Lucratieve vlas

Met een vlasfeest, shows van Trachtenmode uit linnen en een tentoonstelling over de linnenindustrie lanceert de Oostenrijkse provincie Karinthië volgende zomer een nieuw regionaal produkt: het Kärntner Reinleinen, linnen van biologisch geteeld vlas. Pikant detail: het biologische vlas is niet in Karinthië geteeld, maar in de Nederlandse Flevopolder.

De teelt is een initiatief van ing. Jan Driegen, hoofd verkoop van de directie IJsselmeergebied van Rijkswaterstaat, een rijksdienst die tot voor kort verantwoordelijk was voor de inrichting en sociale ontwikkeling van de Flevopolder. Driegen speelde ook een belangrijke rol bij het opbouwen van een afzetketen. Partners in deze linnenalliantie zijn Nederlandse bio-telers, spinnerij Stylfil uit Sesto al Reghena bij Triest, weverij Blaas Leinen uit Feldkirchen in Karinthië, klederdrachtfabriek Gössl uit Salzburg en het Duitse postorderbedrijf Hess Natur uit Bad Homburg.

De biologische teelt van vlas staat in Europa nog in de kinderschoenen. Er zijn initiatieven in het Noordduitse Sleeswijk-Holstein en in Noord-Frankrijk, maar deze stellen weinig voor. Verder wordt alleen in het Oostenrijkse Waldviertel, een gebied ten noorden van Wenen, op kleine schaal biovlas geteeld. De verwerking gebeurt ter plekke op ambachtelijke wijze. De teelt in de Flevopolder is drie jaar geleden gestart op verzoek van een Duitse producent van kleding uit biologisch katoen. Uit kostenoverwegingen liet deze fabrikant het biologische vlas hekelen, spinnen en weven in Polen. Dat leidde tot kwaliteitsproblemen en het vastlopen van de afzet.

Afgelopen zomer vond Rijkswaterstaat nieuwe partners in Italië, Oostenrijk en Duitsland. Dit keer is gekozen voor bedrijven die zich op de top van de markt richten. Voor de boeren in de Flevopolder heeft dat het voordeel dat ze een goede prijs kunnen krijgen voor hun biologische vlas. Volgens Driegen van Rijkswaterstaat is de opbrengst in kwalitatief en kwantitatief opzicht te vergelijken met vlas van gangbare teelt, maar wordt er 50 tot 80 procent meer aan verdiend. “De opbrengst is per bunder (hectare) 10.000 gulden, tegenover 5.000 gulden aan kosten. Het is dus heel lucratief voor de boeren.”

Met de totstandkoming van de internationale linnenalliantie kan de Europese produktie van biologisch textiel eindelijk uit de pioniersfase komen, zegt Hermann Gschwandtner, directeur van textielfabriek Blaas Leinen uit het Oostenrijkse Feldkirchen. “De samenwerking bespaart de partners tijd en geld. Een groot voordeel is ook dat we samen aan marketing en communicatie kunnen doen. Want daar zit bij biologisch textiel de bottleneck, niet in de techniek.”

Weverij en ververij Blaas Leinen is al in de jaren '80 begonnen met milieuvriendelijker produktiemethodes. Daarbij zijn chemische veredelingsprocédés vervangen door mechanische behandeling van de textiel.

Rijkswaterstaat, spinnerij Stylfil uit Italië en weverij Blaas Leinen hebben ter wille van de continuïteit als partners voor hun linnenalliantie bedrijven gekozen die een niet al te modieus kledingprodukt maken: Gössl, een fabrikant van klederdracht, en Hess Natur, een bedrijf dat klassieke kleding produceert en verkoopt via een eigen postorderbedrijf. De promotie van de Trachtenkleding van Gössl gebeurt in samenwerking met toeristische organisaties in Karinthië. Voor de andere kleding van biologisch linnen zal komende zomer een campagne gevoerd waarbij het begrip Leinen Leben wordt geïntroduceerd, als merk voor produkten van gecertificeerd biologisch linnen.

De linnenalliantie heeft een open structuur, waardoor ook andere ondernemingen en teeltgebieden kunnen toetreden, vooropgesteld dat ze een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van Leinen Leben of Living Linen, zoals de naam in niet-Duitstalig gebied zal luiden. Voor de verdere expansie van de keten en de promotie van de produkten uit biologisch vlas is een aparte organisatie opgericht. Verschillende bedrijven uit andere Europese landen hebben zich al gemeld voor deelname aan de linnenalliantie.