojevski tot Sartre, over de gedichten van Yeats en over mijn kinderen...' Het was, schrijft ze ten overvloede, alsof ze een Woody Allen-film binnenstapte.

In de nieuwste film van Allen, een muzikale komedie die Everyone Says I Love You heet en die sinds een paar weken in de Verenigde Staten in roulatie is, komt ook zo'n hoog-intellectuele paringsdans voor - inclusief de langzame delen van Mahler. Woody Allen speelt de onhandige, wanhopig verliefde New-Yorker die we zo goed kennen. Nog nooit heeft deze Joe Berlin een woord gewisseld met de vrouw op wie hij zijn oog heeft laten vallen. Maar zijn dochter blijkt voor de grap af en toe, vanuit een naburig appartement, de gesprekken tussen een psychiater en de vrouw af te luisteren. Dankzij dit beproefde Woody-Allen procédé (in Another Woman, uit 1988, speelt het afluisteren van gesprekken op de divan ook al een rol) komt de verlegen minnaar achter alle geheime hunkeringen en frustraties van de vrouw van zijn dromen. Het hilarische hoogtepunt van hun kennismaking komt wanneer de Woody Allen-figuur zich quasi-nonchalant laat ontvallen, tot gelukzalige verbijstering van de vrouw, dat hij zo graag eens naar Bora Bora zou gaan - het Polynesische eiland dat zij zich al jaren heimelijk als het paradijs voorstelt.

Mia Farrow, die in haar boek vertelt dat ze al sinds haar vroege jeugd droomt van Bora Bora, suggereert niet dat Allen onoprecht was bij hun eerste kennismaking. Pas in de tweede helft van haar boek overheerst de bitterheid waar hun verhouding in 1992 knetterend mee eindigde, toen Farrow ontdekte dat Allen een verhouding had met een van haar geadopteerde dochters. Tegelijk beschuldigde ze hem er toen van een andere dochter, de zevenjarige Dylan, seksueel misbruikt te hebben. Hij spande op zijn beurt een proces aan om haar, op grond van geestelijke instabiliteit, de voogdij van drie kinderen te ontnemen.

Maar ook al in de pagina's voordat Farrow die ontluisterende episode ophaalt en de lezer overlaadt met emmers vol gal, laat ze blijken dat de echte Woody Allen heel anders is dan het verlegen, innemende personage uit zijn films. In Everyone Says I Love You dwingt hij het toeval een ontmoeting met zijn droomvrouw af door, ondanks zijn totale gebrek aan sportiviteit, in alle vroegte een rondje te gaan joggen, want hij weet dat zíj dat altijd doet. En inderdaad botst hij - zwetend, hijgend en hyperventilerend op reusachtige, nagelnieuwe sportschoenen - uiteindelijk 'per ongeluk' tegen haar op. In het echte leven, lezen we bij Farrow, laat hij zijn secretaresse zijn afspraakjes regelen. Na afloop hoeft hij niet de regen in om een taxi te zoeken, maar staat er een witte Rolls Royce met chauffeur klaar. En bloemen of andere cadeautjes worden niet blozend of timide flirtend langsgebracht, maar achtergelaten bij de portiers van elkaars appartmentengebouw.

Het dramatische conflict met Woody Allen, dat de hele wereld vijf jaar geleden in de media kon meebeleven, wordt in Farrows memoires breed uitgemeten. Het is afstotelijke, gênante lectuur. Met instemming van Farrow is Woody Allen indertijd uiteindelijk niet vervolgd. Justitie meende wel over voldoende aanwijzingen te beschikken voor een proces, maar het risico dat een rechtszaak traumatisch zou blijken voor het vermeend misbruikte dochtertje werd te groot geacht. Nu vraagt Farrow haar lezers om alsnog als jury op te treden - alsof dat op basis van de getuigenis van één partij zou kunnen. Ze voegt aan haar gedetailleerde verslag zelfs een appendix met juridische stukken toe, om haar gelijk te onderstrepen.

Tegenover alle beschuldigingen en verwijten staat veel dat What Falls Away tot een boeiend, hier en daar zelfs onvergetelijk grappig boek maakt. Wie het niet met een vieze smaak in zijn mond wil afsluiten kan maar het beste snel door de zure appel heenbijten en halverwege het boek beginnen - om precies te zijn op pagina 188, waar de acteur Michael Caine Mia Farrow en Woody Allen aan elkaar voorstelt - en eindigen met de minder bittere hoofdstukken over het leven vóór Woody Allen.

Het begin van de romance met Allen wordt nog met liefde beschreven. Híj woonde op Fifth Avenue aan de oostkant van Central Park, zíj met haar zeven kinderen aan de westkant. Als ze niet bij elkaar waren knipperden ze met hun lampen naar elkaar, zwaaiden met badhandoeken of wuifden door verrekijkers. Hoewel hij nog nooit een vriendin met ook maar één kind had gehad, kon het hele gezin-Farrow beladen met slaapzakken, videobanden, poppen, autootjes, snoep en dozen vol lego het park oversteken, om in zijn appartement te komen logeren.

