Veel plezier van gehad

“Heel geschikt van u mij even naar Hotel Terminus te brengen. Ik haal het nog wel. Tsja, het zusje van mijn chauffeur trouwt vandaag en ik mag voorlopig niet meer achter het stuur. Van de rechter. Omgekocht natuurlijk, maar goed, dat is een andere zaak. Ik moet maar eens omzien naar een nieuwe advocaat.

Ach, ik had het niet zo snel gezien, u berijdt een Renault 20. Ik had er ook zo een toen ik met het bedrijf begon. Buitengewoon veel plezier van gehad, van die wagen. We hebben nu een Mercedes, 230-serie, maar aan dat Renaultje heb ik echt heel bijzondere herinneringen. Vertrokken we om een uur of zes 's morgens, zaten we tegen etenstijd bij de Pyreneeën. Weet ik nog een heel aardig restaurantje, niet te duur, spécialité tripes, meneer. En het wijntje dat ze daar schenken. Maakt de oude heer zelf, heeft zo'n lollig klein wijngaardje, niets voor de export, je moet goed met hem zijn, krijg je wel een paar flesjes mee, heb ik toen nog mooi bij Veersma laten bezorgen, heeft nog een heel aardige order opgeleverd. Was nog in de begintijd natuurlijk. We begonnen klein, twee bureaus en een fax. Dat was het. Heel Europa zijn we doorgeweest met die wagen.

Toen het oostblok openging, ze wisten niet wat ze daar zagen. Een en al luxe, toets-linkerraam open, toets-rechterraam, ruitenwisser met zes standen, ik had er een schitterende audio in laten zetten, was de eerste met een cd-wisselaar in de achterbak. Meisje Landwehr waar ik toen mee was, heeft nog zo'n spinnetje gebreid, voor de achterruit. Vond ik wel charmant. Gaf die wagen iets. Een van de eerste direct-inspuiters, nooit wat mee gehad, één keer een nieuwe startmotor, verstopte brandstofleiding, vapourlock heet dat, verhielp ik zelf, ik was niet bang de handen uit de mouwen te steken in die tijd. Mijn zoontje op Nijenrode is nog te beroerd een nieuwe bougie in zijn brommer te zetten.

Had een sportwagentje op zijn verlanglijstje staan. Ik zei 'Ga jij maar naar meisje Landwehr, die heeft mijn centen, kan best een sportwagentje van af'. U moet geen tussengas geven, hoeft helemaal niet, ik kreeg hem meteen van zijn drie naar zijn vijf. Dat was ook zo charmant, die vijf, bij al die zakjapanners is dat een overdrive, maar in de twintig was het een echte versnelling, dóórtrekken kon je ermee, een constante honderdnegentig naar Osnabrück. Ik heb nog heel wat wagens gehad daarna, altijd het nieuwste van het nieuwste, moet uiteraard in mijn branche. Maar wat dát wagentje onder de kap had, die motor draaide probleemloos een vier met vijf nullen. Ik heb er 270.000 mee gereden.

Toen was het gebeurd. Dwars door de bodemplaat sloeg die fiets. Dat vrouwtje hád helemaal geen voorrang. Van de gekke was dat. Ze kwam zó de weg op gezeild. Ik haal nog uit naar links, maar er was geen redden meer aan. Ik kon wel janken toen ik dat zag. Die jongens, die sapeurs en pompiers hadden nog nooit zo'n ravage gezien. Maar ze hadden van alles bij zich. Terwijl ik een sigaretje stond te roken van de zenuwen, brandden zij hem eruit. Van de bodemplaat was niets meer over. Total loss. Als het alleen die bodemplaat was geweest, had het nog wel gelast kunnen worden, had ik zeker geld voor over gehad, maar de garage zei dat hij ontzet was. Dat kregen ze nooit meer goed. Onverantwoord om de weg op te gaan met een schele kat, zo drukte de garagist het uit. Ik moest hem wel van de hand doen. Ik heb er wel een goede advocaat aan over gehouden. Wist de nabestaanden te overtuigen dat het echt de schuld van dat vrouwtje was. Dat was de eerste klus voor meester Seijdel. Onbegrijpelijk dat-ie nu een eenvoudig geval van onbekwaam achter het stuur na een zakenlunch niet kan winnen.''