De belastingrechten van de mens

De adviseur en hoogleraar belastingrecht D. Juch denkt dat in Nederland vermindering van de belastingdruk via de (Europese) rechter af te dwingen moet zijn. Want ging het in Duitsland ook niet zo?

Op 1 januari is in Duitsland de vermogensbelasting afgeschaft. Nederland is nu omgeven door landen die deze belastingvorm niet meer kennen, want ook België en het Verenigd Koninkrijk heffen geen belasting over vermogen. Voor veel vermogende Nederlanders was deze belasting een reden om in België te gaan wonen. Hoe lang zal Nederland er nog aan vast kunnen houden in een verenigd Europa, vragen achterblijvende vermogenden zich af.

Het feit dat Duitsland zijn vermogensbelasting afschafte kreeg niet veel aandacht. Nog minder bekend is de reden waarom de vermogensbelasting daar verdween. Prof. mr. D. Juch, die vennoot is van Loyens & Volkmaars Belastingadviseurs in Breda en voor 30 procent deeltijd-hoogleraar belastingrecht in Tilburg, werd er op attent gemaakt door een Duitse fiscalist. “De vermogensbelasting is in strijd met de Duitse grondwet”, hield de fiscalist de verbaasde Juch voor. Die begon zich vervolgens in de materie te verdiepen en concludeert nu dat ook de Nederlandse vermogensbelasting in strijd is met de grondwet en mogelijk met de Europese regelgeving.

Er is één belangrijk verschil tussen Nederland en Duitsland als het gaat om wetgeving, zegt Juch. Bij onze oosterburen is toetsing van een wet (bijvoorbeeld een belastingwet) aan de grondwet mogelijk. Die toetsing vindt plaats door een daartoe speciaal opgericht rechtscollege, het Bundesverfassungsgericht. Nederland kent zo'n rechtscollege niet.

“De grondwet is heilig”, aldus Juch. “Anders dan in Duitsland gaan wij er vanuit dat de wetgever - regering en parlement samen - er ook altijd voor zorgt dat wetten met de grondwet in overeenstemming zijn. De overheid heeft voor zichzelf geen sancties ingebouwd voor het geval daar geen sprake van is. Sterker: als in de Tweede Kamer een meerderheid is te vinden voor een wet die op gespannen voet staat met de grondwet, dan kan die gewoon worden ingevoerd. Dan heb je daar als burger niets tegen in te brengen.”

Wil een burger zich in zo'n geval beroepen op zijn of haar grondrechten, dan zal hij naar Straatsburg (het Europese Hof ter bescherming van de rechten van de mens) moeten. Juch zal graag zo'n procedure voeren.

Kernvraag is: hoe ver mag de overheid met het heffen van belastingen gaan zonder het recht op eigendom en inkomen van burgers aan te tasten? De hoogleraar-adviseur geeft een voorbeeld. “Als bij de verkiezingen van 1998 de PvdA en GroenLinks een absolute meerderheid behalen in de Tweede Kamer en besluiten inkomens boven 300.000 gulden per jaar te belasten met een tarief van 90 procent, dan is daar niets tegen te doen. Voor de PvdA en GroenLinks is het verzet van een paar rijken electoraal van geen enkel belang. Ze zullen zich daar niets aan gelegen laten liggen.”

Zo'n maatregel is volgens Juch echter in strijd met de grondwet. “Artikel 19 van de grondwet erkent namelijk het recht op arbeid en daarmee het recht op inkomen uit arbeid.” Dit recht weegt op tegen het recht van de overheid om belasting te heffen, meent hij. Als de twee rechten botsen moet een scheidsrechter uitspraak doen. Als die niet in Nederland is te vinden, dan moeten burgers hun zaak ter beoordeling aan het Hof in Straatsburg voorleggen.

Het Bundesverfassungsgericht, de Duitse scheidsrechter, deed een opmerkelijke uitspraak: het recht op eigendom en inkomen van de burger is minstens zoveel waard als het recht van de overheid om belasting te heffen. Dat houdt concreet in dat de overheid nooit meer dan 50 procent van het belastbaar inkomen mag afromen. De in Duitsland aangespannen procedure had alleen betrekking op de belasting op inkomen uit vermogen. Maar voor de Duitse wetgever (de politiek) was dat genoeg reden om meteen rigoureuze maatregelen te nemen. De vermogensbelasting werd op 1 januari 1997 volledig afgeschaft.