Aanvankelijk zijn de stekelige anekdotes over Allen niet meer dan variaties op het komische imago dat hij zelf in zijn films heeft gecreëerd. 'Hij heeft een dokter voor elk lichaamsdeel', schrijft Farrow naar aanleiding van zijn welbekende hypochondrie. 'Altijd als er een nieuwe film van hem uitkwam was er een speciale voorstelling voor de dokters en hun vrouwen. De zaal was altijd vol.' Als hij komt logeren in haar vakantiehuisje heeft Allen, bezeten van smetvrees, in zijn weekend-tas keurig opgerold zijn eigen rubberen badmat bij zich. En na veertig jaar analyse is Allen zo afhankelijk geworden van zijn psychiater, aldus Farrow, dat hij zelfs geen nieuwe lakens wil kopen zonder haar therapeutisch advies.

Dat een kunstenaar alles in zijn leven gebruikt als grondstof voor zijn werk, zegt Farrow te begrijpen. Dat ze haar eigen zusters en moeder herkent in Hannah and her Sisters vindt ze niet leuk, maar accepteert ze. En met een zekere trots vermeldt ze dat zíj het was die naast een psychiater woonde en bij wijze van grap eens opperde dat het spannend zou zijn om de analyses af te luisteren van alle bekende New-Yorkers die ze daar dagelijks zagen binnengaan. Woody Allen zou zich alleen over het idee al scherp afkeurend hebben uitgelaten - om er vervolgens een bruikbaar thema in te herkennen.

Mia Farrows leven vóór Woody Allen had meer ruimte en een apart boek gerechtvaardigd. Ze groeide op in Beverly Hills als de timide en ziekelijke dochter van de schrijver-regisseur John Farrow en de actrice Maureen O'Sullivan, die in zes Tarzan-films de tegenspeelster was van Johnny Weissmuller. Als kind wilde Mia Farrow non worden en later kinderarts in Afrika of Azië; nu ze vijftig is en een tiental (meest gehandicapte) kinderen uit de Derde Wereld heeft geadopteerd, is Moeder Teresa nog altijd haar idool.

Ze ging bij het toneel en via een rol in de succesvolle televisie-serie Peyton Place brak ze landelijk door. Als Rosemary in Polanski's Rosemary's Baby oogstte ze ook artistieke erkenning. Ze speelde in dertien films van Woody Allen, met als hoogtepunten Broadway Danny Rose (1984), The Purple Rose of Cairo ('85), Hannah and Her Sisters ('86) en Husbands and Wives ('92).

Zoals Woody Allen niet samenvalt met zijn imago van de onhandige intellectueel, zo is Mia Farrow niet, of althans niet uitsluitend, het verlegen muisje dat ze zo goed kan spelen. In het voogdij-gevecht met Woody Allen vocht ze als een leeuwin voor haar jongen, en won ze uiteindelijk. Ze wil graag serieus genomen worden en ze vertelt bijvoorbeeld hoe ze eens, tussen de opvoeding van haar kinderen door (op dat moment zeven), een winter doorbracht met het lezen van 'werken van Kierkegaard, Hegel, Kant, Nietzsche en het herlezen van Kafka en Camus; na de eerste kennismaking met Sartre rende ik hard terug naar Plato'. Wat ze eruit opstak wordt geen moment duidelijk.

Interessanter zijn haar lange vriendschap met Salvador Dalí, haar hang naar het mystieke, haar huwelijk op haar negentiende met de veel oudere Frank Sinatra, die in een compleet andere wereld leefde, en later met de dirigent en componist André Previn. Hoeveel bewondering haar onblusbare energie als moeder van voorlopig veertien kinderen ook afdwingt, over haar relatie met haar kinderen en over hun verschillende karakters schrijft ze opmerkelijk weinig.

Het gevoel voor humor van Mia Farrow is meestal onderkoelder dan dat van Woody Allen, maar verraadt vaak ook hun grote verwantschap. Nuchter vertelt ze over de reis die ze na haar scheiding van Sinatra naar India maakte, volkomen in de war en op zoek naar zichzelf. Het was 1968 en ze vestigde zich in de ashram van de Maharishi Mahesh Yogi, waar ze later kennismaakte met The Beatles, die er ook hun heil kwamen zoeken. Toen de grote dag van haar inwijding in de ware meditatie-techniek aanbrak, werd ze bij de goeroe ontboden om van hem persoonlijk haar mantra te krijgen, de geheime magische formule die tijdens de meditatie in eindeloze herhaling gepreveld dient te worden. Juist op het moment dat de wijze leermeester plechtig haar mantra in zijn baard mompelde moest ze vreselijk niezen, waardoor ze hem niet goed verstond. Excuses mochten niet baten, de Maharishi wilde de formule niet herhalen, nooit meer. Ik heb nog veel gemediteerd, vermeldt Farrow droogjes, maar ik kon nooit zeker weten of ik het wel goed deed. 'Die twijfel heeft me altijd buiten 'Het veld van het pure Zijn' gehouden.'

Na haar twaalf jaar met Woody Allen is Mia Farrow geen relatie met een nieuwe man aangegaan. 'Ik weet niet of ik daarvoor nog eens het vertrouwen kan opbrengen', verzuchtte ze vorige week op de televisie. Dat betekent niet dat ze alleen is in haar huis in Connecticut. Ze woont daar met haar zeven jongste kinderen en een verzameling kippen, hanen, twee koeien, vijf katten, een hond, konijnen, hamsters, vogeltjes, hagedissen en tropische vissen. 'We zijn nog op zoek naar de juiste pony', schrijft ze.