Aandeelhouders Philips krijgen het volle pond

ROTTERDAM, 14 FEBR. Schraalhans is keukenmeester bij Philips, maar de aandeelhouders krijgen het volle pond. Vrijwel de complete netto winst die Philips vorig jaar boekte - voor de aftrek van reorganisatiekosten - wordt uitgekeerd als dividend aan beleggers. Het geld moet de tegenslag vergulden dat Philips' nieuwe president Cor Boonstra zich (nog) niet waagt aan nieuwe strategische initiatieven, om van drastischer maatregelen (afstoten van zorgenkind consumentenelektronica, splitsing van het concern) maar niet te spreken.

Typerend voor de overgangssituatie waarin Philips op dit moment verkeert is dat iedereen tevreden lijkt. De beurskoers steeg gisteren, maar moest vanochtend tegen de trend van de markt weer omlaag. Vakbondsvertegenwoordigers toonden zich opgelucht over het uitblijven van dramatiek.

Met een paar welgekozen zinnen probeerde Boonstra gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers het (zelf)vertrouwen in Philips' sector Consumentenprodukten te herstellen. “Wij maken de beste tv's ter wereld, we zijn onze positie in de audiosector aan het herstellen en we werken samen met anderen volop verder aan platte beeldbuizen. Er is beslist geen reden voor een minderwaardigheidscomplex en doemdenken. Onze positie op het gebied van beeld en geluid is verdedigbaar en vatbaar voor groei. We zullen ons alleen moeten aanpassen aan een snel veranderende wereld'.

“Boonstra heeft duidelijk gas teruggenomen”, constateerde A. Verhoeven van de Unie. “Hij heeft klip en klaar gezegd dat Sound and Vision van strategisch belang is voor Philips.” De Unie vreesde dat Philips “eerder uit geldnood dan op basis van strategische keuzes” zou besluiten tot verkoop van complete divisies.

Dat Philips de beeld en geluidsector, waar zij de kracht van de Japanse en Aziatische concurrentie het hardst voelt, wil behouden is begrijpelijk. “We willen onze positie als derde producent ter wereld versterken”, zei Boonstra zelfs. De sector vormt qua omzet (vorig jaar 25 miljard gulden) bijna een derde van Philips' totale omvang maar staat ook aan de basis van veel technologische vindingen en ontwikkelingen. En, niet onbelangrijk, de sector is ook afnemer van veel door Philips zelf geproduceerde componenten en halfgeleiders. Philips is mondiaal de grootste leverancier van beeldbuizen, ook aan derden. Die positie bereik je niet zonder eigen tv-produktie.

Al blijft consumentenelektronica (althans voorlopig) kernactiviteit, de werkgelegenheid bij de divisie in Nederland en de rest van Europa blijft dalen. Vorig jaar werd al een banenverlies in Europa aangekondigd van 3900 man. En de verdere trek naar Azië en landen met lagere lonen en hogere economische groei dan West-Europa zal onverminderd doorgaan, zo bevestigde financieel bestuurlid D. Eustace gisteren nog eens.

Die verschuiving gaat vooral ten koste van het dure Duitsland. Weliswaar ging vorig jaar nog de helft van Philips' investeringen naar Europa, maar een deel daarvan is niet jaarlijks terugkerend (chipfabriek in Nijmegen) en een deel kwam terecht in Oosteuropese landen waar goedkoper kan worden geproduceerd. Maar ook de produktiviteit, de omzet per werknemer, is bij Philips veel te laag in verhouding tot de concurrenten. Dat ergert Boonstra mateloos. En dus zal de omzet omhoog moeten. Lukt dat niet dan valt aan verder snoeien in de personeelsbezetting niet te ontkomen.

Boonstra wil een nieuwe lange termijn strategie niet overhaasten. Winstherstel door het afstoten van verliesgevende en ondermaats presterende activiteiten (Grundig, Superclub, kabelmaatschappijen, Sport7) heeft zijn prioriteit. Pas daarna komt de grote lijn voor de toekomst aan de beurt.

In tegenstelling tot de vorige crisis vijf jaar geleden, toen operatie Centurion ondernomen werd omdat het water tot aan de lippen stond, heeft Philips nu een sterke financiële basis. Eustace heeft de oplopende voorraadposities weer in het gareel. De stijgende schuldpositie, en daarmee groeiende rentelasten, dwingen echter tot ingrijpen, al kan verkoop van onrendabele activiteiten wat soelaas bieden. Vorig jaar namen de netto schulden toe van 8,4 miljard tot 11,2 miljard gulden. De verhouding tussen netto-rentedragende schulden en het groepsvermogen was eind vorig jaar verslechterd tot 42 tegen 58. Een jaar eerder was het nog 34 tegenover 66.

Nog problematischer is de teruggang in de winst in de kernactiviteiten. Alle sectoren zagen vorig jaar hun bedrijfsresultaat dalen. Ook een stabiele winstmaker, zoals de sector verlichting, deelt nu in de malaise. De afhankelijkheid van het bedrijfsresultaat van de grillige sector componenten en halfgeleiders (chips) is gegroeid tot maar liefst 80 procent.

De teruggang en de nieuwe reorganisatieronde waren gisteren al reden voor Moody's, een adviesfirma die de financiële positie van bedrijven beoordeelt, om te overwegen het schuldpapier van Philips lager te waarderen. Na de aankondiging van operatie Centurion kostte het drie jaar om bureaus als Moody's te overtuigen dat Philips echt sterker was geworden.