Stem ouders niet doorslaggevend bij keuze schooltype

AMSTERDAM, 13 FEBR. Ouders in Amsterdam hebben vanaf augustus geen doorslaggevende stem meer in de keuze van het type voortgezet onderwijs voor hun kind. Amsterdamse middelbare scholen mogen dan alleen nog leerlingen aannemen op een schooltype dat is geadviseerd door de leraar van de basisschool of de eindtoets van het CITO.

Deze afspraken heeft de Amsterdamse wethouder J. van der Aa (Onderwijs) vandaag gemaakt met alle middelbare scholen en basisscholen in Amsterdam. Bedoeling is te voorkomen dat leerlingen op een voor hen te moeilijk schooltype terechtkomen. Vanaf augustus zijn Amsterdamse basisscholen ook verplicht de CITO-eindtoets of een soortgelijke toets af te nemen bij leerlingen in groep 8. Amsterdam is de eerste gemeente waar deze afspraken gelden.

In Amsterdam komt het de laatste jaren steeds vaker voor dat leerlingen op een te moeilijk schooltype terechtkomen. Ouders kiezen dan bijvoorbeeld voor de Mavo, terwijl de basisschool voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) adviseert. De kans is dan groot dat deze leerlingen slechte cijfers halen, blijven zitten, spijbelen of zelfs van school verdwijnen. Soms worden ze opgevangen op een lager schooltype elders, maar vaak verlaten ze zonder diploma voorgoed de schoolbanken.

De middelbare scholen moeten er voortaan op letten dat de belangrijkste indicatie voor het niveau van een leerling, het advies van de basisschool, niet afwijkt van de tweede indicatie, de CITO-toets. Verschillen die indicaties wel, dan moet de middelbare school het niveau van het kind met de basisschool bespreken. Bij een 'sterke' afwijking moet de middelbare school een nieuwe toets afnemen. Als de leerling tòch te zwak blijkt voor het schooltype, dan moet de school hem sturen naar een lager schooltype. Van de leerlingen die een school wel aanneemt, moet ze bijhouden of die het geadviseerde schooltype aankunnen.

Het onderwijs kampt in heel Nederland sinds 1985 met een teruglopend aantal leerlingen. Per leerling ontvangt een school van het ministerie zes- à zevenduizend gulden. Toch verwacht Van der Aa niet dat middelbare scholen de afspraken zullen negeren. Volgens zijn woordvoerder zullen scholen “elkaar in de gaten houden” en wordt het “snel genoeg bekend” als één school ten onrechte leerlingen aanneemt.

Van der Aa zegt niet bang te zijn dat basisscholen gaan 'sjoemelen' met CITO-resultaten omdat hun onderwijsprestaties via die toetsen voortaan onderling vergelijkbaar zijn. Hij erkent dat gesjoemel mogelijk is, bijvoorbeeld doordat leraren de antwoorden voorzeggen, maar “gaat daar niet van uit”.