MKB wil snel toegang vrije energiemarkt

DELFT, 13 FEBR. Kleinverbruikers van energie moeten zo snel mogelijk gaan profiteren van de vrijere energiemarkt, waarin de klant zelf een leverancier kan kiezen. Dat bepleit MKB Nederland, werkgeversorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf, in een brief aan de Tweede Kamer.

Minister Wijers wil de binding van Nederlandse kleinverbruikers - waartoe het overgrote deel van het midden- en kleinbedrijf behoort - aan hun eigen regionale distributiebedrijf pas over vijf jaar opheffen. Hij wenst de bescherming voor kleinverbruikers (zekerheid dat er altijd gas en stroom wordt geleverd tegen een redelijke prijs) te handhaven tot de energiebedrijven zich helemaal aan de vrije markt hebben aangepast. Anders zouden de kleine klanten het slachtoffer kunnen worden van misbruik door de leverancier van diens monopoliespositie.

Daarom wil de minister voorlopig ook zijn bevoegdheid handhaven om de energieprijzen voor kleinverbruikers vast te stellen. Kleine bedrijven die eerder een onafhankelijke positie willen, kunnen die krijgen na een opzegtermijn.

MKB Nederland noemt het echter 'onaanvaardbaar' als haar leden nog vijf jaar moeten wachten, want dan “dreigt de concurrentiepositie van het MKB ten opzichte van het grootbedrijf verder te verslechteren”.

De organisatie opponeert ook tegen het plan van Wijers om de energiedistributiebedrijven eigenaars te maken van het beoogde Grootschalig Produktie Bedrijf (GPB) voor elektriciteit in Nederland, dat moet ontstaan uit fusie van de vier bestaande bedrijven. MKB Nederland vindt dat de distributiebedrijven te machtig worden en steeds meer commerciële praktijken ontwikkelen (onder andere telecomdiensten en installatiewerk), “waardoor oneerlijke concurrentiepraktijken ontstaan”. Door het aandeelhouderschap van het GPB zouden ze alleen nog maar machtiger worden.

“De enige fundamentele oplossing” om dat probleem aan te pakken is volgens het MKB versnelde privatisering van deze bedrijven door terugtreden van provincies en gemeenten als aandeelhouders. Die kunnen wel een toezichthoudende functie behouden. Als private ondernemingen worden de energiebedrijven gedwongen tot efficiënter werken, onder andere door fusies, en tot meer publieke verantwoording tegenover hun nieuwe aandeelhouders.