Verdorven als de Weense wals

In kunstzinnig opzicht is house een revolutie. Via de computer kan iedereen muziek maken en verspreiden. Dat is schrikken voor de gevestigde orde.

NATUURLIJK IS HOUSE niet de eerste muzieksoort die als een vorm van zedenverwildering wordt ervaren. Bij de Weense wals, die in de vorige eeuw een voorheen ongekende mate van fysiek contact tussen danspartners teweegbracht, is het niet anders gegaan. De charleston gold als een tikje gewaagde vorm, nauw verbonden aan de lichtzinnigheid die een reactie was op de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog. Ongetwijfeld is ook de polyfonie ooit het voorwerp geweest van heftige afkeer: er doorheen zingen! Is de jeugd nu helemaal gek geworden?

Maar de zedelijke bezwaren tegen house zijn wel opvallend hardnekkig. Meer dan vijftien jaar zijn verstreken sinds de muziekvorm ontstond in de Verenigde Staten, en het is alweer sinds een jaar of zeven dat de house-beats het geluidsdecor in elke op jongeren gerichte kledingzaak vormen.

Desondanks blijft de toon zorgelijk die in de media tegenover house wordt aangeslagen: de gevaren van overhitting bij langdurig dansen, de neiging bij sommige dansers tot het nuttigen van bij wet verboden stoffen - het wordt al jarenlang breed uitgemeten. Ook voor politici op zoek naar een issue is house nog altijd een uitkomst. De vermeende gevaren brengen menige burgemeester in alle staten. Verboden worden uitgevaardigd, richtlijnen opgesteld. House is een slagveld voor een eeuwige strijd tussen overheden die opkomen voor maatschappelijke orde en een volksdeel dat meent recht te hebben op een avondje 'uit de bol gaan'. In vroeger eeuwen heeft deze strijd zich onder andere afgespeeld rondom de Sinterklaasviering, carnaval, kermis en palingtrekken. Nu is house aan de beurt en zoals gewoonlijk draagt de keuze van het slagveld een betrekkelijk willekeurig karakter. Ik woon naast een café met nachtvergunning, waar de klandizie zich na de sluiting van andere cafés laat vollopen, alvorens lallend, urinerend of vechtend naar buiten te komen. Dit vindt iedereen heel gewoon. Wil ik daarentegen een house-party bezoeken, dan moet ik mij aan de ingang door een functionaris laten betasten op pillen, messen of andere voorboden van maatschappelijk ongewenst gedrag.

Betogen dat de house-muziek en de scene eromheen van bredere maatschappelijke betekenis zijn - wat de waakzaamheid der overheden begrijpelijk zou maken - klinken niet erg overtuigend. Een paar jaar geleden hoorde men regelmatige feestgangers zeggen dat de lievige, vrije atmosfeer die zij op house-party's beleefden model kon staan voor een andere, betere wereld. Maar ik geloof niet dat onze samenleving er liever op is geworden sinds grote groepen zich ieder weekeinde al of niet stoned op house en daarvan afgeleide muzieksoorten bewegen. Evenmin zijn er serieuze aanwijzingen dat de liefde voor house leidt tot massaal, blijvend dropout-gedrag. Verstrooiing en kunstgenot - meer heeft, maatschappelijk gezien, house niet te bieden, evenmin als de Weense wals of de werken van Palestrina.

Maar waarom brengt die muziek, die zulke brede groepen aanspreekt, dan toch zoveel onrust teweeg, met die voortdurende roep van Sodom en Gomorra? Bij gebrek aan maatschappelijke relevantie kunnen de redenen daarvoor alleen maar op het kunstzinnige vlak worden gezocht: er is iets in de muziek zelf dat als ongekend en verontrustend wordt ervaren. In kunstzinnig opzicht is house een revolutie.

