Zwitserse regering gaat fonds beheren

BERN, 13 FEBR. De Zwitserse regering heeft besloten zo spoedig mogelijk een fonds te stichten voor slachtoffers van de Holocaust. Dat maakte de minister van Buitenlandse Zaken, Flavio Cotti, gisteren bekend. Het besluit komt na grote internationale druk om haast te maken met zo'n fonds.

De regering zal voorlopig het fonds alleen maar beheren en in overleg met binnen- en buitenlandse joodse organisaties onderzoeken hoe het geld het best besteed kan worden. Met een eventuele eigen financiële bijdrage wordt gewacht tot de onafhankelijke commissie-Bergier deze zomer de eerste resultaten van een onderzoek naar het Zwitserse oorlogsverleden bekendmaakt. Het geld in het fonds is afkomstig van banken en bedrijfsleven. Drie grote banken hebben inmiddels 100 miljoen franken (130 miljoen gulden) beschikbaar gesteld.

Dinsdag maakte Alusuisse-Lonza als eerste Zwitserse bedrijf bekend een bijdrage in het fonds te zullen storten, de hoogte van het bedrag staat nog niet vast. Alusuisse had in de oorlog een dochteronderneming in Duitsland, waar dwangarbeiders uit de Oekraïne tewerkgesteld waren. Maar dat is volgens bestuurvoorzitter Hans Juncker niet de reden om aan het fonds deel te nemen, want het Duitse bedrijf werd in de oorlog door de nazi's beheerd.

Joodse organisaties hebben verheugd gereageerd op het regeringsbesluit. Volgens het Joodse Wereldcongres zou dit besluit wel eens “historisch keerpunt” kunnen zijn. Avraham Burg van The Jewish Agency in Jeruzalem sprak van “grote prestatie”.

De Amerikaanse senator Alfonse D'Amato waarschuwde gisteren dat Zwitserland ook in 1962 al eens een fonds stichtte, dat toen volgens hem slecht is beheerd. Met het weinige geld werden 944 erfgenamen schadeloos gesteld, de rest is verdeeld onder het Rode Kruis en joodse liefdadigheidsinstellingen. De Zwitsers “slaagden er toen niet in om adequaat potentiële rechthebbenden op te sporen. Ik ben bang dat de Zwitserse regering nu probeert hetzelfde patroon te volgen.”