Artemis maakt speelse compilatie van sprookjes

Jeugdtheater: Soms verdwaal ik in een draak door Artemis. Regie/idee: Moniek Merkx. Spel: Brenda Bertin, Dorien Folkers, Niek van der Horst, Manon Nieuweboer. Muziek/geluid: Joop van Brakel. Vanaf vier jaar. Gezien: 1/2 De Prekerspoort, Den Bosch. Tournee t/m april. Inl. 073 6123223.

Toneel voor vierjarigen; het wekt mijn argwaan. Kunnen peuters en kleuters niet beter zelf de verkleedkist plunderen? Soms verdwaal ik in een draak door jeugdtheatergroep Artemis bewijst mijn ongelijk. De voorstelling, een speelse compilatie van sprookjes, sluit aan bij de kennis van kinderen. Juichend, giechelend en rillend herkennen zij trots Klein Duimpje, Hans en Grietje en de boze heks. Ook voor volwassenen is de voorstelling een feestelijke belevenis.

De structuur van de voorstelling is hecht, ook al lopen de diverse sprookjes door elkaar heen. Het begint en eindigt achter een lang scherm, waaronder alleen de onderbenen van de acteurs te zien zijn. Boosaardige hoge hakken dribbelen voorbij. Ze proberen elkaar pootje te haken. Vanaf de andere kant naderen twee zilveren schoenen. Even is er een mannenhand in beeld, die een glazen muiltje neerzet. Natuurlijk passen de dribbelvoeten er niet in. Maar dan komt er bedeesd een paar afgetrapte slofjes aanschuifelen.

Als de acteurs vanachter het scherm tevoorschijn komen, stellen ze zich één voor één aan de zaal voor. Allen hebben een opdracht. Ze moeten levenselixer halen of twaalf hemden breien. Het dappere snijdertje, gespeeld door Niek van der Horst, trekt de bossen in. Maar daar wonen twee reuzen.

Het decor bestaat uit een aantal verrijdbare 'stammen' van hout, zonder groene kruin, maar de suggestie is sterk genoeg. Het bos kan op verschillende manieren gevormd worden. Als de 'reuzen' opkomen hebben ze een maquette van het decor in handen, waarin de bruine bomen op precies dezelfde manier opgesteld staan.

Door een microfoon bespreken ze met holle stemmen, gebogen over de maquette, de algehele malaise: “Het zijn slechte tijden, maat. Vroeger vond je nog weleens een kindje in het bos.” Maar dan ruiken ze mensenvlees, al zien ze niet waar het vandaan komt. Als ze de maquette opzij schuiven en op het mos gaan liggen rusten, komt vanachter een van de stammen een poppenkastpopje vandaan. Het is in miniatuur precies Van der Horst, met zijn blauwe hoedje.

Zo barst de voorstelling van de vondsten en is daardoor, ook voor vierjarigen, geen moment saai. Met een krakend plastic zakje imiteren de acteurs een knappend haardvuur. Op vogelfluitjes maken ze de sfeer van het woud compleet. En als Hans door de heks wordt opgesloten, blijkt zijn kooitje zelf een klein huisje van koek en snoep.

De heks roemt de 'knapperige billen' van die 'Hansjehap'. Hans zingt een lied over zijn tragisch lot. Hij begeleidt zichzelf door op de tralies te tokkelen. Nu zit hij opgesloten, terwijl er nog zoveel te doen is voordat hij groot is. Hij moet op zijn minst nog goud spinnen uit hooi, duizend jaar slapen en een 'kikker met een prins erin' vinden.