De absurde logica van verliefdheid

Voorstelling: De Gekwetstheid is Minimaal van Paul Pourveur door Arnhemse Theaterinitiatieven. Decor: Petra Korink; regie: Willibrord Keesen; spelers: Wim Bouwens, Reinout Bussemaker en Monique Kuijpers. Gezien 13/2 Theater Kikker, Utrecht. Te zien 14/2 aldaar; 18 t/m 22/2 Frascati, Amsterdam. Tournee t/m 29/3. Inl.: 026-3512418.

Het lijkt of de twee hoofdpersonen met een klap tot stilstand zijn gekomen - en toch rijden ze voor de duur van de voorstelling in een auto die we niet te zien krijgen alsmaar door, en uiteindelijk pikken ze een liftster op. Stilstand tegenover beweging, daar draait het om in de voorstelling De Gekwetstheid is Minimaal, geschreven door Paul Pourveur.

De mannen zijn in hun leven, inderdaad, met een forse dreun tot stilstand gekomen. Of wakker geschud, het ligt eraan. In elk geval zijn ze beiden door hun vrouw of geliefde verlaten en proberen ze tijdens een nachtelijke autorit door België de zinnen te verzetten, de gedachten te ordenen, het liefdesverdriet te vergeten. Maar hoe ver ze zich ook on the road begeven, het verleden blijft hen achtervolgen. Er is, uiteindelijk, geen vrijheid of verlossing. De lange, eenzame weg is hun gevangenis.

De kracht van de voorstelling schuilt in het tintelende contrast tussen de personages. Reinout Bussemaker is het meest aardse, triviale, seksistische toneelpersonage dat bij mijn weten op de planken stond. Constant opgewonden, zowel geestelijk als fysiek, onophoudelijk op zoek naar egoïstische seksuele bevrediging. Vrouwen reducerend tot niets dan een lichaam. Daartegenover staat de poëtischer aangelegde, gevoeliger en ook fatsoenlijker Wim Bouwens. Waar de eerste als een razende doordraaft, probeert de tweede een klaar en helder, verstandelijk inzicht te creëren. Toch ligt bij beiden de wanhoop op de loer, want zonder een vrouw kunnen ze niet leven.

Wanneer de vrouw, de droogkomische Monique Kuijpers, zich in het tweede deel aandient, raken de gevoelens pas echt op drift. Aangezien zij unverfroren niets liever wil dan seksuele bevrediging, is zij meesteres over de hitsige Bussemaker. De macho man, gericht op overwinning en onderwerping van de vrouw, verandert in een oogwenk in een verdwaasd, monddood kind.

Paul Pourveur schreef met De Gekwetstheid is Minimaal een toneeltekst die weergaloos is in haar grilligheid, in de absurde logica van de verliefdheid. De mannen zijn verliefd zoals dat gaat in alle tijden: afhankelijk en tegelijk vol zucht tot triomferen. Maar grosso modo dadenloos, want wachtend op een ansichtkaart of de rinkel van de telefoon. Bouwens zegt het eerlijk en trefzeker: “Ik wil haar terug. Ze moet terugkomen.”

Regisseur Willibrord Keesen plaatst de drie acteurs, die zeldzaam innemend spelen, op een klein rechthoekig, met grind bezaaid speelvlak. Ze zitten in kuipstoeltjes uit de jaren vijftig. Deze rechthoek verbeeldt België, dat zo klein is dat twee mannen die eens willen gaan 'muizen' al binnen het uur bij de grens staan. Al is het land nog zo petieterig, meeslepend en groot zijn de gevoelens van de acteurs. In deze korte, opstandige scène legt de voorstelling precies de vinger op de zere wond: de beide jongemannen zijn romantici, voor wie alles te gering is. Toch komen ze niet verder dan de grens van België, ondanks hun stoere jongenstaal en hun hoop op vervulling. Dat is hun tragiek, die zelfs een vrijpostige liftster niet kan verzachten, nee, alleen vergroten.