Duistere roman van Kristien Hemmerechts; De onmacht van onthechte ouders

Kristien Hemmerechts: Margot en de engelen. Atlas, 239 blz. ƒ 34,90 Verschijningsdatum: 21 februari.

Kristien Hemmerechts, één van Vlaanderens meest gevierde en produktieve auteurs, publiceert ieder jaar een bundel verhalen of een roman. Over het algemeen worden de verhalenbundels iets beter ontvangen dan de romans. Haar nieuwe boek, de roman Margot en de engelen zet heel verrassend in en handhaaft zich geruime tijd bijzonder sterk. Maar ook deze keer lijkt er halverwege iets mis te gaan. Het is alsof Hemmerechts een idee heeft willen uitwerken waar ze geen eind aan wist. Bij een auteur als Hemmerechts ben je dan al gauw geneigd te denken dat ze misschien wel té produktief is, dat ze lijdt onder een prestatiedwang die constante kwaliteit in de weg staat.

Het verrassende van de uit vijf delen bestaande roman zit hem vooral in de compositie van deel één en twee. Daarin wordt de spanning opgebouwd door twee verschillende interpretaties van een zich ontwikkelend drama met elkaar te confronteren. Een gescheiden levend echtpaar, de Engelse Dave en de Vlaamse Sofie, zit in angst om hun dochter Margot. Een maand voor haar achttiende verjaardag is ze weggelopen van huis. Behalve een gefaxt afscheidsbriefje laat ze geen enkel bericht achter. Omdat de ouders vinden dat ze als bijna volassene haar eigen leven moet leiden, en omdat het er niet naar uitziet dat ze onder dwang van derden heeft gehandeld, besluiten ze Margot niet te laten opsporen. Intussen besterven ze het van angst, van woede jegens elkaar en van zelfverwijt.

Uit de wijze waarop de vader en de moeder op het vertrek van hun dochter en op elkaar reageren, doemt bij stukjes en beetjes een portret op van Margot, dat - zo blijkt al vrij snel - weinig met het meisje zelf te maken heeft. Ouders denken wel dat ze hun kinderen begrijpen, kennen en doorgronden, maar in werkelijkheid projecteren ze vooral hun eigen angsten en problemen op hen. Problemen zijn er genoeg. Margot is een typisch produkt van deze tijd. Toen ze zeven was heeft haar moeder haar vader verlaten omdat ze 'lucht' nodig had. Het kind werd heen en weer gezeuld van vader naar moeder en vice versa en ontwikkelde een eetprobleem: behalve een bepaald soort kaas at ze niets. Een afstotelijke, stinkende en liegende buurvrouw van Sofie leert haar eten door haar om te kopen met snoep. Dat Margot vervolgens een imbeciele, bijna dierlijke geitenhoeder snoep geeft in ruil voor seks, omdat ze houdt van 'de wolf' in hem die ze wil bevrijden, weten haar ouders niet. Zoals ze ook niet weten dat ze als zeventienjarige op een wrede, gestoorde manier wraak neemt op de stinkende buurvrouw.

Hoe is Margot geworden zoals ze is en hoe is ze eigenlijk precies? Die vragen werpt Hemmerechts in haar directe, sprankelende stijl op, zonder ze rechtstreeks te beantwoorden. Ze geeft wel hints. Zo vertelt ze hoe Margots moeder ooit als een 'loopse teef' met een 'gutsende kut' in Engeland belandde en daar dermate verliefd werd op een onberekenbare man met 'een wolf' in zich, dat ze - zonder haar ongeruste ouders op de hoogte te stellen - bij hem bleef. Maar nadat ze de wolf bevrijd had en deze haar vervolgens aanviel, trouwde ze met diens engelachtige, doodsaaie vriend Dave. Het kind van de wolf liet ze aborteren, Margot, het kind van de engel Dave, werd wel geboren en ontwikkelde zich tot... ja, tot wat eigenlijk? Tot een kopie van haar moeder, een loopse teef die anderen gebruikt? Of tot een nondescript persoon, zonder ambities, die evenals haar engelachtige vader mensen verleidt door zich als een allesbegrijpende therapeut op te werpen?