Geheel los hiervan wil de regering-Kohl op 1 januari 1999 een grootscheepse belastinghervorming doorvoeren. Die voorziet onder andere in een verlaging van het toptarief van de inkomstenbelasting van de huidige 53 naar 39 procent. “Duitsland kent bovendien een veel hogere belastingvrije voet en een veel grotere rentevrijstelling dan Nederland”, aldus Juch. “Zelfs al zou je het willen, dan kom je in Duitsland onmogelijk meer aan een belasting van 50 procent.”

Op dezelfde dag dat Duitsland zijn toptarief voor de inkomstenbelasting fors wil verlagen gaan de landen die zich kwalificeren voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) over op dezelfde munteenheid, de euro. Het is de vraag hoe zo'n gemeenschappelijke munt zich verhoudt tot uiteenlopende fiscale stelsels. Nederland wijkt volgens Juch nogal af van de andere lidstaten van de Europese Unie. “We staan in Europa aan de top als het gaat om de belasting op inkomen en vermogen”, zegt hij. “In Nederland bedraagt het toptarief voor de inkomstenbelasting namelijk 60 procent. Aan inkomsten- plus vermogensbelasting kun je hier maximaal 68 procent van je belastbaar inkomen kwijt zijn.”

“Als de Duitse plannen voor een grootscheepse belastingherziening op 1 januari 1999 doorgaan, kan het voor veel Nederlanders aantrekkelijk worden om naar Duitsland te emigreren”, zegt Juch. Dat geldt met name voor Nederlanders die niet meer economisch aan een werkplek in Nederland gebonden zijn, zoals gepensioneerden, vermogensbezitters die niet meer werken en vutters. Juch: “Het toptarief over een inkomen boven 100.000 gulden zal straks in Duitsland 20 procent lager zijn dan in Nederland.” Ook Nederland zal nu volgens hem iets moeten doen aan het toptarief en de vermogensbelasting, wil het een nieuwe stroom fiscale vluchtelingen - ditmaal richting Duitsland - voorkomen.

De hoogleraar-adviseur weet waarover hij praat. Voor veel vermogende Nederlanders heeft hij in het verleden de weg naar België geplaveid. In december sprak hij in deze krant nog uit dat de vermogensvlucht in 1996 veel groter was dan tot nu toe werd aangenomen. Hij schatte de emigratie van vermogende Nederlanders alleen al voor dat jaar op 2.500 belastingplichtigen. Juch zelf, zo blijkt nu, bevond zich ook onder deze fiscale vluchtelingen. De hoogleraar verhuisde vorig jaar november namelijk van Breda naar het iets zuidelijker gelegen Hoogstraten, waar volgens een recente telling zo'n 15 procent van de bevolking uit Nederlanders bestaat.

Om een verdere leegloop van Nederland - ditmaal richting Duitsland - te voorkomen moeten volgens Juch het hoogste belastingtarief èn de vermogensbelasting ook hier op de helling. Juch: “Het zou goed zijn wanneer Nederland een Constitutioneel Hof zou oprichten, naar analogie van het Duitse Bundesverfassungsgericht. Bij dat Hof zou dan de hoogte van de belastingdruk en de strijdigheid van de vermogensbelasting met de grondwet aanhangig kunnen worden gemaakt.” Staan de Haagse politici onvoldoende open voor deze suggestie, dan overweegt Juch een beroep te doen op het Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg.

In artikel 17 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens, geproclameerd op 10 december 1948 door de Algemene Vergadering der Verenigde Naties, is namelijk bepaald dat een ieder recht op eigendom heeft. In het Verdrag van Rome van 4 november 1950, dat de basis vormde voor de totstandkoming van de Europese Unie, wordt dit recht volgens de hoogleraar eveneens erkend. Protocol nr. 1 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden bepaalt dat iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon het recht op het ongestoord genot van zijn eigendom heeft, en tevens - net als in de Duitse grondwet - dat aan de Staat het recht tot belastingheffing toekomt. Er bestaan dus juridische gronden om het conflict tussen het recht op eigendom en het recht tot belastingheffing over de hoofden van Nederlandse politici heen op Europees niveau uit te vechten.