Zoals bekend is house eigenlijk alleen maar een vage verzamelnaam voor tal van in snel tempo over elkaar heen buitelende muziekgenres, stromingen en modes. Techno, gabberhouse, ambient, garage, jungle, drum 'n' bass - om er een paar te noemen - hebben met elkaar gemeen dat zij vooral drijven op elektronische middelen. De diverse ritme-partijen worden op computers tot stand gebracht, evenals de meeste andere geluiden - eventueel nog aangevuld met samples, bestaande geluidsopnamen die veelal elektronisch sterk worden bewerkt. Incidenteel zijn nog wel eens traditionele instrumenten hoorbaar, of een menselijke stem. Maar noodzakelijk is dit allerminst.

Als gevolg hiervan krijgt het begrip 'muziekbeoefening' bij house een andere waarde. Behendigheid bij het bespelen van een instrument heeft geen enkele betekenis meer, evenmin als het beheersen van de menselijke stem. Zeker is er ook bij house-muziek sprake van talent, maar dat uit zich bij de beoefenaren van deze muziek heel anders - achter computerschermen en andere apparatuur.

In zekere zin is dit een culturele omwenteling: een democratisering van de muziekbeoefening. Het aantal leden van Westerse samenlevingen dat weet om te gaan met de computer neemt explosiever toe dan het aantal bespelers van de cello.

Een van de redenen waarom je bij house zoveel hoort en leest over de randverschijnselen, en zo weinig over de muziek zelf, is dat deze muziek door haar produktiestructuur voor de traditionele media weinig grijpbaar is. Een groepje jongens dat met gitaren in een zaaltje een tekst staat te zingen, kun je interviewen over hun act, hun teksten of hun catastrofale levensvisie. Maar wat te doen met een verzameling geluiden, geproduceerd door een groepje Franse computerenthousiasten in een New-Yorkse studio, die vervolgens door een Japanner onder een Engelse schuilnaam zijn geremixed? Muziek was altijd al de abstractste aller kunsten, maar de elektronische muziek waarover we het hier hebben, is nog abstracter.

Bovendien bestaat er bijna geen sterrensysteem: hooguit eigenaren van platenlabels of discjockeys - radertjes in de distributie van muziek dus - willen het nog wel eens tot naamsbekendheid brengen. Zeker worden er - in Nederland bijvoorbeeld op het label Arcade - house-platen op cd in enorme oplagen uitgebracht en verkocht. Maar het betreft hier veelal platte vulgarisaties van de wereldwijde, kleinschalige creativiteit die zorgt voor steeds weer nieuwe genres en nieuwe vormen van muzikaal jargon. Die kunstzinnige beweging onttrekt zich aan de multinationals die over de hele wereld de produktie van muziekdragers in handen hebben. Elke discjockey in deze sector - of hij nu in San Francisco, Osaka of Appelscha actief is - vindt zijn weg in een universum van door naamlozen geproduceerde opnamen, die veelal in oplagen van slechts enkele honderden worden verspreid.

Muziek is de eerste kunstvorm waarin deze combinatie van gedemocratiseerde artistieke expressie en wereldwijde distributiemogelijkheden zich voltrekt. Als volgende zal film eraan moeten geloven: de digitale techniek stelt ook de houders van een bescheiden budget in staat te wedijveren met het produkt van de grote studio's en hun werken overal te distribueren.

Natuurlijk hebben toekomstbeelden als deze iets ongezelligs, vergeleken bij de overzichtelijkheid van een avondje bios en concertzaal, of een rondje zappen op het kabelnet. Er zal tegen die ontwikkeling ook zeker veel koudwatervrees, gemopper en weerstand opkomen. Mijn stelling is dat de slechte naam van house - bij de overheden, in traditionele media - van die angst voor de toekomst de uitdrukking is, omdat bij house de moderne toestand in de kunst al is ingetreden.

Een schrale troost misschien, als u zich bij de volgende politie-inval in uw favoriete dansgelegenheid ijlings van pilletjes moet ontdoen. Maar wel een hartverwarmend bewijs van het belang van kunst in onze samenleving.

[Bekende namen: 4 Hero, Goldie, A Guy Called Gerald, Rebel MC