De première komt altijd te vroeg; Het harde leven van de Nederlandse musical

Joop van den Ende brengt met succes Nederlandse versies van buitenlandse musicals als Evita. Wat is er gebeurd met de Nederlandse musicaltraditie, die in 1965 in gang werd gezet door Annie M.G. Schmidt? “Het is heel wat makkelijker My Fair Lady's en West Side Story's te verkopen dan onbekende grootheden.”

De musical Carlie wordt vanavond en morgenavond in de Stadsschouwburg in Nijmegen opgevoerd, verder de komende week in Arnhem, Doetinchem en Tilburg. Tournee door het land tot en met 29 maart. Inl. 020-6269991

De nieuwe Nederlandse musical Eindeloos! had vorig najaar al in première moeten gaan. De hoofdrollen worden gespeeld door Liesbeth List en Coen van Vrijberghe de Coningh. Het script is geschreven door Ger Beukenkamp en de muziek door Rob Hauser. Zijn broer Dick Hauser is de regisseur. Hoewel de meeste betrokkenen niet eerder aan een musical hebben meegewerkt, heeft elk van hen in het theater al ruimschoots een naam opgebouwd. Het was dan ook de bedoeling er dit gehele seizoen mee op tournee te gaan.

Eindeloos! gaat echter pas in april in première en speelt daarna door tot eind juni. Het is Gerard Cornelisse, hoofd van de theaterafdeling van het gerenommeerde produktiekantoor Bergen, niet gelukt aan de theaters meer dan veertig speelbeurten te verkopen. Dat levert, à 25.000 gulden per avond, ongeveer een miljoen gulden op. Maar de produktiekosten bedragen bijna het drievoudige. Dezer dagen is hij dan ook doende voor dit najaar nog een tournee van 65 voorstellingen, tot eind december, te organiseren. Als dat lukt, speelt Eindeloos! quitte. Veel theaterdirecteuren gaan tot dusver evenwel niet verder dan een optie; een definitieve beslissing willen ze pas nemen als de produktie dit voorjaar een succes blijkt te zijn.

“Als alle opties straks worden omgezet in een voorstelling, hebben we de begroting rond”, zegt Cornelisse. “Als dat niet zo is, hebben we een probleem. Het hangt aan een zijden draad, ja. Maar je móet zo'n risico wel eens nemen, anders komt er in deze sector nooit meer iets nieuws van de grond.”

Niet voor niets oogst het theaterbedrijf van Joop van den Ende in Nederland sinds enkele jaren artistiek en commercieel succes met tournee-ensceneringen van buitenlandse succes-musicals als My Fair Lady, Evita en West Side Story. De vertalingen zijn in orde, de uitvoerenden staan op internationaal niveau en er werken top-ontwerpers als Paul Gallis (decor), Reinier Tweebeeke (licht) en Yan Tax (kostuums) aan mee. Maar was er niet ooit ook zoiets als een eigen Nederlandse musical-traditie?

De grondslag daarvan werd gelegd door de eerste musical van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink, Heerlijk duurt het langst, die in oktober 1965 in première ging en vervolgens 543 keer is gespeeld. Dat aantal is tot dusver door een musical van Nederlandse makelij niet geëvenaard. Nu al wordt verlangend uitgezien naar de nieuwe versie, met Jenny Arean en Jasperina de Jong beurtelings in de hoofdrol, die vanaf het najaar van 1998 op tournee gaat. Het zal producent Gislebert Thierens waarschijnlijk weinig moeite kosten voldoende speelbeurten te garanderen om de kosten te dekken; Heerlijk duurt het langst wordt door de theaterdirecteuren immers beschouwd als een bewezen succes - en door hen niet alleen.

Aan het opzetten van een nieuwe Nederlandse musical, zoals hij in het verleden wel heeft gedaan, wenst Thierens echter niet meer te beginnen. “Als kleine producent ben ik niet bestand tegen de media-controle die door Van den Ende wordt uitgeoefend”, zegt hij. “Als je met iets nieuws komt, is het zo'n gevecht om bij de theaterdirecteuren binnen te komen, dat ik daar geen mogelijkheden meer voor zie.”

Inkoopcombinatie

Van de Nederlandse theaterdirecteuren zijn er sinds kort 33 verenigd in een inkoopcombinatie, die het aanbod wil reguleren en onderhandelt over de uitkoopsommen die door de producenten worden gevraagd. Ieder seizoen worden er in ieder genre zoveel produkties aangeboden dat daarvoor in de schouwburgen lang geen ruimte is. Al in november heeft deze combinatie de producenten in de vrije sector gevraagd wat ze voor het volgend seizoen op het programma hebben staan. Daaruit bleek dat er plannen bestonden voor dertig musicals.

Leo Pot, directeur van de Tilburgse schouwburg en voorzitter van de inkoopcombinatie, rekent voor dat de gemiddelde schouwburg ruimte heeft voor ruim twintig voorstellingen per maand. “Daarvan zijn er, zeg maar, tien serieus en tien amusement. In die laatste groep heb je bovendien veel cabaret-aanbod - het cabaret is op dit moment nu eenmaal dè theatervorm voor jongeren. Daar komt nog bij dat de meeste musicals graag een paar avonden achter elkaar in dezelfde schouwburg willen staan, vanwege de hoge kosten van opbouw en afbraak. Hoe veel verschillende musicals kun je dan nog in je theater kwijt? Niet veel.”