Volgens Juch is het nog niet eerder gebeurd dat in Straatsburg een belastingzaak aanhangig is gemaakt. Procedureel heeft het ook nogal wat voeten in de aarde. Zo moet Juch voor zijn proefproces een belastingplichtige zien te vinden die het gevecht aandurft. “Die moet niet bang zijn om met naam, toenaam en vermogen in de krant te komen”, zegt Juch. “Dat is in de Nederlandse verhoudingen moeilijk: een vermogende persoon, die zijn beklag doet dat hij zoveel belasting moet betalen.” Bovendien is de weg naar Straatsburg lang. Eerst moet bezwaar worden aangetekend tegen de belastingaanslag. Vervolgens moet worden geprocedeerd tot aan de Hoge Raad. Als alle wegen dood lopen kun je een klacht indienen bij de Europese Commissie, die de kwestie dan weer voor kan leggen aan het Europese Hof ter bescherming van de rechten van de mens, in Straatsburg.

“Een lange weg”, zegt Juch. “Met allerlei politieke barrières, want als de Nederlandse regering zo'n procedure niet aandurft kan ze daar via haar invloed binnen de Europese Commissie wellicht een stokje voor steken. Nog nooit heeft iemand in Straatsburg geprocedeerd over de hoogte van de tarieven. Je weet dus op voorhand niet hoe het uitpakt. Als het Europese Hof echter dezelfde lijn volgt als het Duitse Bundesverfassungsgericht dan kan dat belangrijke consequenties hebben. Niet alleen voor Nederland, maar voor heel Europa.”

Wat de politici er van vinden

R. van der Ploeg (PvdA): “Juch was dè aanjager van het vertrek van vermogende Nederlanders naar België. Hij heeft daar fors aan verdiend. Nu is hij met een zoektocht bezig naar belastingplichtigen die willen procederen bij het Hof in Straatsburg. Waarom heeft Juch dat niet zelf gedaan in plaats van te emigreren naar België? Omdat hij niet met zijn hele hebben en houden in de krant wil? Daar wil hij kennelijk een ander voor laten opdraaien en dat is laf! Bovendien: de feitelijke belastingdruk is door allerlei aftrekposten helemaal niet zo hoog als Juch beweert.

Ik gebruik het geld liever voor onderwijs, de onderkant van de arbeidsmarkt en het stimuleren van ondernemerschap dan voor het spekken van miljonairs.''

H. Hillen (CDA): “Het is interessant om langs juridische weg te proberen de vermogensbelasting en het 60-procents tarief afgeschaft te krijgen. Juch is daar creatief genoeg voor. Maar het zal in Nederland uiteindelijk gaan om de politieke wil om die afschaffing ook ècht door te zetten. Wij vinden dat het nu al moet. Nederland moet een thuis zijn voor alle Nederlanders, ook voor koopkrachtigen. VVD en D66 maken ketelmuziek. Ze willen veel, maar doen niks.”

G. Ybema (D66): “Het primaat moet liggen bij de politici. Die moeten, daarin geadviseerd door de Raad van State, wetten toetsen aan de grondwet. Daarbij moet ook in beschouwing worden genomen hoe Nederlandse wetten zich verhouden tot Europese regels. Ik verwacht dat de vermogensbelasting in de volgende regeerperiode wordt afgeschaft. We hebben nu door een gunstige economische ontwikkeling het nodige geld. Daarmee kunnen we de fiscale emigratie afstoppen. Die heeft iets armoedigs. Ons toptarief is het hoogste van Europa. Dat moet dus ook omlaag naar maximaal 50 procent, willen we fiscaal niet worden weggeconcurreerd.”

H. Hoogervorst (VVD): “De VVD heeft al eerder gepleit voor afschaffing van de vermogensbelasting en verlaging van het toptarief. Maar dat is niet genoeg. De belastingen moeten over de hele linie omlaag. Ook het laagste tarief van 37 procent is in Europees verband aan te merken als een toptarief.”