Zoals gezegd: Hemmerechts geeft geen antwoord op deze vragen en wellicht is dat ook onmogelijk. De vader kent een andere Margot dan de moeder, terwijl de lezer die over informatie beschikt die de ouders niet hebben weer een volstrekt afwijkend beeld krijgt van het meisje en haar beweegredenen om weg te lopen. Misschien is de onmogelijkheid om mensen te kennen wel de essentie van deze in veel opzichten duistere roman, waarin vrijwel iedereen zich anders voordoet dan hij of zij is.

De vraag die zich opdringt is of mensen wel zichzelf kùnnen zijn. Vaak raken ze bij Hemmerechts buiten zichzelf, hetzij uit geilheid, hetzij door drank of dope of een combinatie daarvan. Sofie meent dat mensen wel degelijk een 'zelf' hebben. In een gesprek over haar eerste Engelse minnaar die haar in haar zwangere buik heeft getrapt en die Dave zijn tanden uit zijn bek heeft geslagen, verschilt ze met haar (ex)-echtgenoot van mening. Dave zegt: 'Mensen weten niet wat ze doen als ze dronken zijn.' Sofie antwoordt: 'Toch wel. Ze weten heel goed wat ze doen. Ze doen de dingen die ze altijd al hebben willen doen, maar nooit hebben durven doen. Omdat ze dronken zijn durven ze opeens.'

De machteloosheid van ouders tegenover een kind en omgekeerd, van een vrouw jegens haar dronken minnaar of van de auteur ten opzichte van haar personages, wordt het helderst verwoord door de introverte Engelsman Dave. Volgens hem hebben mensen geen zelf en handelen ze slechts uit instinct: '(...) plotseling wist hij hoe God de wereld had geschapen en hoe verkeerd ze het in alle scheppingsverhalen hadden voorgesteld. God had niets gedaan. Dat was het hele punt. God had de bereidheid en moed gehad om niets te doen. Om louter aanwezig te zijn. Om vanuit die aanwezigheid en concentratie de dingen te laten gebeuren, geboren worden. Zonder God had het niet gekund, maar toch was hij niet de Schepper. De dingen waren hun eigen schepper. Niets of niemand had een externe schepping, alles en iedereen schiep zichzelf. Instinct.'

Met deze vaststelling - die tevens kan worden opgevat als de poëtica van Hemmerechts en trouwens die van vele andere kunstenaars - had het boek wat mij betreft kunnen eindigen. Margot en de engelen is tot zover een fascinerende roman over onthechtheid en het onvermogen van mensen om op een bevredigende manier te leven en lief te hebben. Maar - misschien omdat de dingen zichzelf scheppen - het verhaal ontspoort wanneer Margots engelen verschijnen. Die engelen zijn probleemjongeren die, als een soort sekte, het goede nastreven en elkaar op een geheim adres opvangen en helpen. Eén van de engelen, de mooie Sasha blijkt Margot naar dit alternatieve opvanghuis te hebben gelokt. Vanaf het moment dat dit duidelijk wordt, hangt het verhaal van de losse eindjes aan elkaar. Het slot van het boek is een allusie op het einde van Couperus' Noodlot, even tragisch maar in de context van de roman onbegrijpelijk. Uiteindelijk schiet Hemmerechts inhoudelijk tekort, wat niets afdoet aan haar knappe verteltechniek, haar zinderende, sappig-Vlaamse stijl en haar keuze voor een interessante eigentijdse thematiek.

Uit: Kristien Hemmerechts: Margot en de engelen.

'Jij sloeg Margot.'

'Wat?'

'Ik heb het zelf gezien.'

'Ik heb Margot nooit geslagen.'

'O nee. Ik ben niet blind. Ik heb het gezien. Omdat ze niet wilde eten. Natuurlijk at ze niet. Jij sloeg haar.'

'Hou op Dave. Margot at bij niemand. Bij mij niet, bij jou niet, bij de onthaalmoeder niet, bij niemand. Ik zal haar ooit wel een tik hebben gegeven, maar slaan? Nee. (...) Ik zal mijn geduld wel eens hebben verloren, Dave. Dat is normaal. Normale ouders verliezen wel eens hun geduld, zeker als hun kinderen hun geduld iedere dag op de proef stellen. Jij niet, maar jij bent niet normaal.'