De Utrechtse School

Wat af is, is niet gemaakt. Met o.a. Mirjam de Zeeuw, Stephan Shahabrook, Jan van de Pavert, Eran Schaerf, Berend Strik. Boorstraat 107, Utrecht. T/m 3 maart.Wo t/m zo 13.30-17.30u. Op 14, 15, 18 t/m 23 en 25 t/m 27 feb tevens van 19.30-23u.

Er zijn van die vragen die je eigenlijk niet hoort te stellen. Aan een kind is dat bijvoorbeeld: 'wie vind je liever: je vader of je moeder?' Aan een kunstenaar is dat: 'wat is je belangrijkste werk?' - alsof hij een kind boven de anderen moet verkiezen. Mark Kremer, kunstcriticus en curator van het Festival aan de Werf, had er desondanks weinig moeite mee om aan 25 kunstenaars een werk te vragen dat 'een opmerkelijke wending in hun oeuvre weerspiegelt' - een cruciaal kunstwerk dus, uit eigen oeuvre te kiezen door de kunstenaar zelf. En hoewel zo'n verzoek iets obsceens heeft, voldeden de meeste kunstenaars eraan, en heeft dat de aardige tentoonstelling Wat af is, is niet gemaakt in de Utrechtse School opgeleverd.

Opvallend is dat de verklaring voor de keuze van deze werken vaak in de titel is te vinden. Neem bijvoorbeeld het beeld dat Job Koelewijn heeft neergezet: een forse onderbroek, zoëen met kleine ventilatiegaatjes, die in stijfsel is gedompeld en zwart geverfd, en nu rechtop op een sokkeltje staat - kleine scheurtjes van ouderdom aan de zijkant, alsof-ie aan een onzichtbare waslijn hangt. 1927-1992 heet het beeld; als je dat leest verdwijnt alle trivialiteit en rollen de associaties door je hoofd: de onderbroek van zijn vader? Van een geliefd familielid? Een 'oplossing' wordt niet gegeven, maar die uitgelubberde onderbroek krijgt er de lading van een relikwie door.

Van zulke associaties, zij het van minder persoonlijke aard, moet ook de installatie Voorwerpen achter te laten in treinen (1992) van Aernout Mik het hebben. Miks beelden zijn vaak nogal hermetisch, waardoor ze iets zelfingenomens krijgen, maar bij dit werk is dat minder minder het geval. Op en onder een tafel staan een groot aantal voorwerpen: een enorm blik tonijn, een glazen potje met afgeknipte nagels, een papieren zak met een blikje Budweiser-bier. De titel maakt dat je het beeld gemakkelijk voor je ziet: het nagelpotje, staande op het koffieplankje naast het raam - wie zou dat hebben achtergelaten en waarom? De groene legertas vol flessen azijn tegenover je op de lege bank in de trein naar Schiphol.

Jammergenoeg wordt niet van alle werken op de tentoonstelling even duidelijk wat voor rol ze in het oeuvre van de kunstenaar spelen; aan de andere kant zijn er een aantal deelnemers van wie hun werk je niet erg optimistisch stemt over de rest van dat oeuvre. Zo heeft Arthur Elsenaar in een hoek een stevige stapel herfstbladeren neergelegd. Daaronder ritselt het af en toe, even denk je dat er wat onder zit, maar al gauw begrijp je dat het een mechaniekje is. Een grapje, meer niet en niet erg veelbelovend voor de rest van Elsenaars werk.

Wat af is, is niet gemaakt is een interessante tentoonstelling die echter nogal te lijden heeft onder de locatie. Een oud schoolgebouw, typisch een van die afbraakpanden waarin wel meer kunstenaarsinitiatieven hun domein vinden: afbladderende muren, oude vitrages - het gevaar is groot dat de toeschouwer de slooprijpheid van het gebouw op de tentoongestelde kunstwerken betrekt. Het kost dan ook even om daar doorheen te kijken; wie daar echter de tijd voor neemt ziet een tentoonstelling die tot nadenken stemt.