Van de dertig musical-plannen voor het seizoen 1997/98 zijn er, nadat Pot en de zijnen waarschuwende woorden hadden gesproken, nog circa tien over. Daarvan is er slechts één nieuw Nederlands: een door twee nieuwelingen geschreven musical-bewerking van Jack the Ripper met Ernst-Daniël Smid in de titelrol. De rest, waaronder Nederlandse versies van de musicals Annie en Grease, wordt naar buitenlands voorbeeld gemaakt. Van twee nieuwe Nederlandse musicals van het huidige seizoen (De Spooktrein en de reeds genoemde Eindeloos!) hopen de producenten dat ze na de zomervakantie een tweede tournee-periode kunnen maken om uit de kosten te komen.

“Je móet wel commercieel produceren,” zegt Joke Vijn van het impresariaat Melody Musical Productions dat dit seizoen een bescheiden versie van Singin' in the rain uitbracht zonder grote sterren. “In ons geval is gebleken dat de theaterdirecteuren èn het publiek afkomen op de titel. Die is bekend, en dus kunnen we tot de zomer ruim honderd voorstellingen spelen voor volle zalen. Dat de kritieken zuinig waren, heeft ons daarbij nauwelijks parten gespeeld. Ook is het moeilijk gebleken om veel promotie op de televisie te krijgen; daar is Van den Ende heer en meester. Het is puur de titel geweest, die ons erdoor heeft gesleept.” MMP overweegt over anderhalf jaar een Nederlandse reprise van Oliver! uit te brengen; voor nieuw, oorspronkelijk repertoire ontbreekt de financiële armslag.

Enkele seizoenen geleden is producent John van de Rest failliet gegaan aan de musical Tsjechov van Dimitri Frenkel Frank en Robert Long, met Boudewijn de Groot in de hoofdrol. De musical-bewerking van de opera Carmen, eveneens nieuw Nederlands fabrikaat, werd vorig seizoen uitgebracht door de theatertak van het televisiebedrijf IDTV, die inmiddels bij Bergen is ondergebracht wegens het tegenvallende rendement. Bergen, waar ook films (Antonia) en tv-series (Koos Tak) worden gemaakt, produceerde de meeste nieuwe musicals van de afgelopen jaren, waaronder ook de op leven en werken van Willeke Alberti gebaseerde produktie Willeke en de naar het evenbeeld van de Barbie-poppen geschapen Carlie.

Try outs

“Bij voorstellingen als Willeke en Carlie en straks ook Eindeloos! is het moeilijk om genoeg publiek in de zaal te krijgen”, zegt schouwburgdirecteur Leo Pot. “En dus is het ook moeilijk ze aan de theaters te verkopen. Het publiek gaat toch altijd het eerst af op het gekende aanbod, en voor de theaters is het dan vaak een kwestie van: u vraagt en wij draaien. Het is heel wat makkelijker de My Fair Lady's en de West Side Story's te verkopen dan de onbekende grootheden.”

“Het wordt steeds moeilijker”, beaamt Gerard Cornelisse van Bergen. “Door de film en de televisie kunnen wij nog enigszins aan risicospreiding doen, maar al te grote verliesposten kunnen ook wij niet dragen. Daar komt bij dat de produkties van Van den Ende door hun kwaliteit normbepalend zijn geworden - het publiek neemt bijvoorbeeld geen genoegen meer met geluid of licht van minder allooi. Op zichzelf is dat een uitstekende ontwikkeling, begrijp me niet verkeerd, maar als kleinere producent kun je daar bijna niet meer tegenop.”

Een extra handicap vormt het feit dat de musical bij uitstek een genre is dat wordt vervolmaakt bij de gratie van een lange serie try-outs. Geen enkele buitenlandse succes-musical was op papier al klaar; alle overbekende hit-shows kregen pas tijdens proefvoorstellingen met publiek hun definitieve vorm. Onlangs werd bekend dat Andrew Lloyd Webber de al uitgestelde première van zijn nieuwste musical opnieuw heeft uitgesteld. Hier komt de première eigenlijk altijd te vroeg, erkent Cornelisse. “Twee weken try-outs heb je hard nodig om logistieke en technische problemen op te lossen. Dan kom je niet of nauwelijks meer toe aan de dramaturgie, daar heb je minstens twee maanden voor nodig. Maar als je je première te lang uitstelt, ben je al zo ongeveer halverwege de tournee. Dat kan niet. Na de première van Carlie hebben we nota bene nog een compleet nieuwe pauzefinale gemaakt, omdat de oude ons niet beviel. Maar natuurlijk had die er op de première al moeten zijn.”

Eindeloos! is voor Bergen voorlopig de laatste Nederlandse musical die op het programma staat. “Terwijl”, zegt Cornelisse, “het ontwikkelen van iets nieuws in dit vak toch eigenlijk het leukste is wat er bestaat.”